Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 293 / 302 »»
[1] Maria was nog steeds in het bezit van de kruik, waarin zij water had gehaald toen de engel haar de blijde boodschap bracht.[2] Zij was op deze kruik zo bijzonder gesteld, dat ze hem zelfs als een heilig voorwerp vereerde.
[3] Zij had er zelfs bezwaar tegen als iemand uit die kruik wilde drinken.
[4] N u was Maria op een keer , ongeveer acht dagen na het wonder bij Salome, met Jezus alleen thuis.
[5] Zij was bezig met het wassen van linnengoed, waarvoor ze schoon water nodig had.
[6] Maria ging dus naar Jezus en zei tegen Hem: ‘ Je zou best eens een kruik met schoon water voor mij kunnen halen,
[7] hier heb je de door jouzelf geheiligde kruik daarvoor!’
[8] Jezus nam de kruik aan en liep ermee naar de bron, waar Jozef juist met de andere kinderen een karweitje verrichtte.
[9] Jezus stootte bij de bron de kruik een beetje te hard tegen een steen,. ..en daar lag toen de kruik in vele scherven op de grond.
[10] Een van de meisjes had dat gezien en zei: ‘O wee, o wee toch! Nu zul je het hebben: de heilige kruik van onze meesteres is naar de maan! …Jezuslief, waarom heb je niet wat beter uitgekeken?
[11] Nee maar, wat zal je moeder nu grienen! Jij kunt je daar alvast op verheugen zeg!’
[12] Het scheen echter dat die opmerking Jezus wat hinderde, want Hij zei tegen het meisje:
[13] ‘Gaat het jou iets aan wat Ik doe? Zie jij maar dat je klaar komt met je spinwerk!
[14] Ik weet best hoe Ik Maria, ondanks die gebroken kruik, voldoende water kan brengen!’
[15] ‘Dat wil ik wel eens zien,’ zei het meisje, hoe Jij zonder kruik schoon water naar huis kunt brengen!’
[16] Nu pakte Jezus aanstonds Zijn kleine rode mantel bij de vier punten bijeen, schepte er water in en droeg dat, zonder daarbij één druppel te verliezen, naar huis en naar Maria.
[17] Dit was zo’n wonderlijk gezicht, dat ze nu allemaal achter Hem aan kwamen.
[18] Toen Maria dat zag, schrok zij hevig en zei: ‘Maar kind toch, wat is er met de kruik gebeurd?’
[19] Jezus antwoordde: ‘Nou kijk, die was Mij allang een doorn in het oog! Ik probeerde daarom haar wonderkracht aan een steen,…
[20] en toen bleek die er niet te zijn, zodat ze onmiddellijk in stukken brak!
[21] Maar nu dacht Ik zo: dat waar Ik ben, dat Ik dáár toch belangrijker ben dan zo’n domme kruik, die immers geen haar beter is dan elke andere!’
[22] Hier had Maria geen antwoord meer op, maar wel grifte zij deze woorden diep in haar hart.
[23] En het meisje zei nu dan ook maar niets meer; want zij had Jezus lief.
[24] Tot haar zei Jezus nu: ‘Kijk, zó beval je Mij beter, dan wanneer je onnodig je tongetje roert!’ …Het meisje aanvaardde tevreden deze kleine uitbrander en begon vervolgens ijverig haar garen te spinnen.
«« 293 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
