Invloeden van geesten en contact met het hiernamaals

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 6)

«« 225 / 248 »»
[1] IK zei: 'Gesproken heb je nu wel en met die toespraak zou je in een school van Sadducee├źn, Sto├»cijnen en Epicuristen veel opzien gebaard hebben; maar hier heb je net zo geoordeeld als een blinde over het licht en de kleuren, en als een dove over de harmonie van een goedgestemde harp.
[2] Noch een mens en nog minder een reeds overleden geest kan je het leven van de ziel laten zien en bewijzen. Dat moet je in jezelf vinden; en dat is alleen maar mogelijk door de ware liefde tot God en door de liefde tot de naaste.
[3] Jij dacht dat de terugkeer van een reeds overleden ziel het geloof in de onsterflijkheid van de ziel en het geloof in God het meest zou versterken, en Ik zeg je dat jouw mening fundamenteel fout is! Ten eerste heeft een overleden ziel aan gene zijde voor zichzelf en degenen die daar haar naasten zijn meer dan genoeg te doen, en in zekere zin niet zo veel vrije tijd om meermalen weer, in een uit de lucht van de aarde zich aangeschaft lichaam, bij de aardse mensen te verschijnen en hun te leren hoe het aan de andere kant is en hoe het er uitziet, en ten tweede kan iedere volmaakte geest zonder meer, zonder beperking van de vrije wil, zeer goed op de mensen inwerken, en zo'n onzichtbare inwerking is voor de mens veel heilzamer dan de zichtbaarheid en hoorbaarheid van een overleden geest. Want als een goede en al zeer verlichte geest goede en edele gedachten en gevoelens in je hart legt, dan zijn zij al zo goed alsof je ze zelf bedacht had; zij verenigen zich met je leven en zetten je tot daden aan.
[4] Als echter een geest, zoals bijvoorbeeld die van Mozes, voor je verscheen en tegen je zei: 'Dit en dat moet je doen als je tot het leven wilt ingaan; doe je dat niet dan val je onder het gericht van de almachtige God en dan is een volledig gelukkige opstand uit de dood van het gericht heel moeilijk!' dan zul je na die vermaning beven, en je leven lang niets anders durven te doen dan wat de geest van Mozes je bevolen heeft.
[5] In hoeverre is dat dan een verdienste van jezelf? Kijk, helemaal geen; want het eigen betere weten van je vrije wil heeft je niet beter laten handelen, maar de macht van de naar je toegekomen geest, en dat heeft voor je ziel vrijwel geen waarde! Het is bijna hetzelfde als wanneer jullie mensen een os of een ezel of ook een ander dier voor een bepaald werk africhten. Zonder stok, spies of gesel zal niemand gemakkelijk iets van een dier gedaan kunnen krijgen; maar als je een dier voor grof veldwerk afgericht hebt, dan is dat alleen maar jullie verdienste en niet de verdienste van het dier .
[6] Als Ik door Mijn almacht zou willen dat geen mens ooit een zonde zou begaan, dan zou ook geen mens ooit meer zondigen; want hij zou zich geen streep buiten Mijn wil kunnen wagen of -bewegen, zoals ook niemand zijn lichaam anders kan vormen dan het door de wil van God gevormd is, en ook zijn lichamelijk leven niet naar believen kan verlengen, omdat dat allemaal van de almachtige wil van God afhangt. Als God het niet zou toestaan dat een mens ooit een zonde zou begaan, wie zou dan de verdienste hebben van het zonden vrije leven van de mens die enkel door Gods almacht zo geleid werd, zoals het groeien van de bomen en van alle andere vruchten wordt geleid en de werelden worden geleid en begeleid door de eindeloze ruimte? Toch zeker niemand anders dan God alleen, omdat de mens in dat geval slechts een speelpop in de handen van God zou zijn! Dat zou voor God veel gemakkelijker zijn, zoals het voor Hem ook gemakkelijker is de meest verschillende dieren met hun veelsoortigste en zeldzaamste eigenschappen te scheppen en ze dan te leiden en ieder op zijn wijze bezig te laten zijn.
[7] Maar de mensen van deze aarde zijn voorbestemd om vrije en volledig zelfstandige kinderen van God te worden, en dus moeten zij ook zo geleid worden dat daarbij hun noodzakelijke vrije wil niet de geringste dwang ondergaat van de kant van een sterkere geest, maar alleen door openbaring en lering en door uiterlijke wetten zodanig geleid wordt dat zij uit zichzelf het ware en goede dat haar geleerd wordt met haar vrije wil aanpakt en uit eigen beweging gaat doen.
