Uw wil geschiede – Lezing door T. de Vries op de ontmoetingsdag voor Lorbervrienden in 2023

Inleiding
Het thema dat Hans de Heij mij noemde om op 30 september 2023 een lezing over te houden was: Gehoorzaamheid, in het kader van Gods wil tegenover onze eigen wil en de daarmee samenhangende Nederigheid.

Gods wil is denk ik ware onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige liefde. Zijn hier ook mensen die niet de liefde willen doen en zijn? Nou dan denk je mooi, dat is dan voor elkaar, einde lezing. Maar als mens hebben we ook te maken met de verleider. En wij zijn gezegend met zwakten en hebben ook te maken met van liefde afwijkend gedrag en de gevolgen daarvan door andere mensen. We zijn uitgenodigd om onze zwakten met Zijn hulp te overwinnen, zo mogelijk al enigszins hier op aarde. Cruciaal is daarbij dat we een vrije wil hebben, in tegenstelling tot de rest van de schepping. In deze lezing ga ik in op een aantal aspecten van Uw wil geschiede.

Passief?
In eerste instantie denk je: Uw wil geschiede betekent dat wat God wil ook gebeuren moet, dat je verdraagt wat Hij toelaat en dat je daarmee vrede hebt. Passief dus. Maar eigenlijk moet er nog wat achteraan: Uw wil geschiede ook door ons mensen, door onszelf! Daarvoor is het nodig om krachtig nee te zeggen tegen onze zwakten en Hem om hulp vragen om die te overwinnen. En uit de deemoed Hem dan alle ruimte geven in ons hart en zo Zijn liefdesinstrument te worden, ieder naar zijn of haar talenten.

Kerken en uw wil geschiede
Eén van de vijf sola (Alleen) uitspraken van Martin Luther is Sola Fide: alleen het geloof. Alleen door het geloof ben je voor God gerechtvaardigd. Volgens Luther was naast het geloof alleen nog Gods genade nodig. Dit was in reactie op dat volgens de katholieke kerk goede werken nodig zijn om in de hemel te komen en dat geld geven aan de kerk zo’n goed werk was. Die katholieke kerk en de kloosters waren dan ook schatrijk in de tijd van Luther. In Bijbelteksten lezen we echter: En Ik zei ook, dat degenen die tot Mij ‘Heer, Heer!’ zeggen, die dus aan de Zoon van God geloven, niet in het hemelrijk zullen binnengaan, maar alleen degenen die de wil van Mijn Vader doen!  (Bijbelteksten 34:5). Ik ben er van overtuigd dat de vijf dwaze maagden in die parabel geen gebrek aan geloof hadden, maar een gebrek aan liefde voor de Bruidegom, dus dat de lampolie liefde is en niet geloof.

Een andere uitwas over uw wil geschiede in de kerken is wat ook in Lorber aan de orde komt: het beeld van de straffende God die alles ziet, waarmee mensen bang gemaakt werden. Dat is voor sommigen zelfs traumatisch geweest. Ik ken een vrouw die daar veel therapie voor nodig had en die de woorden God en Jezus dan ook niet meer wil horen. Willeke heeft over die bangmakerij een prachtig lied gemaakt met de titel “Ik was bang voor U” (op CD Grenzeloos 3), waarin aan bod komt hoe het is om met zo’n bangmakend Godsbeeld op te groeien. Die bangmakerij had je niet alleen in de strengere protestantse kerken, maar ook in delen van de katholieke kerk. Zo is mijn katholieke grootmoeder helaas heel angstig gestorven, hoewel zij een heel goed mens was.

Jezus legt in Lorber uit dat die bangmakerij met de wens naar nog meer macht samenhangt. Het beeld van de straffende Vader staat wel heel ver af van onze onvoorwaardelijk liefhebbende hemelse Vader, zoals die bijvoorbeeld in de gelijkenis van de verloren zoon naar voren komt en we die ook kennen uit Lorber en Hemels Brood.

