Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 75 / 302 »»
[1] Het gehele gezelschap, door de drie priesters gevolgd, begaf zich nu snel van de executieplaats naar het stadscentrum.[2] Op het grote plein gekomen, troffen zij daar de machtige puinhoop aan van de grote tempel en een nog grotere van het priesterpaleis!
[3] Cyrenius bracht beide handen naar zijn hoofd en zei op luide toon:
[4] ‘Wat een vreselijke verandering! Ja, zoiets kan alleen de kracht van een godheid uitwerken!
[5] En daar is niet eens veel tijd voor nodig; een wenk van de Almachtige volstaat om heel de aardbol in stof te veranderen!
[6] Mensenlief, hoe kunnen jullie nu toch vechten tegen Hem, Die de elementen slechts hoeft te bevelen om ze aan Zijn wenken te doen gehoorzamen?!
[7] Zouden jullie dan soms rechter willen zijn daar waar Gods Almacht gebiedt? Of heersen, daar waar zelfs de kleinste wenk van de eeuwige Heerser dat kan verijdelen ?
[8] Neen, neen, een dwaas ben ik dat ik nog steeds een zwaard draag, als had ik werkelijk enige macht!
[9] Weg dus jij, ellendig werktuig; hier op die puinhoop is de beste plek voor jou! Mijn echte zwaard moet Jij zijn, Jij, dien je moeder op haar arm draagt!’
[10] Op ditzelfde moment deed Cyrenius zijn zwaard met sierkoppel af, en wilde het vervolgens met een forse zwaai op de puinhoop slingeren.
[11] Maar het Kindje op Maria’s arm aan zijn zijde, zei op gezaghebbende toon:
[12] ‘Cyrenius, Iáát dat! Want wie het zwaard draagt zoals jij dat doet, die draagt het met het volste recht!
[13] Hij, die het zwaard gebruikt als een wapen, die moet het wegwerpen,
[14] maar wie het als herdersstaf bezigt, die moet het houden, want dat is de Wil van Hem, aan Wien hemel en aarde moeten gehoorzamen!
[15] Jij bent een echte herder voor hen, die in het boek van jouw zwaard geschreven zijn.
[16] Doe dat passende ereteken dus maar weer om, zodat het volk ook kan zien, dat je voor hen een herder bent!
[17] Als je kudde alleen uit lammeren bestond, dan zou je geen staf nodig hebben!
[18] Maar er zijn heel wat bokken in je kudde! Liever nog zou Ik je er een staf bijgeven, dan dat Ik die ene van je zou willen afnemen!
[19] Zeker, het is waar, dat er buiten God -geen macht bestaat, maar als God je macht verleent, dan moet je beslist niet zomaar weggooien wat God heeft bepaald.
[20] Deze woorden brachten Cyrenius ertoe zijn zwaard onmiddellijk weer aan te gespen, terwijl hij inmiddels het Kindje voortdurend in stilte aanbad.
[21] De drie priesters op hun beurt waren totaal verbijsterd over de Wijsheid van dit Kindje!
«« 75 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
