Sethlahems woorden en opdracht aan de geredde meisjes. De drie boden drin-gen door tot Lamech. Over de onmachtige woede van Lamech

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 2)

«« 175 / 280 »»
[1] De vrouwen ontruimden meteen de trap en huilend spoedden zij zich met de kinderen naar buiten. Maar de meisjes gingen naar hun verblijven om zich aan te kleden, kwamen weldra feestelijk en netjes gekleed hij het drietal terug, vielen voor hen neer, vroegen hen om vergeving voor hun eerdere kwaadaardigheid, waartoe zij weliswaar meer gedwongen waren dan dat zij het uit vrije wil hadden gedaan, dankten hen voor de genade van de redding en vroegen hen toen om een voor altijd versterkende zegen; en het drietal troostte, zegende en sterkte hen in Mijn naam. Na deze handeling zei Sethlahem tegen de meisjes:
[2] 'Luister nu meisjes, jullie hebben Lamech nu vijf dagen lang gediend, - dat wil zeggen niet Lamech persoonlijk, maar veeleer zijn dienaren, daar Lamech sinds het drievoudige verlies van al zijn dienaressen en bijvrouwen niets meer te maken had met een vrouwelijk wezen, omdat ze hem een vloek in zijn mond waren geworden!
[3] Jullie zijn nu gereinigd en vrijgemaakt en je hebt de zegen van Jehova ontvangen door ons, Zijn dienaren en boden; daardoor is het kindschap van de hel jullie ontnomen en dat van de hemel je gegeven.
[4] En nu jullie kinderen van de hemel zijn geworden, moeten jullie je er altijd naar gedragen, opdat deze zegen steeds jullie deel zal blijven!
[5] Gehoorzaamheid is de eerste trede in het huis van het eeuwige leven. Als jullie dus ook het eeuwige leven willen bereiken, wees dan gehoorzaam aan ieder woord dat je uit onze mond zult horen en doe vanuit een steeds groeiende liefde tot Jehova alles wat wij jullie zullen opleggen! Als je dat allemaal met een trouw hart uit liefde tot Jehova doet, dan zal je kracht ook gaan groeien, en jullie zullen daardoor ware heldinnen worden - niet meer van de zonde, maar van het goddelijk eeuwige leven en daardoor ook van Gods eeuwige welgevallen!
[6] Het eerste wat wij van jullie verlangen is dat jullie ons naar Lamechs verblijf brengen!
[7] Ga daarna naar buiten om dor hout te sprokkelen, en draag dat naar de poelen en leg het op een droge plaats; ga daarmee door totdat wij bij jullie zullen komen!
[8] Wanneer de vrouwen die zich daar met drek besmeuren en wassen of iemand anders jullie zullen vragen waarom je dat doet, zeg dan alleen maar,
[9] Dat wij, boden van Jehova, jullie dat opgedragen hebben; en wee degene die het waagt zijn hand aan jullie te slaan of het door jullie verzamelde hout aan te raken!
[10] Nu weten jullie voorshands alles watje te doen hebt, en leidt ons dus naar het verblijf van Lamech! Amen.'
[11] En onmiddellijk ging een deel van de meisjes voorop en een deel volgde het drietal. Al zeer spoedig kwamen zij bij de deur van Lamechs persoonlijke verblijf. Ze wezen de deur naar het persoonlijke verblijf van Lamech aan en zeiden: 'Dit is het vertrek; of hij binnen is of niet, dat kunnen wij met een gesloten deur niet weten! - Moge Jehova met jullie en met ons zijn!'
[12] En Sethlahem loofde hun trouw en liet hen toen naar buiten gaan om hout te verzamelen.
[13] Kisehel raakte de deur aan, die stevig vergrendeld en versperd was, en deze sprong opeens open; en helemaal achter in het vertrek zat Lamech laaiend en gloeiend van toom op een grote troon, omgeven door duizend met lange spiesen bewapende knechten, beulen en dienaren.
[14] Zijn eerste begroeting was: 'Knechten, grijp die drie misdadige dieren uit de bergen! Bind hen vast, zodat ik ze eigenhandig kan verscheuren; hun bloed zal het bloed van mijn vrouwen Ada en Zilla en het bloed van mijn mooiste dochter Naëhme verzoenen! Ga en voltrek mijn almachtige wil!'
[15] Maar Kisehel hief zijn hand op en sprak met donderende stem: 'Halt! - Tot hier en geen haarbreed verder!
[16] Elke knecht die ook maar een hand of een voet zal bewegen, zal ogenblikkelijk aan de dood toebehoren!'
[17] Daar niemand zich verroerde, sprong Lamech zelf van de troon, rukte een knecht de lans uit zijn hand en wilde daarmee het drietal doorsteken. Maar de lans werd onmiddellijk gloeiend heet, en Lamech slingerde hem vloekend van zich af, greep meteen een andere - en verbrandde daarmee zijn hand.
[18] Omdat hij nu inzag dat hij zo goed als verloren was, vroeg hij bevend van razernij en woede aan de drie:
[19] 'Wat willen jullie beesten uit de bergen hier eigenlijk? Spreek, opdat Lamech jullie de vereiste tol kan betalen! - Spreek, - spreek, - spreek!'
«« 175 / 280 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.