De ware drie-eenheid. De zonde tegen de Heilige Geest

Jakob Lorber - De Geestelijke zon (deel 1)

«« 51 / 101 »»
[1] De tafeldienaar zegt: lieve vriend, ik begrijp heel goed wat je mij wilt zeggen, maar ik begrijp niet waarom je tijdens je aardse leven je geen andere voorstelling van de hemel hebt gemaakt, terwijl je toch vaak de brieven van Paulus hebt gelezen. Zeg eens, wat dacht je daarbij dan als je las: 'Zoals de boom valt, blijft hij liggen'? Je haalt de schouders op en weet niet wat je mij moet antwoorden. Maar ik zeg je, dat de boom nu juist jouw geloof voorstelt en met andere woorden niets anders betekent als: zoals je gelooft, zo zal het voor je worden! Zoals namelijk het geloof is, zo is ook het inzicht; uit het inzicht komt ook de aansporing tot handelen voort; zoals de aansporing tot handelen is, zo is ook de liefde die toch het meest eigenlijke leven van de geest is.
[2] Kijk, zo hebben jullie allemaal in een hemel geloofd, zoals die nu voor jullie ligt en jullie handelden ook redelijk goed om deze hemel te verwerven. Zoals de boom in het aardse leven na het vellen volgens jullie innerlijke beleving in het geestelijke is gevallen, zo ligt hij nu ook. Ik kan jullie onmogelijk een andere hemel geven dan die, welke jullie jezelf hebben gegeven, want er staat toch in de Schrift: `Het rijk Gods komt niet met uiterlijk vertoon, maar het is binnen in jullie.' Daarom is deze nu aanwezige hemel een product dat voortgekomen is uit jullie innerlijke geloofsovertuiging. Wat willen jullie nu doen? Kunnen jullie afstand doen van je geloof? Kunnen jullie misschien luthers of zelfs zuiver evangelisch worden?
[3] De gast zegt: beste vriend, daarvoor moge ons de heilige drie-eenheid bewaren, want dat zou ons tenslotte nog in de hel kunnen brengen.
[4] De tafeldienaar zegt: wat willen jullie dan eigenlijk? Er blijft voor jullie derhalve niets anders over dan voor eeuwig hier te blijven in de meest volkomen rust.
[5] De gast zegt: beste vriend, wat denk je, zouden we misschien weer terug mogen keren naar de plaats waar we meteen na onze dood zijn aangekomen? Daar zou ik veel liever willen zijn en alles willen doen, wat mij ook zou worden aangeraden. Kort en goed, voor een sobere kost zou ik alle werkzaamheden willen verrichten, die voor anderen nuttig zijn. Dat zou me, naar mijn gevoel, oneindig veel liever zijn dan het eeuwige zitten hier!
[6] De dienaar zegt: ja, ja, lieve vriend, ik begrijp dat allemaal evengoed als jij; alleen begrijp ik niet, zoals ik je al eerder heb gezegd, waarom jij op aarde niet tot een betere voorstelling van de hemel wilde komen, terwijl je je toch vaak tijdens een langdurige mis ontzettend zat te vervelen en vaak vurig verlangend zat te wachten op het 'Ite missa est'.
[7] De gast zegt: o, beste vriend, ik geef toe dat je het precies geraden hebt; zo is het me heel vaak vergaan. Ik heb die fout ook altijd trouw gebiecht maar kon hem toch niet van mij afbiechten! De geestelijke heeft me uitgelegd dat dit het kwaadaardige werk van de duivel was, waarna ik met veel zelfverloochening probeerde me het heilige misoffer zo aangenaam mogelijk voor te stellen, maar jammer genoeg was al mijn moeite vergeefs. Ik bad wel uit een goed missaal alle gebeden mee en hield me dus tijdens de mis zo goed en aandachtig mogelijk bezig, maar ik kon het niet zover brengen dat het me uiteindelijk speet dat het misoffer was afgelopen. Ik was eigenlijk innerlijk altijd heel blij als ik weer uit de kerk was. 's Zomers, als het niet al te warm was en bovendien het misoffer door goede koormuziek werd begeleid, ging het nog wel, maar 's winters, beste vriend, ik moet je eerlijk bekennen, heb ik het vaak beschouwd als een soort vagevuur dat ons zuivert van onze zonden, dus allerminst als een voorspel van de hemel. Dat ik op aarde zo'n monotonie accepteerde en mij ook daarom de monotonie van de hemel, zoals ik me die voorstelde en zoals die ons werd geleerd, verdraaglijk leek, komt doordat ik me met dergelijke monotone voorstellingen toch in een wereld bevond die door allerlei gebeurtenissen en eigen activiteiten steeds vol afwisseling was.
