In de hut van de Heer. Purista klaagt erover, dat de verliefde Muthaël haar blijft nalopen. Het wijze antwoord van Henoch, de kenner van het hart.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 97 / 366 »»
[1] Toen het hele gezelschap zich nu in de hut bevond en Purista haar haard had verzorgd, ging zij weer naar Henoch en zei tegen hem:
[2] 'O verheven, enige, ware hogepriester van de almachtige eeuwige God, die onze heilige en liefdevolste Vader is! Ik moet je met een bekommerd hart vertellen wat hier vanmorgen zal plaatsvinden!
[3] Je weet dat de Heer, onze eeuwig heilige Vader, Muthaël laatst een zekere toezegging heeft gedaan dat ik eens, indien het de Vader welgevallig mocht zijn, zijn vrouw zou worden. Nu echter zit de anders wijze en gerechte Muthaël mij steeds op de hielen om mij de zekere toezegging te ontlokken!
[4] Zeg ik tegen hem dat hij zich alleen aan het woord van de Heer moet houden en niet onnodig van mij een toezegging moet verlangen (en het zal immers toch al op de juiste tijd gebeuren wat de Heer zal willen!), zie, dan begint hij te huilen en zegt:
[5] `Ja, ja, dat zeggen alle meisjes als hun aanbidder hen niet aanstaat!' De Heer zou mij nooit dwingen dat ik zijn vrouw moet worden als ik dat door Zijn genade niet zelf zou willen, - en ik zou hem steeds op de Heer wijzen omdat ik hem niet graag zou mogen en omdat ik wel zou weten dat de Heer mij nooit tot iets zou dwingen wat mij tegenstaat!
[6] Zie, dat en nog andere zijn zijn woorden! O, geef me toch een raad van de Heer wat ik moet doen!
[7] Ik heb mij gisteren misschien bezondigd omdat ik, het voortdurende zinloze gepraat en de onnodige vragen beu, Muthaël klinkklaar heb afgewezen en tegen hem heb gezegd: `Omdat je zonder noodzaak zo opdringerig bent en mij voortijdig tot vrouw wilt hebben, zeg ik je nu in volle ernst dat ik een weerzin tegen je heb en ik geef je de volle verzekering dat je mij nooit van de Heer zult doen afkeren! Doe jij in je bronstige ijdele liefde voor mij, slechts een schepsel, nog maar een enkele stap, dan zal ik de Heer bij deze haard zweren voor eeuwig alleen te blijven uit zuivere liefde tot Hem en nooit een man van de aarde aan te kijken!'
[8] Deze woorden hebben Muthaël zo verbijsterd dat hij op slag sprakeloos werd en toen huilend en snikkend wegging en - zoals ik merkte - regelrecht naar jullie op de hoogte ging.
[9] O Henoch, jij verheven dienaar van de almachtige God, geef mij hier een zekere raad en troost in de naam van de Heer!'
[10] En Henoch antwoordde Purista: 'Luister nu naar mij; ik wil je in volle waarheid zeggen hoe de zaken er voor staan: zie, de Heer heeft heel zeker jou aan Muthaël toegezegd en in de geest ook reeds volledig met hem verbonden; alleen heeft Hij de zegening van het vlees nog naar de juiste tijd uitgesteld! Maar aan jou heeft de Heer dat ook zonder woorden en alleen maar aan je gevoel meegedeeld!
[11] Toen echter Muthaël bij je kwam en je dat in bedekte termen aangaf, herkende je vanuit je gevoel dat hij degene is die eens vanuit de Heer je gezegende man zal worden; en als gevolg van dit inzicht heb je Muthaël met een zeer veelzeggende, buitengewoon vriendelijke blik aangekeken en hebt juist door deze mooie blik de anders bijzonder wijze Muthaël een grote wond toegebracht waaraan bijna zijn hele wijsheid zou zijn doodgebloed! En sindsdien is Muthaël helemaal in jouw liefde begraven en kan zich niet verheffen uit zo'n woning waarin geen leven is!
[12] Zie, dat was dus een kleine fout van je, die je weer goed moet maken! Deze fout kun je goedmaken door de Heer te vragen of Hij Muthaël wil zegenen en hem op het rechte pad van het heil wil brengen!
[13] Maar verachten mag je hem in ieder geval niet, want een man die vervuld is van de belofte van de Heer, is zeer geheiligd!
[14] Dat de Heer hem nu een weinig beproeft, dat dient tot zijn voltooiing. Maar je mag hem daarom niet verkeerd beoordelen, want hij is een door God geheiligde man, die op de juiste tijd voor jou bestemd is!
[15] Zie, zo is het! Je mag hem niet ontlopen; maar je mag hem ook niet verzoeken! - Dat wat jou betreft; maar met Muthaël zal ik wel spreken! Laten we ons nu naar jouw haard begeven! Amen.'
«« 97 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.