Bethabara. Genezing van de jichtlijder. (22.11.1851 )

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 1)

«« 116 / 242 »»
[1] Tijdens de gesprekken van de Farizeeën en schriftgeleerden met leerlingen, brengen een man of acht een aan jicht lijdende man op een bed, om hem door Mij te laten helpen! Het huis was echter dermate omringd door mensen, dat het voor die acht mannen niet mogelijk was om de zieke in het huis bij Mij te brengen. Ze waren echter bang dat Ik al gauw zou vertrekken en, omdat het huis aan de zee lag, aan de zeezijde door een kleine uitgangsdeur naar zee zou gaan en ergens heen zou varen. Een van hen ging naar de eigenaar van het huis die hij kende, en zei: 'Vriend, mijn broers en ik hebben met z'n achten de broer van onze moeder, die door aanhoudende jichtaanvallen al acht volle jaren het bed niet meer heeft kunnen verlaten, met bed en al hierheen gebracht om hem op deze manier persoonlijk bij de beroemde wonderheiland te brengen, die zich in jouw huis bevindt en hem zeker kan genezen. Het is echter door die enorme volksoploop totaalonmogelijk hem in het huis voor Jezus te brengen. Vriend, kun jij ons alsjeblieft raad geven, wat we nu doen moeten!'
[2] De eigenaar zegt: 'Dat zal werkelijk wat lastig gaan; want de kamer waarin Jezus Zich bevindt, is stampvol mensen! Er zijn daar meer dan honderd leerlingen, met daarbij een grote groep Farizeeën, priesters en schriftgeleerden uit alle plaatsen en omstreken, en die overleggen daar. Maar ik zal vanwege onze oude en goede vriendschap, bij deze buitengewone gelegenheid toch wat voor jullie doen!
[3] Luister, mijn huis is net als de meeste vissershuizen gedekt met riet! We zetten buiten twee ladders tegen het dak, en schuiven vlug zoveel riet opzij, dat je de zieke met bed en al door het gemaakte gat kunt schuiven! Als hij dan op de zolder is beland, bind je sterke touwen aan de vier hoeken van het bed; er ligt genoeg touw op zolder. Ik doe vervolgens het valluik open in het midden van de zolder, en we laten de zieke aan de touwen met bed en al naar beneden in de kamer zakken, en dan kan hij zelf aan Jezus vragen, of Hij hem gezond wil maken. Degenen, die onder de opening in de kamer staan, zullen wel ruimte maken, als ze tenminste het ziekbed niet op hun hoofden willen laten rusten!'
[4] Dat is een kolfje naar de hand van die ene van de acht, en het werk wordt direkt uitgevoerd, terwijl het publiek geamuseerd en verwonderd toekijkt; en de hele onderneming verloopt gesmeerd en zonder één enkele storing. Maar een echt domme, ultramontane tempelpriester en letterknecht van de woorden der wet, maakte de gewetensvolle opmerking tegen degenen die het dak openlegden, of ze er wel erg in hadden dat het nu midden op de sabbat was!
[5] Eén van de acht zei: 'Ei, waarover praat jij hier, oude tempelos?! Houd je tandeloze bek dicht en kruip naar Jeruzalem in Salomo's ossen ezel -, kalver - en schaapsstal en blèr daar tesamen met deze gebruikelijke vulling van het godshuis je liederen van Jeremia! Wij hebben jullie tegenwoordige, beestachtige godsdienst al lang afgezworen en weten, dat God meer welgevallen heeft aan goede werken, dan aan het gebrul van jullie ossen en ezels!'
[6] De krachtige taal van die éne van de acht tegen de man van de tempel, bracht de strenge sabbathouder des te sneller en zekerder tot zwijgen, toen dit luide weerwoord een daverende bijval kreeg van de hele grote volksmenigte. Want de meeste Galileeërs gaven al lang niets meer om wat men daar in de tempel uitspookte.
[7] De nog jonge man had dan ook in. weinig woorden de volle waarheid op een ietwat overdreven grappige manier Uit de doeken gedaan en daarom kreeg hij zoveel bijval. Want men bracht bij grote feesten een massa rundvee, ezels en schapen in de tempel, alleen maar omdat deze dieren het hardste kunnen blèren en blaten, en men gaf ze dan eerst ook nog een paar dagen lang geen voer, opdat ze dan tijdens het offeren in de tempel zo'n ontzettend lawaai zouden maken, dat de mensen daardoor zouden sidderen en beven.
[8] Werkelijk, de eredienst in de tempel was, speciaal op de grote feestdagen, zo iets afgrijselijk doms en smerigs, dat men iets dergelijks ergens anders op de hele aarde niet vond, ook bij de ongeciviliseerdste volken niet; en zodoende had de jonge man een heel waar weerwoord aan de man uit de tempel gegeven, en dat antwoord was ook erg naar Mijn zin, omdat het Mij heel goed bekend was dat het gebeurde en hoe het gebeurde.
[9] Spoedig na dit voorval wordt het valluik van de kamer - of liever gezegd de zolder - geopend. Een gewichtig doende Farizeeër roept vragend naar boven: 'Wat is er aan de hand daar boven, wat gebeurt daar?!'
