Ernstig woord van Jezus tegen Maria. Droevige voorspelling over de verachting in de wereld jegens de Heer en Zijn volgelingen

Jakob Lorber - De jeugd van Jezus

«« 201 / 302 »»
[1] Onder degenen, die werden af­gewezen bevonden zich echter ook Maria, Eudokia en Jacob.
[2] Toen Maria desondanks toch naar binnen ging, volgden Eudokia en Jacob haar .
[3] Maria bukte zich naar het Kindje en zei:
[4] 'Luister Jij eens, Kindje: nu doe Je wel heel erg lelijk!
[5] Als Je mij nu al de deur wijst, wat zal Je mij dan niet gaan aandoen als Je eenmaal een man geworden bent!?
[6] Zo lelijk mag Je tegen mij, die Je met grote angst en veel pijn onder het hart gedragen heb, niet zijn!'
[7] Maar nu keek het Kindje Maria op Zijn allerliefste wijze ernstig aan en zei:
[8] 'Hoe komt u erbij Mij Uw Kindje te noemen?! Bent u dan vergeten wat de engel tegen u ge­zegd heeft?!
[9] Hoe moest u ook weer Dat­gene, Wat uit u geboren zou wor­den, noemen?
[10] Dit heeft de engel gezegd: 'En Wat uit u zal geboren worden zal Gods Zoon, Zoon van de Al­lerhoogste heten!'
[11] Als dit dus juist is en niet anders, hoe kunt u Mij dan alsnog uw zoontje noemen?
[12] Als Ik echt uw zoon zou zijn, dan zoudt u zich ook meer met Mij bezighouden dan met Tullia!
[13] Omdat Ik niet uw zoontje ben, ligt Tullia u nader aan het hart dan Ik!
[14] Als ik een tijdje buiten speel, en dan weer de deur inkom, komt niemand Mij met een hart vol vurige liefde tegemoet!
[15] Ik ben allang wat het dage­lijks brood is voor knechten en meiden geworden, en niemand verwelkomt Mij met open armen!
[16] Maar als er de eerste de beste kletsmadam uit de stad hierheen komt, dan wordt die wel met alle eerbetoon ontvangen!
[17] Precies zo gaat het nu weer met die domme Tullia, die van Mij het leven terugkreeg!
[18] Maar voor Mij, de Schenker van het leven hebben jullie nau­welijks aandacht!
[19] Zegt U nu zelf of dat juist is!?
[20] Ben Ik dan soms niet meer dan de eerste de beste stadsklets­tante en niet meer dan deze Tul­lia?!
[21] O, gij allen, die Mij eens als knechten zult navolgen, verheugt u! Want zoals het Mij nu vergaat, zo zal het u eveneens vergaan!
[22] Uw beschermers zullen u in een hoekje zetten -zodra ze be­zoek ontvangen van hun klets­broers en -zusters!' Deze woorden drongen diep door in het hart van Maria en zij trok het zich erg aan.
«« 201 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.