Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 81 / 302 »»
[1] Ook Cyrenius had de woorden van het Kindje goed verstaan. Ogenblikkelijk ging hij naar Hem toe en vroeg op liefdevolle wijze:[2] ‘Hé, mijn Leven, dan houd je zeker niet zoveel van mij, want toen ik je op mijn arm had heb jij mij nog nooit geplaagd en geknepen?’
[3] Maar het Kindje zei: ‘Ach, Cyrenius, trek je daar maar niets van aan; weet je: alle ongerijmdheden, die je terwille van Mij namelijk al hebt verdragen, waren al zoiets als plagerijtjes van Mij, juist omdat Ik je zozeer liefheb!
[4] Begrijp je nu beter wat Ik tegen je gezegd heb?
[5] Overigens, Ik zal je nog vaak genoeg knijpen en plagen, en uit pure liefde tot jou zal Ik zelfs nog echt vervelend voor je worden!
[6] Maar dat wil dan nog niet zeggen dat je bang voor Mij behoeft te zijn, want het zal je -zoals tot nu toe -geen echte pijn doen! Begrijp je Me, lieve Cyrenius?’
[7] Cyrenius, die het Kindje nu meer dan ooit hoogachtte, zei nu, hevig ontroerd:
[8] ‘ Ja, mijn Leven, ik begrijp Je uitstekend, en ik begrijp ook hoe groots het is wat Je me gezegd hebt!
[9] Maar, dat neemt niet weg, dat ik het fijn zou vinden, als Je mij, net als Je broertje, een beetje echt zou plagen en knijpen!’
[10] Het Kindje antwoordde: ‘Maar lieve beste vriend, je zult toch niet nog kinderlijker willen zijn dan Ik nu ben?
[11] Denk je soms, dat Ik je daardoor meer zou liefhebben?
[12] Nu, dan vergis je je lelijk, want Ik kan je eenvoudigweg niet nog meer liefhebben dan Ik al doe!
[13] Heus waar, ook jij zult de grootte en de diepte van Mijn Liefde voor jou in eeuwigheid niet kunnen vatten !
[14] En géén eeuw zal meer voorbijgaan voordat Rome zeer veelvuldig in Mijn Vesting zal binnengaan!
[15] Nog is die tijd niet aangebroken, maar geloof Me, jij staat nu alreeds op de drempel, waar spoedig velen overheen zullen gaan!
[16] Je moet Me goed verstaan: Niet lichamelijk zullen ze binnen gaan in Mijn toekomstig Rijk, maar geestelijk en -voor eeuwig!’
[17] Deze woorden van het Kindje wekten bij alle aanwezigen een enorme beroering en Cyrenius wist niet wat hij daarvan denken moest!
[18] Hij wendde zich dan ook maar tot de naast hem staande Maria, en vroeg haar, of zij soms begrepen had, wat het goddelijk Kindje zojuist had onthuld?
[19] Maar Maria zei hem: ‘Beste vriend, ware dit een gewoon mensenkind, dan zouden wij gewone mensen het wel begrijpen. ..
[20] maar, juist omdat Het van een hogere natuur is, begrijpen wij Het niet; laten we dus al Zijn woorden maar in gedachten houden, dan zal de tijd ons welleren, wat ze – gezien in het juiste licht te betekenen hebben!’
«« 81 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
