De mening van de overste betreffende engelen.

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 3)

«« 149 / 246 »»
[1] CYRENIUS weerde de dank af en zei: "Vriend! Alle dank en alle lof komt de Heer van hemel en aarde toe. Maar omdat u volledig bent ingewijd rn het gehele Jodendom en omdat u een volleerd schriftgeleerde bent, vraag ik u om uitleg van het begrip 'engel'! Wat zijn nu precies de engelen van God en hoe dienen zij God en hoe de mensen?"
[2] STAHAR zegt: "Geëerde gebieder, dat is een zeer netelige vraag, vooral omdat nog nooit onweerlegbaar aangetoond is dat er werkelijk engelen zijn! De Schrift spreekt bij verschillende gelegenheden wel over hen, maar nergens staat een syllabe over wat en wie de engelen zelf eigenlijk zijn en hoe en op welke wijze zij God en de mensen dienen!
[3] Volgens de Dahalmud (* talmoed: joods leer en wetboek) moet men hen zien als de van het goddelijke wezen als vlammenbundels uitstromende krachten, die sneller dan de gedachte in alle richtingen vanuit het eeuwige, ondoorgrondelijke centrum van God hun werking hebben, zo ongeveer als de door de zon uitgezonden lichtstralen. Dat lijkt mij ook het meest aanvaardbaar. Maar of dat een juiste en met de waarheid overeenstemmende verklaring is, is een andere vraag, waarop waarschijnlijk een sterfelijk mens nooit het juiste antwoord zal kunnen geven.
[4] Volgens de Schrift heeft men de engelen ook meermalen als jongemannen van ongemene schoonheid de mensen zien dienen! Wel, dat is voor verstandige mensen ook wel een moeilijke brok om te geloven. Ik en al mijn collega's hebben in ieder geval nooit zoiets gezien! Het is mogelijk! Maar het kan ook net zo goed een oude, lyrische manier van spreken zijn, die men gebruikte om door een grotere symboliek de geestelijke krachten te personifiëren, die men dan de hele, jeugdig gezonde, krachtige vorm van een zeer mooie jongeman gaf. In geen enkel vers is dan ook ooit sprake van een engelin, waarschijnlijk omdat de bezielde dichters een aantrekkelijk meisje, hoe volmaakt ook, nooit de grote kracht van een krachtige, gezonde jongeman toe konden dichten.
[5] Zo ziet u, geëerde gebieder, dat er zuiver verstandelijk, heel verschillende meningen zijn! Alles heeft wel iets waars in zich, maar wat dan het eigenlijk ware is, is door ons mensen niet te bepalen. Het is dan zaak het volk zijn zintuiglijke geloof te laten behouden, omdat men eigenlijk toch niets beters ervoor in de plaats kan stellen! Maar dat is dan ook alles wat ik u op uw zeer belangrijke vraag als antwoord kan geven, want ik kan bij u toch niet met die verhalen aankomen die men het volk daarover vertelt!"
[6] CYRENIUS zegt: "U gelooft dus niet volledig aan een lichamelijke, persoonlijke verschijning van een engel?"
[7] STAHAR zegt: "Niet alleen niet volledig, maar helemaal niet. Want ik heb nog nooit de eer en het geluk gehad iets dergelijks zelfs maar in een droom te zien, laat staan in werkelijkheid. En al mijn collega 's waarmee ik over deze zaak een eerlijk gesprek heb gehad, konden mij ook niets anders zeggen dan wat ik zelf reeds lang heb ondervonden.
[8] Daarmee wil ik echter, los van mijn eigen mening, niet de uiterste mogelijkheid helemaal uitsluiten. Maar één ding is zeker, dat zo'n engelgeest zich zonder een natuurlijk medium nog veel minder als iets wezenlijks aan onze zinnen voor kan doen, dan een lichtstraal zich kan manifesteren zonder een weerkaatsend medium.
[9] Er is geen twijfel aan; dat de lichtstraal van de zon eerst door de lucht gaat voordat men het resultaat daarvan op de aardbodem ontdekt. Maar in de lucht kan deze, omdat het medium nog te ijl is, geen gras worden, terwijl hij op de aardbodem zich net als een Proteus in alles kan veranderen wat hij in de materie maar aangeboden krijgt.