[8] Maar hier, waar iedere afwisseling in één klap verdwenen is, hier, waar geen nacht meer is, niets te doen, eeuwige lediggang, voortdurend hetzelfde uitzicht, kijk, hier merkt men pas hoe vreselijk vervelend dat is. Daarom vraag ik je, praat jij eens voor ons met Abraham, Isaäk en Jacob, en vraag, of zij ons iets te doen willen geven of, zoals eerder gezegd, ons weer willen laten afdalen naar de lagere streek waar we misschien toch wat te doen kunnen krijgen, want hier houden we het in geen geval uit!
[9] De tafeldienaar zegt: maar wat verlang je dan?! Wat wil je hier dan doen? Wat beneden? Hebben jullie op aarde al niet geloofd en gezegd: de Heer God Zebaoth is een almachtige God en heeft geen hulp van mensen nodig? Alleen op aarde laat Hij hen uit barmhartigheid werken zodat zij de hemel kunnen verdienen. Hier in Zijn Rijk echter, zou het met alle werk gedaan zijn! Kijk, dat was eveneens jullie geloof, maar wat wil je hier naast de goddelijke almacht doen? Zou deze jouw dienst wel nodig hebben?
[10] De gast zegt: o, beste vriend, geloof me, ik zie mijn enorme vergissing nu in en geef openlijk toe, dat we ons hier met z'n allen letterlijk in een strafhemel bevinden, want door jouw vraag ben ik me daarvan volkomen bewust geworden. Als de Heer ons uit louter erbarming heeft laten werken om de hemel te verdienen, dan zie ik werkelijk niet in waarom Zijn barmhartigheid, Zijn oneindige liefde en goedheid juist in de hemel zouden ophouden.
[11] Beste vriend, ik kan van je gezicht aflezen dat je iets anders in petto hebt. Daarom vragen we je allemaal dringend, hou ons niet langer in onzekerheid en zeg ons, wat de waarachtige wil van God is. We willen immers alles doen en ons in alles schikken, maar breng ons niet meer terug naar deze, in de letterlijke zin van liet woord, lange en daardoor ook bijzonder saaie tafel; want werkelijk, ikzelf zou als het mogelijk was liever sterven en dus ophouden te bestaan, dan me een vraatzuchtige poliep te wanen op de bodem van deze onmetelijke lichtzee!
[12] De tafeldienaar zegt: lieve vriend en broeder, kijk, nu pas ben je rijp en kan ik jou en jullie allen de waarheid meedelen. Luister dus:
[13] De hemel die jullie hier zien, is niets anders dan een verschijningsvorm van jullie onjuiste geloof, de drie-eenheid die jullie zien, stelt het toppunt van jullie dwaling voor.
[14] Hoe hebben jullie ooit kunnen denken dat drie goden tenslotte toch één God kunnen zijne Dat elk van deze drie goden iets anders zou verrichten en deze drie toch volkomen één in wezen en natuur zouden zijn? Voorts, hoe hebben jullie je een nietsdoende God kunnen voorstellen, terwijl Hij toch in alle eeuwigheid het meest actieve wezen is? Kijk, op grond hiervan hebben jullie je dan ook een eeuwig werkeloos leven voorgesteld zonder te bedenken dat het leven een energie is, die God vanuit Zijn eeuwige energie al Zijn levende schepselen heeft ingeblazen.
[15] Heeft de Heer op aarde niet geleerd dat Hij en de Vader volkomen één zijn? Heeft Hij niet gezegd: `Wie Mij ziet, ziet de Vader'? Heeft Hij niet ook gezegd: `Geloven jullie, dat Ik in de vader ben en de Vader in Mij is?' Kijk, dat alles had jullie toch best op de gedachte kunnen brengen dat de Heer slechts Eén is en dus ook maar één persoon; maar geen driegod, zoals jullie je Hem hebben voorgesteld.
[16] Jullie zeggen nu wel: beste vriend, je weet toch hoe ons geloof aan banden werd gelegd. We konden toch onmogelijk iets anders weten dan hetgeen de kerk ons, enerzijds onder allerlei bedreigingen van eeuwige straffen in de hel en anderzijds door de steeds onduidelijke aanprijzingen van de hemel, heeft geleerd en waaraan ze altijd nog heeft toegevoegd: `Geen oog heeft ooit gezien, geen oor heeft ooit gehoord en in geen mensenhart is opgekomen wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben!'
[17] O vrienden en broeders, ik weet maar al te goed, dat jullie bedrogen en geweldig misleid zijn. Daarom is nu ook het verlossende ogenblik aangebroken waarop jullie de ware God en de ware hemel zullen leren kennen.