Jezus als ons voorbeeld
Uit Lorber kennen we heel goed de strijd die Jezus moest voeren als mensenzoon met betrekking tot Gods wil. In het laatste hoofdstuk van de Jeugd van Jezus lezen wij hoe hij tot zijn dertigste streed tegen zijn zwakten, waarvan hij er vele had. In de bijbel komt die strijd in beeldvorm terug als Jezus in de woestijn is en de verleider Hem probeert over te halen af te wijken van de wil van de Vader.
Tot op het laatst in Gethsemane moest Jezus die strijd voeren. In Kruis en Kroon (blz. 57) lezen we:
Want nu ging het erom dat de ziel van Jezus zich vanuit een volledig vrije wil onderwierp aan de grote, wijze Liefdewil en het scheppingsplan van de in Hem wonende Vadergeest…Nu moest Hij volgens het heilige plan van God alle mensen, geesten en engelen voor eeuwig een voorbeeld geven van totale overgave aan de wil van de Vader. ..Daarom trok de Vader-Godgeest zich op dit grote, beslissende uur terug uit de ziel van Jezus, opdat de wil van de Mensenzoon beproefd zou worden…
Tegenover de Vader in de hemel: “Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan.”
Hij wordt gesterkt en krijgt het volgende inzicht (blz. 59): “Zoals zij (de discipelen) sliepen, zo sliepen immers nog in de gehele schepping in en op de aarde en alle hemellichamen myriaden niet verloste zielen in het gericht van de materie en wachtten op het moment dat ze gewekt en uit de knellende banden … teruggevoerd zouden worden naar het rijk van de goddelijke orde, van de liefde, het licht en het eeuwige leven.” Jezus wordt dan door een groot medelijden aangegrepen en met het verkregen inzicht groeide in Jezus gevoel na droefheid en vrees en vurig gebed het besluit dat Hij uit volkomen vrije wil en vanuit de zuiverste liefde tot God en de Broeders nam: “Vader, ik weet dat het mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat – maar Uw wil alleen geschiede! En daarom wil ik hem drinken!” (blz. 60) Jezus ziel werd volkomen één van zin met de Vadergeest en het werk der verlossing kon Hij volbrengen, Hij kon zeggen: “Het is volbracht!”
Jezus liefdeoffer is tevens een uitnodiging aan ons om alleen nog Zijn wil te doen.

Wat is Gods wil?
Je kunt denken: Gods wil is simpel: Liefde, en wat specifieker de tien geboden die ons via Mozes gegeven zijn uit het Oude Testament en de twee liefdesgeboden die Jezus ons gaf. Maar wat is liefde? Wanneer is het goed iemand te geven waar diegene om vraagt en wanneer niet? Ik gaf altijd als iemand om geld vroeg, tot ik er op gewezen werd dat dit lang niet altijd de bedoeling is. Liefde is niet altijd doen wat de ander wil, ook in een huwelijk niet. Immers is wat de ander wil wel goed in Gods ogen? Daarom is het nodig om naar Zijn advies te luisteren in je hart, om Hem voor te leggen wat we uit onszelf zouden doen en te horen of dat overeenkomt met wat Hij wil. We zijn uitgenodigd om daar eerst naar te luisteren, alvorens te spreken, te handelen.
De sleutel ligt in de ware liefdevolle bedoeling en goed doen zoals God je vraagt. Zelf maak ik het regelmatig mee dat ik achteraf zie dat ik het beter anders had kunnen doen. Het is dan zaak te weten dat God mij geen schuld geeft, dat ik ook mezelf vergeef en waar nodig of mogelijk om vergeving vraag en/of iets goedmaak.

In Lorber lezen we dat als je uit de Bijbel alleen maar onthouden hebt: Hou van God boven alles en van je naaste als jezelf en je best doet daar naar te leven, het al prima is. Maar aan ons Lorberlezers wordt veel meer gevraagd. Aan wie meer weet, worden terecht ook hogere eisen gesteld. Dus enerzijds zijn wij gezegend dat Jezus ons de boeken van Lorber op ons pad heeft gebracht, anderzijds kom je er dan achter dat er veel meer van ons gevraagd wordt. Zo las ik bijvoorbeeld dat Jezus tegen Cyrenius zei dat de geslachtsgemeenschap alleen bedoeld is voor de voortplanting. Ben ik mooi klaar mee dacht ik toen ik dat las, omdat ik seks heerlijk vind! En dat is dan maar één van de vele dingen. Ik mag dus wel zeggen dat wij Lorberlezers in dit opzicht mooi de pineut zijn geworden. Hadden jullie niet gedacht hè dat vandaag hier te horen! Weer even serieus. Het gaat er niet om dat we alles perfect naar Zijn wil doen, het is belangrijk is dat we van goede wil zijn en ons best doen. Er was er maar één perfect die altijd de Wil van de Vader deed en dat is Jezus.
In dit verband moet ik ook denken aan Van de Hel tot de Hemel, waarin Robert Blum de piramide bekijkt en alle rotzooi ziet van zijn leven. Robert zegt dan dat dit veel erger is dan de spreekwoordelijke augiasstal en nooit meer schoon te krijgen is. Maar door zijn grote liefde voor Jezus zorgt Jezus ervoor dat het gereinigd wordt en Robert verder kan naar de hoogste hemel. Dus het belangrijkste lieve mensen is onze liefde voor onze hemelse vader Jezus!

