Vragen van Cyrenius over de wonderbaarlijke spreekvaardigheid van het drie maanden oude Jezuskindje. Het heerlijke en wijze antwoord van de engelen over het geheimzinnige Wezen van het Kindje

Jakob Lorber – De jeugd van Jezus

«« 129 / 302 »»
[1] Onmiddellijk wendde Cyrenius zich nu op uiterst deemoedige wij­ze tot het Kindje en zei:
[2] ‘Mijn Leven Jij, mijn Al­les. ..: Als men dan al weet Wie Jij bent, dan blijft het toch nog een ongelooflijk wonderbare zaak, dat Jij, een Kindje van drie maanden, zo volkomen en boven­dien zo buitengewoon wijs kunt spreken!
[3] Daarom zou ik graag hier op deze berg, waarop zich alreeds zoveel wonderlijks heeft voorge­daan …, enig licht door Jou in deze zaak geworpen zien! Zou Je mij daarover niet een paar woord­jes willen gunnen?’
[4] Maar het Kindje zei: ‘Kijk, daar naast Jozef staan de twee jongelingen, Mijn dienaren; ga naar hen toe: zij zullen je dan wel inlichten!’
[5] Cyrenius volgde die raad di­rect op en wendde zich tot de twee jongelingen.
[6] Deze zeiden hem: ‘Wel, dit is een zuiver hemelse aangelegen­heid. Wij kunnen U dat wel uit­leggen, maar dan zult U het toch niet begrijpen!
[7] Natuurlijke mensen kunnen het zuiver hemelse nooit begrij­pen, omdat hun geest nog niet vrij is, nog bevangen is door de gehele wereldse materie.
[8] U bijvoorbeeld bent ook nog overheersend natuurlijk, derhalve zult U ook niet kunnen verstaan wat wij U mededelen!
[9] Maar omdat U ingelicht wilt worden, zullen wij U dit overeen­komstig de wens des Heren doen;
[10] het begrip ervoor kunnen wij U niet geven: U bent nu een­maal nog een natuurlijk mens!
[11] Luistert U dus: Tegen U kan het Kindje naar Zijn mense­lijke aard nog lang niet spreken!
[12] Dat zal Het pas over onge­veer een jaar enigszins kunnen.
[13] Maar in het hart van het Kindje woont de Volheid van de Eeuwige, Almachtige Godheid!
[14] Wanneer het Kindje nu verstaanbaar en uiterst wijs spreekt dan spreekt niet het Kind­je dat U ziet, maar dan spreekt de Godheid vanuit het Kindje. ..in Uw daartoe opgewekt gemoed!
[15] U verstaat de woorden dan net alsof het zichtbare Kindje sprak.
[16] Toch is dat niet zo, want het was alleen en uitsluitend de voor U niet zichtbare Godheid, Die sprak!
[17] Datgene wat U meent van buitenaf te horen, hoort U in feite slechts innerlijk! En dat geldt voor iedereen, die het Kindje hoort spreken!
[18] Om Uzelf hiervan te over­tuigen, kunt U zover van het Kindje af gaan staan, dat U zijn natuurlijke stem niet meer kunt horen.
[19] Als dan het Kindje tot U spreekt, zult U Het in de verte evengoed verstaan, als stond U vlakbij! Gaat U dus maar en neemt die proef!’
[20] Cyrenius liep nu, alhoewel hij er niets van begreep, zo’n dui­zend passen langs de flank van de berg daarvandaan.
[21] Plotseling hoorde hij het Kindje heel helder en duidelijk roepen:
[22] ‘Cyrenius, kom maar weer vlug terug, want direct onder het punt waar je staat, daar is een hol vol tijgers!
[23] Zij krijgen nu de lucht van je en speuren naar je! Ren dus maar gauw terug, voor ze je in het oog krijgen!’
[24] Dit horend, vloog Cyreni­us, vlug als de wind terug. Hij stond daar nu totaal verbluft. Hij had wel verdere vragen willen stellen, maar uiteindelijk wist hij eigenlijk zelf niet meer waarover; deze ervaring was wat al te won­derlijk voor hem geweest!
«« 129 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.