De afwijzing van Fungar-Hellan door de poortwachters. Het opblazen van de ringmuur om de tempel door middel van mijnen. Het neersabelen van de vijfduizend tempeldienaren.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 307 / 366 »»
[1] En de volgende morgen, toen de vurige opstanden tegen de avond van de vorige dag reeds geheel voorbij waren, ging Fungar-Hellan zelf onder begeleiding van zijn stoet tot voor de grote, ijzeren poort en verlangde toegang.
[2] Maar omdat het ook nog zeer vroeg was, werd hij niet herkend en teruggewezen en wel met de woorden: 'In het donker kan iedere dwaas zeggen: Ik ben de opperpriester-generaal Fungar-Hellan en verlang ogenblikkelijk toegang!'; maar ben je de grote Fungar-Hellan, kom dan overdag, en dan zullen wij de poort voor je openen wanneer we je ongetwijfeld zullen herkennen!'
[3] Maar Fungar-Hellan sprak: 'Goed; ik zweer jullie echter bij mijn leven - als ik overdag mijn intrede zal doen -, dat jullie allemaal tezamen met de opperpriesters en onderpriesters door het zwaard zullen worden gedood! Want jullie belemmeren mij datgene te doen wat de oude God van Adam, Seth en Henoch mij heeft opgedragen; daarom zal dat jullie allen de zekere dood brengen!'
[4] Maar de wachters van de poort zeiden en schreeuwden: 'Zulke schrikaanjagende stellingen kennen wij al! Ga daarom maar weg, want zo zul je ook overdag - ook al ben je Fungar-Hellan - nooit binnengelaten worden, al zou je hier jarenlang op de toegang wachten!'
[5] Door dit antwoord raakte Fungar-Hellans hele wezen vol boosheid. Hij trok zich terug naar zijn leger en droeg de mijnwerkers dadelijk op om tien schreden voor de ringmuur zes mijngangen tot onder de muur te graven en dan onder de muur grote zakken gevuld met korrels sterke springstof te leggen en die dan te ontsteken door middel van het lopende vuur van een lont dat zeker brandt en niet eerder uitdooft dan nadat het zijn dienst heeft gedaan.
[6] Op dit bevel gingen zeshonderd mijnwerkers meteen aan het werk, maten precies de afstand en begonnen meteen te graven; en toen de zon opging, was iedere afdeling reeds onder de muur. Daarop werden de zakken met explosieve korrels in de mijnen gelegd en de lonten uitgerold en aangestoken aan de buitenkant; en in enkele minuten was na een vreselijke explosie reeds een groot deel van de muur in brokstukken uiteen geslingerd, en voor het leger was een brede toegangspoort geopend.
[7] Toen de priesters en het grote aantal andere dienaren van deze tempel de verschrikkelijke aanslag op hun heilige muur zagen, vluchtten zij naar de bergen, maar liepen helaas in de val van de reeds uitgebreide wachtposten van Fungar-Hellan, werden met hun hele hebben en houden gevangengenomen en zo voor de generaal geleid.
[8] Deze vroeg heimelijk aan Mahal wat hij met deze weerspannigen moest doen.
[9] En Mahal zei: 'Ze zijn van een puur helse soort; blijf daarom bij je bedreiging en laat hen allen in stukken hakken!'
[10] En dadelijk droeg Fungar-Hellan dat aan een legerafdeling op, en deze sloeg meteen in op deze gevangenen wier aantal rond de vijfduizend man was; en niet een werd er gespaard.
[11] Toen deze operatie beëindigd was, werd pas de verwoesting van de tempel en daarop het slaan van munten van het gevonden goud en zilver uitgevoerd; en dat alles duurde slechts drie dagen.
«« 307 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.