Het berouw van de verrader. De leeuwen hebben medelijden. Goede raad van Jozef. Cyrenius’ grootmoedigheid en de heer­lijke uitwerking daarvan op de rouwmoedige dienaar

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 139 / 302 »»
[1] Bescheiden had zich ook de on­trouwe dienaar in een hoekje van de zaal teruggetrokken. Berouw­vol overwoog hij daar de misstap, die hij tegenover zijn meester had begaan!
[2] Omdat een ieder echter in wijsgerige gesprekken verwikkeld was, bekommerde niemand zich om hem.
[3] Het aan Cyrenius wel ge­trouwe personeel had toch al links en rechts de handen vol bij het schikken van de tafels, bij het werk in de keuken en met het op­stellen van allerlei ornamenten.
[4] Daardoor had ook het per­soneel geen aandacht voor hun treurende kameraad.
[5] Plotseling stonden nu de drie leeuwen op en draafden naar de rouwmoedige knecht van Cyre­nius toe. Ze likten hem, en ze ga­ven op allerlei manieren te ken­nen, dat ze op een of andere wijze met hem meevoelden!
[6] De eerste die bemerkte wat de drie leeuwen met de knecht deden, was Maronius en deze wees Cyrenius erop.
[7] Maronius was namelijk bang dat die drie wellicht trek in de die­naar zouden krijgen!
[8] Toen Cyrenius de wonder­lijke situatie van zijn ontrouwe knecht bemerkte, toen pas kwam hij ertoe om met Jozef over het verraad van die bediende te gaan spreken.
[9] Jozef zei hem: ‘Vriend en broeder, hier zie je nu gebeuren, wat ik jou al op de trappen aan­beval te doen, toen ik je zei, dat een druppel medelijden beter is dan een paleis vol allerzuiverste gerechtigheid.
[10] Die drie leeuwen geven jou hier een goed voorbeeld! Ga er­heen, en stel hen -als mens -in de schaduw!
[11] Vanmorgen, op de reis hierheen, heb ik van een van de jongelingen des Heren vernomen, hoe jij tegenover je gemalin de loftrompet over deze dieren hebt gestoken.
[12] Hoe kan het dan nog moge­lijk zijn, dat deze dieren jou nu nog moeten tonen, wat jijzelf al­lang had behoren te doen?!
[13] Weet je, zo onderwijst de Heer nu de mens voortdurend!
[14] Op deze wereld gebeurt er niets zinloos; zo kun je bijvoor­beeld zelfs van de bewegingen van een stofje in een zonnestraal echte wijsheid Ieren!
[15] Ook dat wordt namelijk door Gods Wijsheid zo bestuurd en gestuurd als de zon en de maan aan de hemel.
[16] Moet je dan dat gedrag van de leeuwen niet ook opvatten als een wenk van de Heer, Die je daarin duidelijk wenst te maken wat je te doen staat?!
[17] Ga erheen man, en richt die arme diepgezonken drommel op! Ga naar hem toe, en herstel die door en door rouwmoedige broe­der weer in ere!
[18] De Heer heeft hem name­lijk voor jou voorbereid, opdat hij voor jou een bijzonder trouwe broeder moge worden!’
[19] Toen hij dit alles gehoord had, snelde Cyrenius naar zijn knecht toe, pakte hem bij zijn ar­men en zeI:
[20] ‘Broeder, je hebt je tegen­over mij slecht gedragen, maar ik zie dat je berouw hebt. Kom over­eind!
[21] Van nu af aan zul je door mij niet langer als een knecht worden beschouwd, maar als een trouwe broeder aan mijn zijde!’
[22] Dit brak de dienaar het hart. Hij begon hardop te huilen en te klagen, omdat hij zich tegen deze bovenmenselijke adeldom bezondigd had.
«« 139 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.