Wilsvrijheid en gehoorzaamheid
Voor ik Lorber leerde kennen vond ik Gods wil gehoorzamen helemaal niet de vrije wil, vrije wil was te doen wat ik zelf wilde. En als je iemand moet gehoorzamen dan is jouw wil niet meer vrij dacht ik. Maar in deel 4 van het GJE las ik: Als wij willen wat de Heer wil, is ons willen volkomen vrij, omdat de wil van de Heer ook volkomen vrij is; willen wij dat echter niet, of maar ten dele, dan zijn wij miserabele slaven van onze eigen oneindige blindheid. Alleen in God kunnen wij volkomen vrij worden; buiten God bestaat er niets dan alleen maar gericht en dood! (GJE 4 176:3-4)

Zo nu en dan worden we op de proef gesteld. Dat is niet fijn, maar goed is dat daarmee onze ogen verder geopend worden, ook al struikelen we. Het goede aan beproevingen en falen wordt vaak niet gezien, al is het maar dat het ons deemoediger maakt. (zie ook HB 7637)

Als ik als mens mijn eigen wil volg, kies ik in mijn vrijheid ook de consequenties. Het directe contact met God verbleekt dan bij het volgen van de eigen wil. Zo sprak ik onlangs tegen mijn jongste broer en diens vrouw een oordeel uit, wat de tweespalt in mijn familie vergrootte. Mijn zus wees me er later gelukkig op: ik had geoordeeld op een aanname en niet nagevraagd. Ik heb wel mijn excuses aangeboden, maar daarmee is de toegebrachte wonde niet gelijk geheeld. Dus ook al wist ik donders goed dat we gevraagd zijn niet te oordelen, ik gaf weer een keer toe aan die verleiding.

Een ultiem voorbeeld over gehoorzaamheid uit het Oude Testament is dat God Abraham vroeg zijn eigen zoon Isaak te offeren en Abraham was daartoe bereid. Een mooi beeld voor dat ook wij uitgenodigd zijn om Hem te gehoorzamen, ook als dat betekent dat we niet doen wat onze familie en andere naasten het liefst zouden willen.
Een mooie uitleg over de vrije wil staat in het Groot Johannes Evangelie deel 3, hoofdstuk 17 waarin Rafael dit uit de doeken doet. De tijd is niet toereikend om dat hier voor te lezen.

Gods hulp
Wat voor hulp kunnen we van God verwachten? Veelzeggend is wat Judas als antwoord krijgt.
[6] Na deze woorden stond JUDAS weer op en zei tegen Mij: “Heer! Doden roept U uit de graven, en zij leven, waarom laat U dan mijn hart in het graf van het verderf te gronde gaan? Ik wil een beter mens worden en toch kan ik het niet omdat ik mijn hart niet kan veranderen. Vormt U daarom mijn hart om en dan ben ik een ander mens!”
[7] IK zeg: “Daarin ligt nu juist het grote geheim van de zelfontwikkeling van de mens! Alles kan Ik voor de mens doen en daarbij blijft hij mens; maar zijn hart is van hemzelf, dat moet hij geheel en al zelf bewerken als hij voor zichzelf toegang wil krijgen tot het eeuwige leven. Want als Ik Zelf eerst het hart van de mens zou bijschaven, dan zou de mens een machine en nooit vrij en zelfstandig worden; maar als de mens geleerd wordt wat hij moet doen om zijn hart voor God te vormen, dan moet hij dat ook ongedwongen ten uitvoer brengen en zijn hart vormen volgens de leer!
[8] Pas als hij zijn hart zo gevormd, gereinigd en gezuiverd heeft, kom Ik geestelijk daarin en ga er wonen, en de gehele mens is dan geestelijk opnieuw geboren en kan daarna eeuwig niet meer verloren gaan. Want daardoor is hij één met Mij geworden, zoals Ik één ben met de Vader, van wie Ik ben uitgegaan en in deze wereld ben gekomen om alle mensenkinderen de weg te wijzen en te banen, die zij geestelijk moeten gaan om bij God in de volheid der waarheid te komen!
[9] Daarom moet jij, net als ieder van jullie, eerst beginnen met de bewerking van je hart, anders ben je verloren, ook al zou IK je duizendmaal uit het graf in het vleselijke leven hebben geroepen!” 
(GJE 2:75)

