Cyrenius en Jozef wedijveren om het welzijn van een mensenziel. Jozef over broederliefde en mensenliefde. Waarom wij mensen twee ogen, twee oren en maar één mond hebben

Jakob Lorber - De jeugd van Jezus

«« 62 / 302 »»
[1] Tegen de avond zei Cyrenius tegen Jozef: 'Mijn vriend en god­delijke Broeder, wat spijt het mij, dat ik nu niet bij je kan blijven overnachten!
[2] En wat jammer is het dat ik morgen vóór de middag druk ben met staatszaken! ...
[3] Maar 's middags tegen drieën zal ik met Maronius terug­komen, dan kun jij hem­ nadat ik hem de "lagere wijding" zal heb­ben gegeven -jouw hogere wij­ding toedienen !
[4] Want er is mij veel aan gele­gen dat deze, overigens zo ont­wikkelde man, door de heilige le­vensleer van jouw God, die ik de Enige Ware en Levende acht, ge­red wordt!'
[5] Jozef antwoordde: 'Ja waar­de vriend, dat is goed en billijk; voor de Heer is er niets aangena­mer, dan dat wij zelfs onze vijan­den liefdevol behandelen, en dat wij zorg dragen voor en bezorgd zijn om hun tijdelijk en hun eeu­wig heil!
[6] Behandelen wij dus welke zondaar ook als een dwalende broeder, dan zal God ons even­zeer behandelen als Zijn dwalen­de kinderen!
[7] Hen echter, die alsmaar Zijn straf over zich afroepen, zal Hij behandelen als kwaadaardige schepselen! Hi j zal hen doen om­komen als eendagsvliegen !
[8] Want de Heer heeft ons twee ogen gegeven en slechts een mond om te spreken, opdat wij met het ene oog de mens als mens en met het andere oog de mens als broe­der beoordelen !
[9] Als een mens tegenover ons faalt, dan moeten wij ons broeder­oog geopend houden en ons men­senoog sluiten;
[10] maar als een broeder te­genover ons faalt, dan moeten we ons broederoog sluiten en ons mensenoog op onszelf richten. Op die manier zullen wij onszelf dan zien als falende mens tegenover een falende broeder .
[11] Met onze ene mond echter moeten wij zowel een God als een Heer en een Vader erkennen, dan zal HIJ ons allen als Zijn kinderen erkennen!
[12] Ook God heeft twee ogen en een mond. Met Zijn ene oog beziet Hij Zijn schepselen, met het andere Zijn kinderen.
[13] Als wij elkaar bezien met ons broederoog, dan zal de Vader ons bezien met Zijn Vaderoog. ..
[14] Bezien wij elkaar met ons mensenoog, dan beziet God ons slechts met Zijn scheppersoog! En Zijn eveneens éne mond verkon­digt Zijn kinderen Zijn Liefde, dan wel Zijn schepselen Zijn Ge­rechtigheid!
[15] Het is dus wel degelijk juist en billijk dat wij zorg hebben voor onze broeder Maronius.
[16] Jozef zegende nu zowel Maronius als Cyrenius. Vervol­gens gingen die beiden met hun gevolg naar de stad, terwijl Jozef zijn huishouding ging regelen.
«« 62 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.