[10] Daarom denk ik, dat men in de algemene aard van de dingen overal een zekere dwingende orde ontdekt, maar nooit iets ziet ontstaan waar niet een deugdelijke reden voor is en waar voor een bepaald verschijnsel niet altijd eerst een bruikbaar medium aanwezig is. Omdat men dan ook bij het zorgvuldigste waarnemen van de natuurlijke dingen nergens onverwachte dingen ontdekt, ben ik tégen alle zogenaamde wonderen en tégen het in persoon optreden van een geest onder wat voor omschrijving dan ook, -hetzij een engel of een duivel, een god of zijn tegenpool.
[11] Ja, een hogere geest kan zich manifesteren, maar nooit anders dan in vlees en bloed. Al het andere is fantasie van een geestrijk mens of het is een zuivere leugen!
[12] Het is jammer dat juist wij, die de waarheid al zo lang kennen, mystiek uitziende en mystiek doende verspreiders en onderhouders van de leugen en het duisterste bijgeloof moeten zijn! Wij moeten vrome gezichten trekken op het moment dat wij van ergernis over iets ontzettend doms haast zouden kunnen ontploffen! Maar dan is daar Mozes en daar zijn de profeten, -puur heerszuchtige mensen, die het volk eerst met allerlei natuurlijke hokus pokus moesten overreden, opdat dit hen dan voor alle tijden als zijn meesters kroonde en hen het recht gaf het met alles te tiranniseren wat maar de naam van 'Kwaad' verdiende!
[13] Als een volk echter eenmaal meegaand is gemaakt en door niets dan wonderen behoorlijk tot in de diepste levensgrond verduisterd is, geef dan zo'n volk maar eens licht, maar wel een echt licht! Dan valt het als een tijger over je heen en scheurt je in stukken!
[14] Daarom is het altijd nog beter een eenmaal erg domgemaakt volk bij het oeroude, domme geloof te laten en het met namaakwonderen opnieuw op te frissen en tot leven te brengen, dan moeite te doen om zo'n volk voor te lichten; omdat een eenmaal zeer domgemaakt volk in het algemeen helemaal niets meer is bij te brengen!
[15] Ik heb een tijd gehad dat ik ieder mens die met een wonder de toch al zo domme mensheid blijkbaar nog dommer probeerde te maken, als een woedende tijger aanviel vanwege zijn schandelijke daad en hem indien mogelijk zelfs doodde. Maar pas later kwam ik na veel verheven pogingen tot de overtuiging, dat de eenmaal te dom gemaakte mensheid helemaal niets bij te brengen is en ik ontdekte toen ook dat ik helemaal ongelijk had met die mensen aan te vallen, die zoveel mogelijk het volk met namaakwonderen in het oude bijgeloof trachtten te bevestigen.
[16] Ik geloof dat ik nu openhartig heb gesproken. Dat ik me tegenover het volk heel anders moest tonen, zult u hopelijk ook zonder ergernis wel inzien! Maar dat ik zelf daar steeds een heel andere mening over had, geeft mijn innerlijke, betere overtuiging wel aan, die ik u nooit had kunnen tonen als ik die al niet had gehad! Wonderdoeners doen me tegenwoordig niets meer. Ze moeten echter niet, zoals gewoonlijk, uit broodnijd tegen ontwikkelde mensen zoals ik te keer gaan, maar ze moeten ons daarentegen helpen, dan zal het ons allen goed gaan.
[17] Want men moet de niets bij te brengen mensheid nooit laten merken dat wij eigenlijk helemaal niets voorstellen, maar men moet haar met behulp van kunstmatige wonderen in de mening en in het blinde geloof laten dat wij ondoorgrondelijke geheimen bewaren, die slechts door een met Gods geest vervulde priester en een door God Zelf opgewekte profeet helemaal begrepen kunnen worden.
[18] Het is voldoende dat slechts weinigen inzien dat alle leringen over het een of andere goddelijke wezen niets anders zijn dan -onder ons gezegd -loze, oude fabeltjes, die ontsproten zijn aan de menselijke fantasie en verder geen enkele basis hebben. "
«« 149 / 246 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.