Gelukkig lezen we in een boek van Max Seltmann dat het ook met Judas toch nog goed gekomen is aan gene zijde!
De hulp van God is er wel, maar bestaat uit het ons gegeven geweten, de antwoorden die Hij ons in ons hart geeft en de beproevingen die hij ons schenkt. Niet om het ons met die beproevingen moeilijk te maken, maar uit liefde, om ons te laten oefenen in het doen van Zijn wil, ons daarin sterker te maken en ons te doen groeien in deemoed, liefde en waarheid!

God heeft alle mensen dus het geweten gegeven. Zelf heb ik ervaren dat naar mate je meer en meer je best doet naar dat geweten te handelen, je geweten scherper wordt. Ik dacht bijvoorbeeld vroeger dat ik een goed mens was. Maar zeker sinds ik Lorber op mijn pad kreeg, werd ik me bewust dat daar nogal veel aan schortte. Zo is een van mijn zwakten het liegen en ik kan het aantal keren niet noemen dat ik me daaraan beschuldigd heb. Het is werd wel beter, maar dan merkte ik dat ook leugentjes om bestwil niet naar Gods wil zijn. En nog later dat je wel de ware dingen kunt zeggen, maar door het weglaten van wat er ook is, de ander toch een verkeerd beeld krijgt. Veel van mijn leugens waren gebaseerd op angst, onzeker van mezelf zijn en zelfliefde, de wens dat anderen een goede indruk van mij zouden krijgen, hoogmoed.

Ook een simpel iets als niet oordelen, tsjonge jonge dat valt mij niet mee. Daar ga ik nog regelmatig mee de mist in. Het mooiste hieraan is nog dat het mij deemoediger maakt, ook daartoe zijn we uitgenodigd. Zo zullen we allemaal wel struikelend achter Jezus aan gaan, zoals Stans Welling dat zo mooi noemt. Hij wil graag dat we erkennen dat we mis waren, indien mogelijk het weer goed maken en dan vrolijk opstaan, zonder ons schuldig te blijven voelen. De tegenkant echter wil graag dat we ons schuldig blijven voelen om ons onderuit te halen en herinnert ons dan regelmatig aan iets wat we niet goed gedaan hebben. Je schuldig blijven voelen is niet nodig en is niet goed laat Jezus ons weten. Mij zelf vergeven vond ik moeilijk tot Jezus mij zei: als ik je al vergeven heb, wie ben jij dan dat je dat niet doet en denkt dat je het beter weet? Dat heeft gelukkig geholpen!

Geloven, denken, willen, spreken en doen.
Gedachten zijn vrij. In Lorber staat ergens dat slechte gedachten op zich niet zondig zijn en dat pas worden als je er in je hart welgevallen aan hebt en er je wil aan koppelt.

In het Grote Johannes Evangelie lezen we dat Mathaël zegt: “Een redelijk goede wil is al gelijk aan het halve werk. De mens mag het echter niet te lang alleen maar bij de goede wil laten maar moet die zo gauw mogelijk aan het werk zetten, omdat de wil anders in de loop van tijd afkoelt, zijn spankracht verliest en uiteindelijk te zwak en machteloos wordt om een goed werk te volbrengen. (GJE 3:43)

En Jezus zegt tegen twee farizeeën en twee levieten:
(De Heer): ‘Wie tegen Mij zegt: ‘Heer, Heer!’, is nog ver van het ware Godsrijk; wie echter in Mij gelooft en doet wat Ik hem geleerd heb te doen, zal bereiken wat hem beloofd en getoond is, en zal pas door het handelen in zichzelf gewaar worden dat de woorden die Ik gesproken heb, geen woorden van een mens, maar waarlijk goddelijke woorden zijn; want Mijn woorden zijn in zichzelf liefde, licht, kracht en leven. Mijn woorden zeggen jullie duidelijk wat Mijn wil is. Wie Mijn wil in zichzelf opneemt en daarnaar handelt, zal in zichzelf het eeuwige leven hebben en zal verder blijven leven ook al zou hij, als dat mogelijk was, lichamelijk vele honderden malen sterven.(GJE7:157 1)

