De zeven oergeesten van God. De verlossing

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 7)

«« 18 / 229 »»
[1] Rafaël zei: 'Dat is toch slechts een overeenstemmend beeld van wat ik je zojuist over de schepping of de geleidelijke vorming van een compleet hemellichaam heb verteld.
[2] De oergeschapen grote geesten zijn immers de gedachten in God en de daaruit voortkomende ideeën.
[3] Het mystieke getal zeven slaat op het volkomen oorspronkelijk goddelijke en het aan God gelijke in elke van Hem uitgaande gedachte en in iedere idee die door Hem is gevormd en als het ware uit Hem naar buiten is geplaatst.
[4] Het eerste in God is de liefde. Die is in alle geschapen dingen te vinden, want zonder liefde kan niets bestaan.
[5] Het tweede is de wijsheid, het uit de liefde voortkomende licht. Ook deze kun je in elk wezen aan zijn vorm waarnemen, want hoe ontvankelijker een wezen is voor licht, des te meer ontwikkeld, verfijnd en mooier zal ook zijn vorm zijn.
[6] Het derde, dat uit de liefde en de wijsheid voortkomt, is de werkzame wil van God. Daardoor worden de gedachte wezens pas werkelijkheid, zodat zij dan werkelijk bestaan en aanwezig zijn, anders zouden alle gedachten en. ideeën van God hetzelfde zijn als jouw nietszeggende gedachten en Ideeën, die nooit realiteit worden.
[7] Het vierde dat weer uit deze drie ontstaat, is en heet de orde. Zonder deze orde zou een wezen nooit een blijvende en vaste vorm en dus ook nooit een bepaald doel hebben. Want als je een os voor de ploeg spant en zijn vorm en gedaante zou veranderen, bijvoorbeeld in een vis of in een vogel, zou je daar dan wel ooit een doel mee kunnen bereiken? Of als je een vrucht zou willen eten, die voor je mond in een steen zou veranderen, wat zou je dan aan die vrucht hebben? Of als je ergens naar toe zou gaan over een vaste weg en de weg zou onder je voeten in water veranderen, zou de stevigste weg je dan iets helpen? Kijk, dat alles en ontelbaar veel meer wordt verhoed door de goddelijke orde als vierde geest van God!
[8] De vijfde geest van God heet de goddelijke ernst, zonder welke geen enkel ding een bestaansmogelijkheid zou hebben, omdat hij overeenkomt met de eeuwige waarheid in God en die geeft aan alle wezens pas de ware duurzaamheid, de voortplanting, het gedijen en de uiteindelijke vervolmaking. Zonder die geest in God zou het er voor alle wezens erg slecht uitzien. Ze zouden zijn als de bouwsels van een fata morgana, die wel iets lijken te zijn zolang men hen ziet. Maar de voorwaarden waardoor ze veroorzaakt werden, veranderen maar al te gauw, omdat er geen ernst in heers.te en de mooie en wonderbaarlijke bouwsels verdwijnen in het niets! Ze zien er weliswaar ook heel goed geordend uit, maar omdat er in de oorzaak die hen doet ontstaan geen ernst heerst, zijn zij niets dan loze, zeer vergankelijke bouwsels, die onmogelijk bestendigheid kunnen hebben.
[9] Kijk, dit zijn dan al vijf grote oergeesten van God, en nu zullen we nog overgaan tot de twee laatste; luister dus nog verder naar mij!
[10] Waar de hoogste liefde, de hoogste wijsheid, de almachtige wil, de volkomen orde en de onveranderlijk standvastigste ernst aanwezig zijn, moet toch duidelijk ook het grootste en eeuwig nooit bereikbare geduld aanwezig zijn, want zonder het geduld zou alles in een stroomversnelling geraken en tenslotte in een onontwarbare chaos van de oude wijzen eindigen.
[11] Wanneer een bouwmeester een huis bouwt, mag hij toch naast de andere eigenschappen die daarvoor nodig zijn ook het geduld niet vergeten, want als hij dat niet heeft, dan - geloof mij -zal hij zijn huis nooit kunnen voltooien.
