De Godheid in het Kindje treedt terug. Laatste opdrachten voor Jozef en voor Cyrenius. De nachtrust. Jacob door het Kindje bijzonder begenadigd

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 226 / 302 »»
[1] Dadelijk nadat de kometenaf­faire beslecht was, zei het Kindje tot Jozef:
[2] ‘ Jozef, de laatste twee dagen heb Ik Me als een echte heer des huizes gedragen, en jullie deden alles wat IK zei;
[3] maar van dit moment af draag Ik dat huisvaderlijke ambt weer aan u over; zoals u het heb­ben wilt, zo zal het ook moeten gebeuren!
[4] Van nu af aan ben Ik weer zoals ieder ander mensenkind, en dat moet Ik zijn, want ook Mijn Vlees moet groeien voor jullie al­ler welzijn!
[5] Jullie moeten dan ook van Mij nu en in de toekomst in dit land geen openlijke wonderdaden meer verwachten,
[6] maar Iaat je desondanks niet in de war brengen wat betreft jul­lie geloof en vertrouwen in Mijn macht en Mijn gezag;
[7] want Wat Ik was van eeuwig­heid, dat zal Ik altijd blijven, en dat zal Ik zijn in eeuwigheid!
[8] Weest dus niet bang voor de wereld, die voor Mij geen partij is. Waarvoor jullie wel moeten op­passen is te vergeten wat je aan mij hebt; dat zou namelijk voor jullie zielen de dood betekenen!
[9] Jij Jozef, neem het bewind over dit huis weer van Mij over, en Iaat er recht en gerechtigheid ge­schieden in de naam van Mijn Vader, Amen!
[10] En jij, Cyrenius, vaar jij morgen weer voorspoedig terug naar Tyrus, want daar liggen al weer belangrijke zaken op je te wachten!
[11] Mijn liefde en genade zijn met je, je kunt dus gerust zijn. Voor het overige moet je maar met Jozef overleggen; want nu is hij weer de heer des huizes!’
[12] Vervolgens riep het Kindje Jacob bij Zich, en tot hem zei Het:
[13] ‘Jacob, laat tussen ons de eerste verhouding heersen, je weet wel!
[14] En voor wat dit land betreft Iaat Ik het hierbij. Amen!’
[15] Nu werd Jozef erg treurig en hij smeekte het Kindje met grote aandrang dat Het toch liever maar als Godheid aanwezig zou blijven.
[16] Maar het Kindje sprak ver­der nog slechts echt kinderlijk, zodat er in Zijn spraak ook niet het flauwste spoort je meer van Zijn Godheid over was.
[17] En Het werd nu zelfs ook nog slaperig, zodat Jacob Het naar bed moest brengen.
[18] Tot diep in de nacht zat het gezelschap bijeen om zich over de reden van de verandering bij het Kindje het hoofd te breken,
[19] maar niemand wist iets steekhoudends op te merken; het bleef bij een heen en weer vragen stellen aan elkaar.
[20] Het juiste antwoord wist echter niemand !
[21] Ten slotte zei Jozef: ‘Wij weten nu waaraan het ons man­keert, en ook wat ons te doen staat; Iaat ons daarmee maar te­vreden zijn!
[22] Het is al diep in de nacht; ik vind dus dat het het beste is om ons ter ruste te begeven.
[23] Hierover was iedereen het met Jozef eens, en allen gingen ze al gauw in het huis ter ruste.
«« 226 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.