De overste bekeert zijn collega's.

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 3)

«« 154 / 246 »»
[1] Stahar's collega 's hadden zich intussen voor het grootste deel aan de oever van de zee verspreid, terwijl er ook een aantal op het erf wandelde. Maar STAHAR riep ze allen aan de oever en toen ze verzameld waren, zei hij tegen hen: "Vrienden! Hebben jullie die jongeman horen spreken en gezien wat hij deed?"
[2] De woordvoerder van de COLLEGA'S zegt: "Een beetje, maar niet alles. Wij meenden dat de Romeinse stadhouder alles zo netjes in scène gezet had om ons allen in zijn netten te verstrikken en wij dachten: Ver verwijderd van de boog is men veilig voor de pijl! We hebben toch alles al verloren, -de bedelstaf is ons deel! De stad brandt nog steeds! Wat moeten we doen? De Romeinen weten wat wij voor het volk betekenen! Zonder onze moeilijk te verkrijgen gunst komt hun heerschappij in Azië hen duur te staan! 0, zo'n Romein als Cyrenius, die de alle middelen van de drie werelddelen ten dienste staan, kan alles!
[3] Geef mij slechts een massa goud en zilver en dan wordt ik ook een wonderdoener, misschien niet zo als die wonderjongen, -maar ik zal toch buitengewone wonderen te weeg brengen!"
[4] STAHAR zegt: "Vriend, je bent dwaas als je zo praat en nog niet eens het onderscheid weet tussen een echt en een namaak wonder! Ik heb alle bezwaren naar voren gebracht en alle redelijke tegenargumenten gebruikt, maar met al mijn geopperde tegenwerpingen ben ik smadelijk; door de mand gevallen toen die jongen mij mijn geheimste gedachten begon voor te houden! Daardoor zag ik pas mijn oude, grote vergissing in en daarom kom ik nu naar jullie om jullie dat over te brengen wat ik heb gezien en gehoord!
[5] De jongen is ongetwijfeld een engel van God, en hij getuigde dat de beloofde Messias reeds in de wereld is en de blinden ziende en de doven horend en begrijpend maakt, en dat het zelfs mogelijk is dat wij Hem hier nog te zien en te spreken zullen krijgen.
[6] Ik geloof nu alles en jullie allen moeten het ook geloven! Want ik ben er echt niet een die iets zo gemakkelijk aanneemt en gelooft. Ik moet eerst haarfijn en grondig van iets overtuigd zijn voor ik het aanneem, maar als ik eenmaal de overtuiging heb, staat die ook zo vast als een rots van graniet en kan niemand mij die meer ontnemen!
[7] Omdat dat zo bij mij is, kunnen jullie het zonder verdere bedenkingen ook wel van mij aannemen! Want allen bij elkaar zijn jullie niet in staat meer commentaar te leveren dan ik reeds heb geleverd, maar al mijn bezwaren werden afgestraft als leugens! En omdat tenslotte alles over de Messias mij net zo duidelijk werd als dat 1 en 1 samen 2 is, daarom kunnen jullie mij nu wel zonder meer geloven!"
[8] De woordvoerder van de COLLEGA'S zegt: "Dat vinden we allemaal best, maar het is alleen de vraag wat we nu volgens jou moeten geloven!"
[9] STAHAR zegt: "Zijn jullie dan doof!! Zei ik jullie dan niet dat die jongeman waarachtig een engel van God is, dat de Messias in de wereld is en dat wij Hem Zelf zullen zien en horen?! Dat en niets anders moeten jullie geloven!"
[10] De woordvoerder van de COLLEGA'S zegt: "Best! Als jij het gelooft en zelfs mathematisch van deze zaak overtuigd bent, kunnen wij daar niet aan twijfelen. Maar men moet bij die nieuwe, nooit eerder voorgekomen verschijnselen er ook altijd rekening mee houden, dat de beste zwemmers vaak het eerst verdrinken, de stoutmoedigste bergbeklimmers van de berg storten en degenen, die zogenaamd vast in het geloof staan uiteindelijk eerder gaan twijfelen dan diegenen, die iets onbegrijpelijks niet zo erg vlug begrepen hebben en niet direkt zeggen dat ze een rotsvast geloof hebben!
