Overpeinzingen van de onderwijzer over de jongen, waarschu­wing van Jezus aan de onderwijzer. Jezus, licht voor de heidenen en oordeel over de joden! De onderwijzer neemt de vlucht

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 289 / 302 »»
[1] Een vol uur lang dacht Piras Zacheüs na over de woorden van het Kindje, maar hij kwam er niet uit.
[2] ‘Wat kan deze jongen dan toch zijn?’ zei hij vele malen tegen zichzelf.
[3] ‘Zou Hij Elia kunnen zijn’ die nog eens terug moet komen?
[4] Of is hij Samuël of een of andere herrezen grote profeet?
[5] Hij is in Bethlehem gebo­ren. ..en daar komt geen profeet vandaan!
[6] Wel moet vandaar de Mes­sias komen!
[7] Zou die jongen dan soms de Messias zelf kunnen zijn?
[8] Hij moet uit de stam van David zijn dan! En dan moet Jo­zef dus een rechtstreekse afstam­meling van David zijn,
[9] nu ja, een strikt geloofwaar­dig bewijs is er natuurlijk niet. ..
[10] Ogenschijnlijk is er wel veel vóór;
[11] maar wie kan zoiets als de­gelijk en overtuigend aannemen, zonder dat er een historisch bewijs voor is?
[12] En toch ben je, als je op de jongen zelf afgaat, haast genoopt het zo te zien.
[13] Maar die Romeinse vrij­domsbrief, die spreekt het weer helemaal tegen;
[14] want de Messias zal toch een krachtig tegenstander van de Romeinen moeten zijn!
[15] Maar hoe zou Hij dat nu kunnen zijn als hun vriendschap met de Romeinen zo groot is, dat die hen tot hun burgers hebben gemaakt?
[16] Mettertijd zou hij dan wel een groot veldheer voor Rome kunnen worden, een messias voor de heidenen,
[17] maar voor ons een twee­snijdend zwaard, dat ons te gron­de zal richten!
[18] Als ik dat nu eens aan de hogepriester zou melden, dan zou dat wel zeer voordelig voor mij kunnen zijn!’
[19] Op dit moment kwam het Kindje met Jacob in de tuin terug, stapte naar de onderwijzer toe en zei tegen hem:
[20] ‘Piras Zacheüs, u moet het maar uit uw hoofd zetten om Mij vóórtijdig aan de hogepriester be­kend te maken,
[21] dat zou namelijk uw dood betekenen, nog vóór u drie stap­pen zoudt hebben gezet!
[22] U hebt Mijn Macht proef­ondervindelijk vastgesteld; laat dat dus een duidelijk vermaan voor u zijn!
[23] Wat u overigens tegen uzelf hebt gezegd over een Messias voor de heidenen, dat is zeker niet van grond ontbloot;
[24] want zo zal het inderdaad gaan: een licht voor de heidenen en een oordeel over de joden en over alle kinderen van Israël!’
[25] Dit ergerde de onderwijzer en hij zei dan ook: ‘ Als de zaken zó liggen, ga dan maar liever van ons weg en ga naar de heidenen!’
[26] Maar het Kindje antwoord­de: ‘Ik ben een Heer en doe wat Ik wil; en u bent allerminst iemand, die hier de dienst zou kunnen uit­ maken!
[27] Zwijg dus maar liever en maak dat u wegkomt, anders zou u Mij nog dwingen u iets aan te doen!’
[28] Toen Piras Zacheüs dit van het Kindje gehoord had, stond hij vlug op en maakte dat hij weg­kwam, terug naar de stad.
[29] Zo werd Jozef verlost van een lastige gast en kon zich op­nieuw aan zijn zaken wijden.
«« 289 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.