Intrede in het binnenste. Robert als nieuwe aartsengel en hemelvorst. Zijn deemoed en wijsheid. Roberts waardigheidstekenen.

Jakob Lorber - Van de hel tot de hemel (deel 2)

«« 136 / 153 »»
[1] We treden nu binnen in het eerste vertrek, hetzelfde vertrek, waar de eens afgesloten deur naar toe leidt, en die men via de robijnen treden eerst bereikt.
[2] Robert en zijn helper Peter zijn sprakeloos van louter verbazing. Daar beiden afkomstig zijn van Uranus (wat Peter echter om goede redenen nog niet weet) houden zij natuurlijk veel van bouwwerken; vooral van zulke reusachtig grote. Zijn deze bovendien nog met overeenkomstige pracht en majesteit versierd, dan is dat voor hen iets heel buitengewoons. Beiden houden hun ogen op de hoge galerijen en de kunstige zuilen gericht en merken nauwelijks iets van het heerlijke, liefdevolle, grote hemel gezelschap dat in Robert een nieuwe aartsengel en het hoofd van een nieuwe grote vereniging begroet.
[3] Nu stoot Helena Robert even aan en zegt: 'Maar liefste Robert, vergaap je toch niet zo aan al het moois! Kijk toch eens hoe je wordt ontvangen!' Na dit duwtje komt Robert weer tot zichzelf en ziet hoe de mooiste liefdesengelen hem op een roodstralend kussen een prachtige kroon aanreiken en een scepter van doorzichtig goud, die een glans als van een opgaande zon verspreidt; en tenslotte ook een zwaard, dat door een onblusbare vlam wordt omgeven.
[4] De brengers van deze waardigheidstekenen buigen nu voor Robert-Uraniël en zeggen vriendelijk: 'Ziehier, lieve, voortreffelijke broeder, ontvang de rechtmatige beloning, die de Vader jou al vanaf het begin van de wereld heeft bereid! Omwille van de leer van Christus ben je op aarde een martelaar geworden. Je had dat wel kunnen voorkomen, maar je wilde het niet en daarom was je een martelaar vanwege de juiste betekenis van de zuivere leer van Jezus, onze God, onze liefdevolle en heilige Vader van eeuwigheid.
[5] Op aarde geloofde je weliswaar niet dat Jezus, geboren te Bethlehem - door jou 'de wijze van Nazareth' genoemd - God de Heer Zelf was. Maar je hield toch heel bijzonder van deze wijze en in je hart zag je zijn Goddelijkheid wel in, hoewel jouw verstand er niet mee wilde instemmen. En door deze liefde behield je Zijn liefde en genade, die je nu tot een groot vorst der hemelen maakt. Aanvaard daarom nu kroon, scepter en zwaard; tekenen van kracht, macht, liefde, wijsheid en rechtvaardigheid en word een wijze vorst van jouw nieuwe gemeenschap! De Heer heeft je gezegend en wil het zo!'
[6] Robert, totaal verbluft over deze verschijning, zegt met diepe deemoedigheid: 'Mijn lieve hemelse vrienden en vriendinnen, hadden jullie mij in plaats van deze koninklijke waardigheidstekenen die van een schoenpoetser aangeboden, dan zou ik ze met de grootste ontroering hebben aangenomen, maar deze voor geen prijs van de hemelen! Als de Heer en Koning van de hemel en alle werelden geen kroon, scepter of zwaard draagt, waarom dan ik als arme zondaar wel? Kijk daar! Naast mij staan drie keizers, die al op aarde gewend waren kronen te dragen. Reik hun de insignes aan, zij worden daardoor niet verwaand. Maar ik zou er tenslotte verwaand door kunnen worden en dat zou echt geen winst voor mij betekenen, noch voor jullie en de gemeenschap, noch voor het Godsrijk in mijn hart. Dit laatste is mijn echte huis, waar ik leiding moet geven naar de ordening en in naam van de Heer en Vader. Laat daarom achterwege, wat me eeuwig niet toekomt!'
[7] De engelen zeggen: 'Vriend, het is de wil van de Heer! Wil jij je daar tegen verzetten?' Terwijl hij op Mij wijst, zegt Robert: 'Mijn Heer en mijn God heeft nog niets gezegd! Als Hij het mij zal zeggen, zal ik het zeker doen, maar zonder Zijn woord niet. Want Hij alleen is alles voor mij, zonder Hem betekenen alle hemelen niets voor mij! Er staat geschreven: 'Jullie moeten allen door God onderricht worden. Wie niet door de Vader wordt opgevoed, deugt niet voor de hemel en komt niet tot de Zoon, die het eeuwige rijk is van de Vader!'
[8] De dragers van de waardigheidstekenen komen naar Mij toe en zeggen: 'Vader, wat moeten we nu doen? Hij neemt deze onderscheidingen niet aan!' Ik zeg: 'Wil hij blijven zoals Ik, geef het dan maar op, want hier bestaat eeuwig geen dwang, maar volledige onvoorwaardelijke vrijheid. Deze broeder is echter geen alledaagse geest. Zoals hij zijn er maar weinig, daarom moeten we van hem ook iets goed vinden. Leg deze waardigheidstekenen in zijn kamer; als het nodig zal zijn, zal hij ze wel gebruiken. Breng nu echter voor de drie aardse vorsten hun eigen kronen, scepters, zwaarden en purper! Het zij zo!'
«« 136 / 153 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.