[11] Jij staat bij ons bekend als iemand die nooit zo snel iets geloofde en daarom nemen we je woord dan ook voor waar aan, maar een voorzichtige terughoudendheid schaadt nooit! Want we weten uit de Schrift, dat menig profeet die wonderen deed, tegen het eind van zijn leven een heel eenvoudig, zwak mens is geworden! Op het laatst bleek pas wiens geesteskind zo'n profeet was. Daarom moet dat ook hier goed in het oog worden gehouden. "
[12] STAHAR zegt: "Dat neem ik allemaal voor mijn verantwoording. Ik besef heel goed dat wij daarmee niet bij de tempel moeten aankomen, maar dáártegen zullen wij ons ook weten te beschermen! Uiterlijk blijven wij -maar dan iets verstandiger -wat wij waren en betalen de tempel de vastgestelde bijdrage, maar in ons binnenste moet het nu ontzettend veranderen en na verloop van tijd zullen wij ook het volk in iets beters inwijden.
[13] Als jullie nu allemaal hetzelfde willen en geloven als ik, gaan we nu gezamenlijk naar de plaats waar de opperstadhouder en de Jongen zich bevinden, daar zal ons nog meer duidelijk gemaakt worden!"
[14] De collega's zijn het daarmee eens en gaan naar Cyrenius, en als ze daar aankomen zegt STAHAR: "Hier zijn we dan en wij staan nu geheel en al tot uw dienst. Wat u wilt, zullen wij ook doen en zijn en niemand zal ons ooit meer tegen u opzetten! Laat de goede, almachtige boodschapper van God echter ook deze broeders van mij nog meer bevestigen in het geloof aan alles wat ik zelf in het begin moeilijk kon aanvaarden!"
[15] CYRENIUS zegt: "Nu ziet u dat wij Romeinen niet zulke onbarmhartige rechters zijn als u zo lang hebt gedacht. Wij willen echter een streng recht en de volle waarheid! Wie daaraan voldoet, is onze vriend, krijgt het Romeinse burgerrecht en geen rechtbank buiten die van Rome mag hem ooit veroordelen.
[16] Daarom is de eerste weldaad die ik u bewijs, het schenken van een Romeinse burgerbrief! U bent met inbegrip van de overste met vijftig man, u krijgt hem direkt! Als u die eenmaal hebt, zullen we wel eens zien wat er allemaal voor u gedaan kan worden!"
[17] Toen beval Cyrenius zijn dienaars vijftig degelijke perkamentrollen te halen. De dienaars gingen naar de bagagezakken van Cyrenius en brachten vlug de gevraagde rollen. Toen deze op de tafel lagen, vroeg STAHAR aan CYRENIUS: "Geëerde heer, we zullen toch wel eerst onze namen aan u moeten opgeven.
[18] CYRENIUS zegt, terwijl hij naar de engel wijst: "Kijk, dat is mijn snelschrijver, die weet allang wat hij moet doen en kent ook uw namen. Hij zal de brieven klaarmaken waar u bij staat!" Toen vroeg Cyrenius aan Raphaël om dat te doen.
[19] RAPHAËL kwam snel naar de tafel waarop de vijftig rollen lagen, rolde ze, zo goed mogelijk, op de tafel uit, nam toen een met zwarte kleurstof gevulde schrijfstift, ging daarmee vervolgens bliksemsnel over alle rollen en zei toen tegen Cyrenius: "Vriend, hier heeft u de gevraagde brieven in de Romeinse, Griekse en Joodse taal, deel ze nu aan de betrokkenen uit!"
[20] Toen Cyrenius daarna de brieven begon uit te delen werden alle vijftig door grote vrees bevangen. Want dit wonder was voor de vijftig opeens toch te groot en te geweldig en allen begonnen bevend in te zien dat zij zich nu in de nabijheid van God bevonden. Zij bedankten Cyrenius voor deze dubbele genade, maar geen van hen dorst iets te zeggen of om iets te vragen.
«« 154 / 246 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.