[8] Kijk, het rekening houden met de vrije wil van de mens van deze aarde gaat bij God zelfs zover dat Hij niet eens altijd toeziet op wat een of ook meerdere mensen denken, willen en doen. Alleen wanneer zij te ver van God zijn afgeweken, kijkt God naar hen om en verwekt weer zieners, leraren en profeten, om de mensen weer de wil van God en zijn plannen met hen opnieuw mee te delen. Houden de mensen daar rekening mee, dan gaat het al weer helemaal goed; houden zij zich er echter niet aan, en bespotten en vervolgen zij de door God voor hen opgewekte zieners, leraren en profeten, dan wordt God gedwongen een uiterlijk strafgericht over de mensen en vaak over een heel volk te laten komen. Maar zelfs zo'n gericht gaat nooit direct van de almachtige wil van God uit, maar komt altijd door de blinde en boosaardige verkeerdheid van de mensen.
[9] De machtige Hanochieten werden meer dan honderd jaar lang gewaarschuwd dat zij niet ter wille van goud en edelstenen en ook niet ter wille van een gemakkelijker voeren van hun oorlogen hele bergen moesten verwoesten en volledig tot op de grond afgraven, omdat zij daardoor de onderaardse grote watersluizen zouden openen en allen zouden verdrinken. Maar dat hielp allemaal niets; zij deden wat zij wilden, groeven nog dieper in de bergen en openden de watersluizen. Kijk, dat heeft God dus niet direct door Zijn almacht, maar slechts door Zijn toelating laten gebeuren, wat noodzakelijkerwijs moest volgen omdat de mensen aan Zijn tijdige waarschuwingen geen gehoor wilden geven!
[10] God had de mensen immers door Zijn almacht kunnen binden, zodat zij de bergen nooit verder hadden kunnen verwoesten! Ja, dat zou voor God heel gemakkelijk geweest zijn; maar de mensen zouden dan opgehouden hebben mens te zijn en zouden daarna in het geestenrijk ook niet meer als vrije mensen hebben kunnen bestaan. God liet echter eerder toe dat een heel mensengeslacht door zijn eigenzinnige wil lichamelijk ten onder ging, dan dat hun ziel wat betreft hun vrije wil en volledige zelfstandigheid ook maar iets zou inboeten.
[11] Zo is ook een volksstam nog door de koning van Salem meerdere malen gewaarschuwd om niet in de omgeving van Sodom en Gomorra te gaan wonen, omdat zich daar in de bodem veel zwavelhoudende aardlagen bevonden en er ook aardpek voorkwam. Het werd het volk ook duidelijk en begrijpelijk uitgelegd dat zich uit die aardlagen voortdurend onreine geesten losmaken en de mensen tot ontucht prikkelen; want zoals zich in de wijn ontuchtgeesten bevinden die het lichaam tot ontucht aandrijven als een mens er teveel van gedronken heeft, zo zijn die geesten ook in zwavel en aardpek aanwezig. Het volk werd ook verteld dat zich in zo'n omgeving vaak aardbevingen, bergbranden en veel zware onweersbuien voordoen, die vaak grote schade aanrichten, waarna gemakkelijk hongersnood en pest ontstaan; maar al die goede raad zelfs uit de mond van Jehova hielp niets. Omdat de omgeving verder erg weelderig begroeid en vruchtbaar was, gingen de mensen er toch wonen en binnen tweehonderd jaar waren er al, behalve Sodom en Gomorra, nog tien steden gebouwd. De mensen werden helemaal zinnelijk en begingen allerlei onbeschrijflijke ontucht en allerafschuwelijkste hoererij zelfs met dieren.
[12] Zij werden nogmaals in Nahors' en opnieuw in Tharah's tijd gewaarschuwd en hun werd aangeraden de slechte streek te verlaten; maar niemand stoorde zich daaraan. Tharah' s zonen waren Abraham, Nahor die naar zijn grootvader genoemd was - en Haran, die Lot verwekt had. Haran ging er zelf heen en predikte op Gods bevel, maar bereikte ook niets. Lot, zijn zoon, deed hetzelfde gedurende een aantaljaren, hield zich afwisselend dan in de ene en dan weer in de andere stad op en werd daarbij zelf bijna een offer van de geest van ontucht.
[13] Toen kwamen zichtbare engelen, die eerst Abraham bezochten, en Jehova was onder hen en vertelde Abraham precies hoe het Sodom en de andere steden zou vergaan. En de beide engelen in de gestalte van twee sterke jongemannen werden er naartoe gezonden om Lot nog te redden. Het volk luisterde helemaal niet naar de jongemannen, maar wilde met hen nog de meest onnatuurlijke ontucht plegen. Lot ontkwam door de waarschuwing van de beide jongemannen. Alleen zijn vrouw werd slachtoffer omdat zij talmde uit nieuwsgierigheid; zij werd lichamelijk een zoutpilaar, zoals de jongemannen voorspeld hadden. Want zij zeiden: 'Wij moeten nu meteen vluchten en ons niet eens de tijd gunnen om om te kijken; want het onderaardse vuur grijpt snel om zich heen, en de overal vrijkomende dampen verstikken direct al het natuurlijke leven en veranderen alles in een steenachtig zout! ' Maar Lots vrouw bleef toch een paar ogenblikken staan en werd door de dampen achterhaald en daardoor een slachtoffer .
