Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 216 / 302 »»
[1] Vervolgens gingen ze weer allemaal naar binnen en, omdat het Kindje dat wilde, aan tafel.[2] Van de voorname gasten had namelijk nog niemand ook maar het geringste gegeten; en de drie grote vissen lagen er nog bijna geheel onaangeroerd.
[3] Maar doordat er tijdens dat zoeken naar het Kindje meerdere uren waren verstreken, en de dag al in de avond overging,
[4] waren de vissen uiteraard koud geworden, in welke toestand zij door de joden meestal niet gegeten mogen worden.
[5] Maar zolang de zon niet was ondergegaan, mochten ze nog wel gegeten worden, mits ze eerst weer boven het vuur verwarmd werden.
[6] Jozef riep derhalve vlug zijn vier koks en gaf opdracht de vissen opnieuw te bakken.
[7] Maar het Kindje zei: ‘ Jozef, laat dat nu maar; van nu af aan mogen vissen ook koud genuttigd worden, mits ze maar eerst geroosterd zijn.
[8] In plaats van opnieuw roosteren, moet u citroenen laten brengen en wat fijne spijsolie:
[9] Op die wijze zullen die vissen beslist beter smaken, dan wanneer ze opnieuw gebakken worden!’
[10] Dadelijk volgde Jozef deze raad van het Kindje op: hij liet een flinke mand citroenen brengen en een forse kan verse olie.
[11] Alle gasten waren benieuwd hoe deze nieuwe kost zou smaken.
[12] Cyrenius was de eerste, die een flink stuk vis nam, er olie opdeed en het sap van een citroen.
[13] Na geproefd te hebben, was hij vollof over de aldus toebereide vis.
[14] Op grond van deze ervaring van de landvoogd tastten nu ook de andere gasten toe: en het gerecht smaakte allen zo goed, dat zij er nauwelijks over uitgepraat kwamen.
[15] En toen nu ook Jozef zelf een niet onbeduidende proef had genomen, zei hij:
[16] ‘ Als Mozes ooit een zo toebereide vis zou hebben genoten, zou hij vast en zeker ook dit gerecht in zijn voedingsleer hebben opgenomen.
[17] Maar hij zal in de keuken wel niet zo goed thuis zijn geweest als Jij, mijn lief Jezuskind!’
[18] Nu glimlachte het Kindje heel hartelijk, en op bijzonder vriendelijke toon zei Het:
[19] ‘Lieve vader Jozef, dat zit hem hierin:
[20] Ten tijde van Mozes in de woestijn luidde het devies: De honger is de beste kok, en het volk zou tot zijn schade dikwijls uit honger rauw vlees hebben gegeten;
[21] Mozes moest dus wel dit eetvoorschrift geven; daarom moesten dus toen die spijzen vers en warm gegeten worden!
[22] Maar nu is het devies, en dat zal het altijd blijven: De Heer is de beste kok! En dus kan men ook van koude vis met citroen en olie genieten.
[23] En wel hierdoor: koude, mits goed gebraden vis verkeert in een toestand, die lijkt op die, waarin de heidenen verkeren; het citroensap gelijkt op de kracht uit Mij, die hen moet samentrekken en verenigen; en de olie is te vergelijken met Mijn tot hen gerichte woorden. Kun je nu begrijpen, waarom die vis beter smaakt?’ … Hierdoor werd iedereen tot tranen toe bewogen en men was uiterst verbaasd over de wijsheid van het Kindje.
«« 216 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
