Flauwten van Tullia en van Eudokia. Giftige slangen op de top. Maria en het Kindje zuiveren die plaats. Cyrenius’ gevolg ver­bijsterd

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 124 / 302 »»
[1] De troep wilde dieren keerde niet om, maar trok grommend verder .
[2] Eudokia, die naast Maria, en Tullia, die naast Cyrenius, die nu vlak voor de beide ezels liep, voortgingen, kregen van de schrik beiden een kleine flauwte bij de aanblik ervan.
[3] Maar Jozef en Maria spra­ken hen weer zoveel moed in, dat ze hun angst al gauw vergeten wa­ren.
[4] Ongehinderd ging de tocht nu weer verder, zodat ze zonder oponthoud de top bereikten.
[5] Maar, toen ze helemaal bo­ven waren, waar het uitzicht vrij was en waar op het hoogste punt een tempel stond, daagden er nieuwe moeilijkheden op.
[6] Daar was namelijk bij de tempel een vaste rustplaats van zeer giftige ratelslangen en ad­ders!
[7] Met honderdtallen lagen die rondom de tempel op het ruime plein te zonnen.
[8] Toen nu dit ongedierte het naderend gezelschap in de gaten kreeg, begon het te ratelen, te sis­sen en lieten ze hun gespleten ton­gen heen en weer schieten.
[9] Het gevolg van Cyrenius werd verlamd van angst, maar het meest te kwaad had Tullia het wel, die te voet was! Ze werd als uit­zinnig van angst en had zich haar ondergang levendig voor ogen!
[10] Maar niet alleen de men­sen, ook de drie leeuwen gaven hun angst te kennen door het sla­ken van geluiden en door zich, als om bescherming smekend, dicht tegen de mensen aan te drukken!
[11] echter was per­soonlijk geenszins van zijn stuk gebracht; hij geneerde zich even­wel over zijn vrouwen zijn gevolg!
[12] Hij wendde zich daarom tot Jozef, zeggend: ‘Broeder, zeg alsjeblieft tegen de beide dienaren van de Heer, dat ze dit tuig moe­ten bezweren.’
[13] Maar Jozef zei: ‘Dat hoeft helemaal niet!
[14] Je moet namelijk weten dat mijn vrouw hierin een genie is, we behoeven haar alleen maar met haar ezel voorop te laten gaan!
[15] Je zult zien dat dit gespuis dan voor haar op de vlucht zal slaan. ,
[16] Maria ging nu inderdaad met het Kindje op haar ezel voor­op lopen, en, toen het ongedierte haar ontdekte,
[17] vluchtte het daar bliksem­snel vandaan; niet één was er meer te zien!
[18] Het gehele gevolg van Cy­renius was verbijsterd en velen onder hen vroegen elkaar:
[19] ‘Zou dit niet de godin Hy­giea kunnen zijn?! …dat al die slangen aan haar wenken gevolg geven!’
[20] Cyrenius hoorde hun on­derlinge vragen stellerij en hij zei: ‘Wat praten jullie toch over Hy­giea, die nooit bestaan heeft?
[21] Neen, hier is meer aanwe­zig zelfs dan Juno, die overigens ook nooit bestond; Dit is de door God, de Allerhoogste, uitverko­ren vrouw van deze wijsgeer hier!’
[22] Nu stond heel het gevolg van Cyrenius werkelijk perplex en niemand kon nog de moed op­brengen iemand vragen te stellen!
«« 124 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.