[12] Ik zeg je: als God deze geest niet zou hebben, dan zou er al vrijwel eindeloos lang geen aardse zon meer in de oneindige ruimte schijnen en in de wereld van de geesten zou het er heel vreemd, volkomen onwerkelijk uitzien. Het geduld is de moeder van de eeuwige, onveranderlijke barmhartigheid van God en als deze zesde geest niet in God aanwezig zou zijn, waar en wat zouden dan alle schepselen tegenover de enige almachtige God zijn?!
[13] Als wij dan ook op een of andere wijze falen en ons daardoor klaarblijkelijk prijsgeven aan de vernietigende vloek van de goddelijke liefde, wijsheid en van de goddelijke wil, waarop Zijn ernst volgt, vanwege de voorgegane orde, dan stoten wij op het goddelijke geduld, dat mettertijd toch alles in evenwicht brengt en brengen moet, want anders zouden alle schepselen, ook al waren ze nog zo volmaakt, zijn overgeleverd aan het eeuwige gericht van het verderf.
[14] Het goddelijke geduld zou met de eerder genoemde vijf geesten in God wel één of ook wel talloos vele mensen op de hemellichamen scheppen en ook blijvend onderhouden, maar dan zou een mens of ook talloos vele mensen in het zware vlees een eindeloze tijd voortleven en van een uiteindelijk vrij worden van de ziel uit de banden van de materie zou dan eeuwig lang geen sprake zijn. Tevens zouden dieren, planten en mensen zich steeds maar vermeerderen en tenslotte door hun aantal op de beperkte ruimte van een hemellichaam zo dicht op elkaar gedrongen wonen, dat de een niet meer voor de ander opzij zou kunnen gaan. Met dien verstande dat een hemellichaam onder het beheer van het eindeloze goddelijke geduld ooit nog zover rijp zou kunnen worden dat het planten, dieren en mensen zou kunnen dragen en voeden. ja met de zes geesten waarmee ik je tot nog toe alleen maar heb laten kennismaken, zou zelfs het scheppen van een stoffelijke wereld oneindig traag gaan en het zou zeer de vraag zijn of er wel ooit een wereld in de materie te voorschijn zou komen.
[15] Maar het geduld is, zoals reeds gezegd, de moeder van de goddelijke barmhartigheid en daarom is de zevende geest in God dan ook de barmhartigheid, die we ook de zachtmoedigheid willen noemen. Die brengt alles in orde. Zij ordent alle eerdere geesten en zorgt voor de tijdige rijpheid zowel van een wereld als van alle schepselen daarop. Voor alles heeft zij een bepaalde tijd gesteld en de rijp geworden geesten kunnen zodoende vlug en gemakkelijk hun volledige verlossing verwachten en hun eeuwige vrijheid en volledige levenszelfstandigheid aanvaarden.
[16] Deze zevende geest in God zorgde er dan ook voor dat God Zelf in het vlees kwam om daardoor alle gevangen geesten binnen de kortst mogelijke tijd uit de harde banden van het noodzakelijke gericht van de materie te verlossen, en dit werk van Hem -de verlossing -kan dan ook de hernieuwde schepping van de hemelen en de werelden en dus het grootste werk van God genoemd worden, omdat daarin alle zeven geesten van God volledig evenwichtig werken, wat eerder niet zo zeer het geval was en ook niet zijn mocht vanwege de geest van de orde in God. Want vroeger werkte deze zevende geest in God, die je nu bekend is, slechts in zoverre met de andere geesten samen dat alle gedachten en ideeën van God realiteiten werden; van nu af aan werkt hij echter krachtiger en juist de volkomen verlossing is daarvan het gevolg.
[17] En zie nu, dat zijn de zeven geesten van God die jij niet begreep; en al het geschapene Uit de zeven geesten van God komt in alles met deze zeven geesten van God overeen en draagt ze in zich. En de eeuwig voortdurende schepping en het evenzo onophoudelijk scheppen is het wat de oerwijzen van deze aarde de 'oorlogen van Jehova' noemden.'
«« 18 / 229 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.