[10] Dan zegt de bijdehante spreker van daarnet: 'Heb maar even geduld, u zult het zo dadelijk zien! Kijk, het is vandaag sabbat; op deze dag komt meestal, zoals u het in de synagogen en scholen leert, het heil van boven! Dit keer is het heil van de mensen reeds beneden, en daarom komt er nu iemand, die nog geen heil heeft, van boven naar u daar beneden om daar zijn heil te zoeken. Er gebeurt hier dus niets dat strijdig is met de sabbat; want het is toch wel hetzelfde of op de sabbat het heil van boven naar beneden komt, of dat iemand het heil beneden zoekt, omdat het al vóór hem uit de hemel naar beneden kwam bij de blinde mensen, die het niet kunnen zien ook al stoten ze hun neuzen ertegen!'
[11] Deze toespraak veroorzaakt weer grote bijval bij de leerlingen, maar daarentegen ergernis bij de Farizeeën, priesters en schriftgeleerden; maar de leerlingen roepen luid: 'Vooruit, naar beneden met de ongelukkige van boven die hier beneden het heil zoekt!' En meteen wordt de zieke naar beneden gelaten.
[12] Toen deze op het bed voor Mij lag, smeekte hij Mij onder tranen of Ik hem wilde helpen! Ik zei tegen de zieke, omdat Ik zag, dat hij en degenen die hem op deze manier bij Mij gebracht hadden, een echt en waar geloof hadden: 'Wees getroost, Mijn zoon, je zonden zijn je vergeven!' Dat zei Ik echter alleen maar daarom eerst, om de Mij reeds welgezinde schriftgeleerden op de proef te stellen; want ze waren Mijn vrienden geworden door de opwekking van de dochter van Jaïrus, die hun overste was.
[13] Toen Ik echter tegen de zieke zei: 'Je zonden zijn je vergeven (Matth.9:2), stak bij enige wantrouwende schriftgeleerden meteen ergernis de kop op, en ze zeiden in hun harten: 'Wat is dat nu, wat horen wij? Is hij wel een echte heiland? Hij lastert God!.' (Matth. 9:3) Want ze hielden Mij alleen maar voor een bijzonder soort dokter; want dat er in Mij een goddelijke kracht zou wonen. vonden ze een godslastering. Want de kracht van God bevond zich alleen maar in de priesters. Levieten, Farizeeën en schriftgeleerden, en dan nog alleen maar in de tempel in Jeruzalem!"
[14] Omdat Ik natuurlijk hun geheimste gedachten kende, richtte Ik meteen het woord tot hen en zei: 'Waarom denkt u zulke slechte dingen in uw hart?! (Matth.9:4) Wat is nu makkelijker te zeggen. 'Je zonden zijn je vergeven! (wat u toch altijd zegt, en nog wel speciaal tegen die mensen. die met kostbare offers bij u komen, terwijl in feite daardoor niemand geholpen wordt) of 'Sta op en wandel!, waarna dat meteen gebeurt!' (Matth. 9:5)
[15] Een schriftgeleerde antwoordt daarop: 'Het lijkt me toe dat u deze mens, behalve dan met het vergeven der zonde, ook verder niet zult kunnen helpen! Want als de jicht je eenmaal zo heeft toegetakeld, dan helpt alleen de dood nog maar!'
[16] Ik zeg: 'Denkt u er zo over?! U matigt zich aan dat u alleen de zonden vergevende kracht zoudt bezitten, en u zegt daarbij dat hij alleen maar door de dood te genezen is. Ik zeg u echter: Opdat u zien en weten kunt dat de Zoon des mensen op aarde óók de macht heeft om de zonden te vergeven, zeg Ik nu in uw bijzijn tegen deze zieke: 'Sta op, neem je bed en ga volledig gezond en getroost naar huis! (Matth. 9:6)
[17] Na deze woorden strekte de zieke. opeens geheel gezond. zijn voorheen allerellendigst verdraaide en ten dele reeds verdroogde ledematen uit en in datzelfde ogenblik kwam ook al het vlees weer terug. Hij bedankte Mij snikkend van overgrote vreugde. stond van zijn bed op en was meteen weer zo sterk en krachtig. dat hij dadelijk de touwen van het bed losmaakte. vervolgens het bed onder zijn linker arm nam, zich met het tamelijk zware en omvangrijke bed met gemak door het grote gedrang een weg baande en het zelf tot Kapérnaum naar huis droeg! (Matth.9:7)
[18] De hele menigte die hier aanwezig was en deze daad gezien had. begon luid God te loven en te prijzen dat Hij aan een mens deze macht gegeven had. die alleen God Zelf maar kon hebben en waardoor Hem alle dingen mogelijk zijn! (Matth. 9:8)
[19] Deze daad sterkte de aanwezige Farizeeën en schriftgeleerden zodanig, dat ze hun slechte gedachten lieten varen en zeiden: 'Dat is werkelijk; alles overtreffend! Hoe u dat doet. dat kan werkelijk alleen God maar, weten en anders niemand op de hele aarde!.
«« 116 / 242 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.