[18] Jullie hebben in het woord van de Heer gelezen met welke uiterlijke vormen Hij het hemelrijk heeft vergeleken. Als jullie, welke vorm dan ook, slechts enigszins nauwkeurig beschouwen, moet het je toch in één flits duidelijk worden dat de Heer nooit een inactief, maar een in allerlei vormen zeer actief hemelrijk heeft verkondigd.
[19] Wenden jullie je dan nu ook tot de enige Heer Jezus Christus, want Hij alleen is God van hemelen aarde. Wend je echter in je liefde tot Hem; dan zullen jullie meteen in Hem en uit Hem in jezelf de ware bestemming van het eeuwige leven vinden en dan ook heel duidelijk aanschouwen.
[20] Deze (onjuiste) drie-eenheid echter moet in jullie ten onder gaan, opdat jullie de ware drie-eenheid, die de liefde, de wijsheid en de daaruit voortkomende daadkracht in de enige Heer Jezus is, mogen leren kennen.
[21] Denk niet dat er bij de doop van Christus een goddelijke driepersoonlijkheid geopenbaard werd, want wat daar gebeurde was slechts een verschijningsvorm, door de Heer toegelaten, opdat de mensen daardoor in de ene Heer de volle almacht en de volle goddelijkheid zouden herkennen. Toen heeft namelijk de wijsheid van God, die als Zijn eeuwige Woord uit de liefde voortkomt, het vlees aangenomen en heette Gods Zoon, hetgeen zoveel wil zeggen als: de wijsheid is de vrucht van de liefde en komt uit haar voort zoals het licht uit de warmte. De zichtbare gestalte van Gods geest boven de Zoon betekende slechts dat de eeuwige, oneindige kracht van God weliswaar evenals de wijsheid voortkomt uit de liefde, maar toch door de wijsheid werkt, zoals de warmte van de zon in het voortgeplante licht de uitwerkingen teweegbrengt.
[22] Wanneer jullie dit allemaal nu inzien, zullen jullie ook gemakkelijk begrijpen dat, omdat in de Heer het totale oneindige licht der wijsheid voorhanden was, in Hem dus ook de totale oneindige liefde, evenals de uit beide voortkomende oneindige, goddelijke daadkracht voorhanden moest zijn.
[23] Johannes zegt immers ook: `In Christus woont de volheid van God' en hij zegt ook: `In het begin was God; en God was het Woord en het Woord was bij God; het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.' Jullie zeggen weliswaar dat er geschreven staat: `In het begin was het Woord, God was het Woord, want het Woord was bij God en God was in het Woord.' Dat betekent hetzelfde, want God en Woord is een en hetzelfde als Zoon en Vader. Of wanneer jullie zeggen: Woord en God, wat eveneens hetzelfde is als Zoon en Vader, is het ene niet eerder dan het andere, want Vader en Zoon of God en het Woord, of liefde en wijsheid zijn vanaf alle eeuwigheid volkomen één. Daarom mogen jullie de tekst uit Johannes ook draaien zoals jullie willen, zijn getuigenis heeft steeds dezelfde betekenis, namelijk dat de Heer Eén is, zowel als Vader, als Zoon en als Geest!
[24] Jullie vragen hoe men het dan moet begrijpen dat de Heer zegt, dat de zonde tegen de Vader en de Zoon vergeeflijk is, maar de zonde tegen de Heilige Geest' niet. Dat is toch heel begrijpelijk; wie strijdt tegen de goddelijke liefde wordt door de goddelijke liefde gegrepen en geheeld; wie strijdt tegen de goddelijke wijsheid wordt door de goddelijke wijsheid eender behandeld. Maar zeg zelf eens, als er een dwaas zou zijn die werkelijk tegen de oneindige goddelijke macht en kracht in opstand zou willen komen, wat kan hem anders te wachten staan dan dat de oneindige goddelijke kracht hem eveneens aangrijpt, maar hem dan weg blaast de oneindigheid in, vanwaar hij een hopeloos lange terugweg zal hebben te gaan om mogelijkerwijze weer dichter bij Gods liefde en erbarming te komen.
[25] Kijk, dit allemaal doet immers steeds een en dezelfde Heer, die zich aan ieder mens openbaart naargelang de mens wil. Wie het derhalve tegen zijn kracht wil opnemen, hem zal de Heer ook laten proeven hoe Zijn almacht smaakt vergeleken met de onmacht van een schepsel! Maar denk vooral niet dat de Heer zo'n dwaze strijder zal verdoemen of vernietigen, want de Heer doet alles vanuit Zijn oneindige liefde, opdat niemand verloren zal gaan. Overdenk dit allemaal in jullie harten; daarna zal ik terugkomen en jullie leiden naar hetgeen jullie in jezelf gevonden en erkend zullen hebben.
«« 51 / 101 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.