De gelijkenis van de slechte knecht (Ev. Matth. 18,23-35)

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 5)

«« 249 / 276 »»
[1] (DE HEER:) 'Om jullie echter het hemelrijk in de juiste verhouding nog aanschouwelijker voor te stellen, zal Ik het voor jullie met een overeenkomstig beeld verduidelijken. Volgens dit beeld is het hemelrijk als een koning die op een keer met zijn dienaren afrekening wilde houden. (Matth. 18;23) En toen hij daarmee begon, kwam er iemand die hem tienduizend pond schuldig was.
[2] (Matth. 18,24) Omdat deze knecht en dienaar van de koning niets had waarmee hij zijn grote schuld kon betalen, gaf de koning bevel om de luie dienaar zelf, zijn vrouw, zijn mooie kinderen en alle andere bezittingen te verkopen, zodat uit de opbrengst alles betaald kon worden wat zijn knecht en dienaar hem schuldig was. (Matth. 18,25) Toen de dienaar zag dat hij nu samen met al de zijnen als slaaf verkocht was, viel hij voor de nog aanwezige koning neer en bad hem smekend als volgt: 'O, grote en machtige koning en heer, heb toch nog een beetje geduld met mij! Hef de verkoop op, laat me nog een tijdje vrij, dan zal ik zo goed ik kan proberen u de hele schuld te betalen!' (Matth. 18,26) Toen de koning dit vernomen had, werd ook zijn hart milder. Hij had medelijden met deze dienaar en hief de hele verkoop op, schold de dienaar de hele schuld kwijt en liet hem vrij. (Matth. 18,27)
[3] Spoedig daarna ging deze knecht naar de stad van de koning, omdat hij daar enkele dingen te doen en te regelen had. En zie, daar trof hij een van zijn mededienaren die hem sinds korte tijd bij gelegenheid honderd penning schuldig was! Toen zijn mededienaar hem zag vroeg hij om nog een korte tijd uitstel, dan zou hij hem de schuld terugbetalen. Maar onze door de koning zo zeer begenadigde dienaar luisterde niet naar hem, maar greep hem woedend bij de keel en schreeuwde: 'Betaal me nu meteen wat je me schuldig bent; want ik heb al heel lang gewacht, mijn geduld is nu geheel ten einde!' (Matth. 18,28)
[4] Toen viel de mededienaar nogmaals op zijn knieën en vroeg met tranen in zijn ogen: 'Heb toch nog een klein beetje geduld met me, dan zal ik alles betalen!' (Matth. 18,29) Maar de dienaar en knecht van de koning wilde van geen geduld meer iets weten, liet de arme knecht door de gerechtsdienaars oppakken en hem in de gevangenis gooien; hij moest daar blijven tot zijn hele schuld betaald was uit zijn in beslag genomen inkomsten. (Matth. 18,30)
[5] De andere medeknechten die dit hoorden en zagen, werden zeer bedroefd en boos op de zo onbarmhartige dienaar van de koning; ze gingen alles wat er gebeurd was aan de koning vertellen. (Matth. 18,31)
[6] Toen de koning dit hoorde liet hij de onbarmhartige dienaar onmiddellijk bij zich komen en sprak tot hem met toornig gezicht: 'Luister, jij slechte knecht! Heb ik jou niet alle schuld kwijtgescholden, toen je me daarom vroeg? (Matth. 18,32) Waarom heb jij je dan niet ook zo ontfermd over jouw medeknecht zoals ik me over jou heb ontfermd?' (Matth. 18,33)
[7] De knecht verstomde van schrik en angst, omdat hij inzag hoe goed en rechtvaardig de koning was, en dat hij degene die misbruik maakte van zijn genade en liefde streng pleegde te straffen. De koning werd nu pas echt boos en leverde de onbarmhartige over aan de even onbarmhartige beulen, net zo lang tot nu ook van zijn in beslag genomen inkomsten de hele grote schuld betaald was. (Matth. 18,34)
[8] En zie, zo ook zal Mijn hemelse Vader tegenover jullie handelen, als jullie de mensen niet met heel je hart de zonden en schulden vergeven die ze tegenover je hebben begaan! (Matth. 18,35) En het eigenlijke hemelrijk bestaat dan ook juist hierin, zowel wat het grootste als wat het kleinste betreft, dat er onder de zaligen nergens ook maar enige vijandschap of afgunst of haat bestaat, maar dat onder hen de grootste harmonie, de grootste eendracht en de grootste wederzijdse liefde heerst.
[9] En daarom is het ook niet nodig, dat er op deze wereld een beschermende rechtbank bestaat die het recht moet bepalen tussen beledigers en beledigden, maar het enige tegenover Mij geldende beschermrecht moet jullie goede en verzoenlijke hart zijn, dan zullen jullie er bij deze rechtbank heel goed vanaf komen, met de minste onkosten en rechterlijke vonnisgelden, en degene die tegen jullie gezondigd heeft zal veel eerder in waarheid jullie vriend worden, dan wanneer hij hiertoe door een rechterlijke uitspraak gedwongen zou zijn. - En zeg Me nu of jullie dit allemaal in de grond der zaak hebben begrepen!"
«« 249 / 276 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.