De zesjarige Jezus wekt de verongelukte ijdele knecht van Salome op uit de dood. Jezus leest hem de les en ontvlucht menselijke lof

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 292 / 302 »»
[1] Toen Jezus ruim zes jaar was had Salome eens een boom, die al ver heen was, laten omhak­ken om hem daarna door haar oud knechten te laten stukzagen en tot klein hout te kappen, dat ze dan als brandhout wilde gebruiken­
[2] Bij deze gelegenheid pochte een jonge knecht hevig op zijn ijver en zei tegen zijn drie mak­kers:
[3] ‘ Als jullie dat hakwerk aan mij over willen laten, zal ik met die hele boom net zo vlug klaar zijn als jullie met z’n drieën!’
[4] Zijn maats gunden hem die eer maar al te graag.
[5] Nu pakte hij zijn scherpe bijl en hakte er met grote ijver op los.
[6] Maar in zijn overmoed sloeg hij een keer mis, waarbij hij in plaats van het hout zijn voet raak­te, die hij van de teen tot de hiel in tweeën spleet.
[7] Hij viel op de grond en schreeuwde om hulp. Nu drong weliswaar iedereen dadelijk om hem heen, maar er was niemand, die verbandmiddelen bij zich had.
[8] Het gevolg was dat de jon­geman doodbloedde.
[9] Nu werd men ook ten huize van Jozef opmerkzaam op dat ge­schreeuw en gejammer bij het dichtbij gelegen huis van Salome.
[10] Ook Jezus holde erheen en drong tussen de omstanders door tot Hij bij de inmiddels overleden knecht stond.
[11] Snel greep Hij de gespleten voet van de dode en drukte die krachtig aaneen, en zo genas hij die meteen.
[12] Toen die voet aldus gene­zen was, greep Hij de hand van de dode man en zei:
[13] ‘Luister, ijdele jonge kerel: Ik zeg je: sta op en ga verder met houthakken!
[14] Maar je ijdelheid moet je voor de toekomst wel de baas blij­ven, zodat je nooit meer op je neemt dan je aankunt,
[15] dan zul je je in de toekomst gemakkelijk kunnen behoeden tegen dergelijke ongelukken.
[16] Je makkers hebben hun werkkracht ook van God gekre­gen, zodat je die nooit en te nim­mer te schande mag maken!
[17] Als een van je maats met opzet lui en traag is, dan zal de Heer hem heus wel weten te vin­den.
[18] Het is echter nooit aan jou om hem dan door overdreven ijdele ijver tot rechter te willen zijn!’
[19] Nu kwam de jonge knecht weer volkomen hersteld en krach­tig overeind en zette het houthak­ken voort.
[20] De aanwezigen echter vie­len allen op hun knieën en zeiden:
[21] ‘De Kracht Gods zij in jou geloofd en geëerd; want de Heer heeft je al op zeer jeugdige leeftijd met alle goddelijke kracht ver­vuld!’
[22] Maar Jezus liep weer vlug terug naar huis, want het ging Hem niet om menselijk eerbe­toon.
«« 292 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.