Bedenkingen van Cyrenius vanwege het feit dat elk Romeins huwelijk behoort te worden ingezegend door een hogepriester van Hymen. Goede raad van Jozef

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 108 / 302 »»
[1] Door deze toezegging van Jozef volledig tevredengesteld, zei Cy­renius tegen Jozef:
[2] ‘Hoogst geachte vriend, al mijn wensen zijn nu vervuld; er is nu werkelijk niets meer dat ik nog zou kunnen wensen.
[3] Toch is er nog een fataal punt dat een noodlottige omstan­digheid voor mij zou kunnen wor­den, en dat is dit:
[4] Tullia, de hemelse, is nu wel­iswaar met Gods zegen mijn wet­tige vrouw, maar naar de uiterlij­ke schijn blijf ik een Romein. Ik moet mij daarom -omwille van het volk – en om een akte te ver­krijgen -formeel door een pries­ter laten inzegenen!
[5] En zo’n zegen kan alléén maar worden gegeven door een priester van Hymen; pas daarna is zo’n verbintenis rechtsgeldig!
[6] Hoe krijgen we zoiets hier georganiseerd, nu behalve de drie onderpriesters er verder geen een meer in leven is?’
[7] Nu zei Jozef: ‘Maar beste Cyrenius toch, wat zou je je zor­gen maken om iets dat geen bete­kenis heeft?!
[8] Als je naar Tyrus teruggaat zul je daar zeker priesters genoeg vinden, die bereid zullen zijn om je voor geld en goede woorden alsnog te zegenen, als je enig ge­wicht hecht aan zo’n zegening.
[9] Maar als je het erbij Iaat zo­als het nu is, doe je daar beter aan! Want jij bent de baas over je eigen wetten!
[10] Overigens herinner ik me ooit van een Romein te hebben gehoord, dat er te Rome een ge­heime wet bestaat die luidt als volgt:
[11] Kiest iemand een meisje tot vrouw in tegenwoordigheid van een stomme, van een nar of van een onmondig kind,
[12] terwijl die door het tonen van een welwillende glimlach met die verkiezing instemmen, dan is dat huwelijk daardoor volkomen geldig, mits de dienstdoende ver­antwoordelijke priester daarvan aantekening houdt!
[13] Een offertje in klinkende munt zou uiteraard niet mogen ontbreken!
[14] Als deze geheime wet wer­kelijk van toepassing is, dan heb je toch verder niets nodig!
[15] Je Iaat eenvoudig de drie priesters, die hier in huis zijn, ko­men! Zij zullen voor je getuigen, dat je in de tegenwoordigheid van een glimlachend zegenend Kindje van nauwelijks vier maanden Tul­lia hebt uitverkozen!
[16] Met zo’n getuigschrift, dat ook nog helemaal juist is, en met een bescheiden gouden munt, heb je toch zeker tegenover heel het Romeinse volk verder niets no­dig?!’
[17] Cyrenius sprong nu van blijdschap letterlijk een gat in de lucht en zei tegen Jozef:
[18] ‘Werkelijk, beste broeder, je hebt groot gelijk! Er bestaat in ernst zo’n wetje! Ik dacht er alleen niet direct aan!’
[19] ‘Dan is dus alles best in or­de zo. Laat de drie priesters dus maar komen, dan zal ik met hen terzake passend overleg plegen!’ Jozef riep nu direct de drie -nog steeds het stilzwijgen bewarende­ priesters de kamer binnen.
«« 108 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.