[14] Kijk, toen heeft opnieuw Gods almachtige wil in principe niet de volledige ondergang van deze slechte landstreek veroorzaakt; want dit wat tijdens Abraham gebeurd is, zou deze onrijpe plek toch ook door zijn aard te wachten hebben gestaan. Maar dat daarbij zoveel mensen te gronde zijn gegaan, was enkel en alleen de schuld van de ongehoorzaamheid van hun vrije wil.
[15] God had deze mensen natuurlijk wel met Zijn almachtige wil daar weg kunnen halen en naar een andere gezonde landstreek kunnen verplaatsen; maar dat zou duidelijk tegen hun wil geweest zijn. Omdat God daar echter het meest rekening mee houdt en ook moet houden, liet Hij liever toe dat deze mensen lichamelijk allemaal te gronde gingen, dan dat ook maar een atoom van de vrije wil van hun ziel verwoest zou worden. Want zelfs voor God is dat het grootste meesterwerk van Zijn liefde, wijsheid en macht, mensen te scheppen die Hem in alles volkomen gelijk worden.
[16] Om dat te bewerkstelligen moet de mens vrijwel zonder kracht in de grootste verlatenheid van deze wereld geboren worden en zijn onderricht geleidelijk aan in de uiterlijke wereld op doen. Pas als hij zich zo enige kennis en vaardigheden vergaard heeft, gaan de hem omringende goede en ook slechte geesten heel ongemerkt op hem inwerken, -de goede op zijn gemoed en de slechte op zijn fysieke natuur, opdat de ziel steeds in een volkomen vrij evenwicht blijft.
[17] Als een mens tegen alle aanvechtingen van zijn zintuigen in, vrijwillig gehoor heeft gegeven aan de goede van buiten komende raadgevingen en vermaningen, en zijn leven daarnaar heeft ingericht, wordt de stille invloed van de goede geesten ook steeds krachtiger, die echter geen mens anders voelt en mag voelen dan dat dit door hemzelf gewild is. Als de invloed van het goede uit de hemelen door de eigen wil van de mens eenmaal zo krachtig is geworden dat de ziel daar helemaal in is overgegaan, wordt de ware goddelijke geest van de liefde in haar wakker, doordringt de ziel geheel, en dan pas is de ziel de eerste fase van haar vervolmaking ingegaan, is dan al onveranderlijk vrij en kan, ook al is zij nog in het lichaam, verschijningen en openbaringen van geesten en zelfs van de hoogste engelen ontvangen.
[18] En dan gebeurt het vaak dat zulke mensen verschijningen krijgen, met zielen aan gene zijde spreken en zich door hen persoonlijk laten voorlichten en daarvan ook andere, nog helemaal natuurlijke mensen getrouwen waarachtig over kunnen berichten. Wie hen gelooft, doet daar zeker goed aan, -alleen moet hij niet meteen eisen datzelfde ook te ervaren; want dat kan niet eerder dan dat hij de hiervoor beschreven geestelijke zielerijpheid bereikt heeft.
[19] leder mens moet zich echter eerst gelovig naar de ontvangen goede lessen richten en dan op zijn gemoed letten, maar ook op de vaak sluimerende, kwade hartstochten in zijn lichaam, die zich in traagheid, arbeidsschuwheid, wellust, eigenliefde, starheid, hoogmoed, nijd, gierigheid en heerszucht maar al te duidelijk kenbaar maken. Aan deze laatste moet hij door de kracht van de liefde tot God en door de liefde tot de naaste, door geduld, deemoed en zachtmoedigheid het hoofd bieden, dan zal hij helemaal niet lang hoeven te wachten tot de goede geesten zich voelbaarder en duidelijker aan hem zullen openbaren.
[20] Overigens is er bijna geen enkel mens bij wie het niet een keer toegelaten is bepaalde wenken en zelfs gezichten uit het hiernamaals te krijgen. Maar wanneer de mens dat alles daarna in de wind slaat en het alleen maar voor een zinsbegoocheling houdt, kan men hem niet helpen. Ik geloof dat Ik je bezwaar en tegenwerping nu volgens de eeuwige waarheid volkomen belicht heb, en ieder moet daaruit kunnen zien hoe deze zaak bij de mensen op deze aarde ligt. -Heb je daar misschien nog iets tegen in te brengen?'
«« 225 / 248 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.