Over de door Joël slecht bereide pap. Verwijten van Maria en Jozef. Het Kindje heeft echter consideratie met Joël. Opvoedingswenken

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 168 / 302 »»
[1] Nu pas proefde Maria van de pap, die Joël voor het Kindje had klaargemaakt: ze bevond hem werkelijk zurig en ranzig, zoals dat met griespap het geval kan zijn.
[2] Ze liet Joël, die in de keuken nog druk bezig was met vis bak­ken, bij zich komen.
[3] Toen hij kwam zei de moeder ernstig: ‘ Joël, proef jij die pap eens even!
[4] Heb jij dan voor het Kindje zo weinig respect en voor je vader Jozef en ook voor mij, je vaders trouwe gemalin, dat je me zo iets durft aandoen?!
[5] Geven onze koeien en geiten dan soms geen vérse melk meer?
[6] Waarom heb je melk van gis­teren genomen, die al zuur ge­worden is? Koud kun je die nog wel drinken, als je dorst hebt, … maar gekookt niet. Vooral voor kinderen wordt ze dan slecht te verteren!’
[7] Nu kwam ook Jozef proe­ven, en die wilde Joël al een flinke uitbrander geven.
[8] Maar toen zei het Kindje: Jullie mensen ook! Waarom moe­ten jullie Mij toch altijd weer overtroeven?
[9] Is wat Ik over Joël opmerkte soms niet voldoende? Waarom moeten jullie hem dan na Mij ook nog eens grondig de les lezen?!
[10] Denken jullie soms dat jul­lie strengheid Mij welgevallig is? Niets ervan! …O nee, mij bevalt alleen liefde, zachtmoedigheid en geduld!
[11] Door onachtzaamheid heeft Joël inderdaad een laakbare fout gemaakt.
[12] Daarvoor heb Ik hem door Mijn aanmerking al gestraft, en die straf is voldoende. Waarom dan nog die verdere verwijten en een huis vol drukte daarover­heen?
[13] Een vader kan er wel goed aan doen als hi j kleinere kinde­ren, als die lelijk doen, er met de roede van langs geeft, maar vol­wassen zonen. ..: voor hen moet hij steeds trachten een wijze en zachtaardige leraar te zijn !
[14] Pas wanneer een zoon zich tegen zijn vader verheft, dan moet die zoon met straf bedreigd wor­den!
[15] En, als hi j zich dan weer ten goede bekeert, dan moet alles weer goed met hem zijn.
[16] Zou hij zich echter niet be­keren, dan, ja dan moet hij wor­den verstoten, en uit zijn vaders huis worden gezet, en verdreven uit het land!
[17] Maar Joël heeft helemaal geen echt kwaad gedaan; hij nam alleen geen tijd om een geit te melken, omdat hij zo’n trek in vis had!
[18] Na vandaag zal hij zoiets zeker nooit meer doen, dus is alles hem vergeven!’
[19] Nu riep het Kindje Joël bij Zich en zei tegen hem: ‘ Joël, als je van Mij houdt, zoals Ik van jou, doe dan je vader en moeder zoiets niet meer aan!’
[20] Joël was er ontroerd van; hij weende, viel op zijn knieën om het Kind je en Maria en Jozef om vergiffenis te vragen.
[21] Maar nu zei Jozef: ‘Jongen, sta nu maar op hoor, wat de Heer je vergeeft, dat is je, ook door mij en moeder, vergeven:
[22] Ga nu maar gauw kijken hoe het met de vis staat.
[23] En het Kindje voegde daar nog haastig aan toe: ‘Ja, ja, ga alsjeblieft, anders wordt de vis nog te hard gebakken, en dat zou niet lekker zijn ; Zelf wil Ik er ook van eten!’
[24] Deze bezorgdheid beviel de andere acht kinderen zozeer, dat ze er de grootste pret om had­den.
[25] Zelf lachte het Kindje ook hartelijk mee, en daardoor kwam er nu een echt aangename sfeer aan tafel, en in Jonatha’s ogen twinkelden dan ook tranen van verrukking.
«« 168 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.