Zelfverloochening en deemoed
Wij zijn uitgenodigd om zelf steeds minder en minder te worden, zodat Hij in ons kan groeien. Zover groeien tot we uiteindelijk met Paulus kunnen zeggen: nu leef niet ik meer maar Hij in mij! Wat we dan doen en zeggen, doet en zegt Hij door ons! Lorber noemde zichzelf een onnutte knecht en daar snapte ik eerst niet van, immers voor mij was wat hij opgeschreven had uitermate nuttig! Tot ik besefte dat hij daarmee bedoelde dat hij zelf de teksten niet schreef, maar dat het de teksten van onze Hemelse Vader Jezus was.

Op zich hebben wij hier aanwezigen denk ik niet meer de illusie dat wij het beter weten dan onze Hemelse Vader. En dan denk je mooi: dan is het ook een peuleschil om te doen wat Hij wil. Maar dat valt nogal tegen bij mij, want daarvoor is het nodig tegen mijn eigen wensen en begeerten in te gaan en echt deemoedig te worden. Dit doet ook denken aan de verhouding 666, waarover Gera Hogendoorn hier een mooie voordracht gehouden heeft.

Een goede opsomming van wat onze Hemelse Vader van ons verlangt staat in het boek: de Weg tot de geestelijke wedergeboorte, dat je bij Jan en Ria kunt kopen. Als ik dat weer lees, realiseer ik me hoever ik nog te gaan heb alvorens die wedergeboorte te bereiken. Het maakt deemoediger en juist die deemoed is nodig om de Vader in ons alle ruimte te geven. Onze zwakten zijn in dit opzicht ook een geschenk. Als we al heilig zouden zijn, liepen we het gevaar hoogmoedig te worden. Ook de leerlingen ontvingen pas de Heilige Geest met Pinksteren, nadat ze drie jaar dagelijks onderricht van Jezus zelf hadden gehad.

Op een vraag van Jezus zegt Jarah in het Grote Johannes Evangelie:
“Heer, ik heb alles begrepen! Er is een goede mogelijkheid, maar alles hangt af van de vrije wil van de mens! De wereld zien en proeven zij, maar de hemelen zien en proeven zij daarentegen niet, en dan kan het gebeuren dat velen de gebaande weg niet zullen gaan, en het zal met hen dan erger zijn dan tot op heden! Ik zeg U, o Heer, de gebaande weg naar de hemel zal door weinigen betreden worden, want het moeilijkste voor de mens is de zelfverloochening!”
IK zeg: “Maak je geen zorgen, de verbeteringsinrichtingen zullen zo omvangrijk zijn dat ze van hier tot in het hiernamaals zullen worden uitgebreid!
(GJE 2:133, 5-6)

Zelfbeschouwing

Over zelfbeschouwing is een mooi gedicht geschreven door de Vlaamse dichteres Alice Nahon:

’t Is goed in ’t eigen hert te kijken
Nog even voor het slapen gaan
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan

Of ik geen ogen heb doen schreien,
Geen weemoed op een wezen lei
Of ik aan liefdeloze mensen
Een woordeke van liefde zei.

En vind ik, in het huis mijns harten,
dat ik één droefenis genas,
dat ik mijn armen heb gewonden
Rondom één hoofd dat eenzaam was…

Dan voel ik op mijn jonge lippen,
Die goedheid lijk een avond-zoen
’t Is goed in ’t eigen hart te kijken
en zo zijn ogen toe te doen.

In het grote Johannes Evangelie lezen we dat een van de zaken die de leerlingen te doen kregen van Jezus zichzelf beschouwen was, onderzoeken wat ze niet naar Gods wil gedaan hadden en daar spijt van hebben.

Jezus geeft in het begin van zijn driejarige rondtrekken de leerlingen hierover raad:
Enigen weten echter niet hoe ze een begin moeten maken met de innerlijke zelfbeschouwing, en vragen dat aan Mij. Dan zeg Ik: ‘Rust en denk in stilte actief na over jullie doen en laten, over de jullie welbekende wil van God, en of je deze hebt opgevolgd tijdens de verschillende periodes van je leven. Op deze manier heb je je innerlijk onderzocht en daardoor bemoeilijk je het binnendringen van de satan in jezelf steeds meer. Want deze probeert met al zijn energie om de innerlijke zelfbeschouwing van de mens, door middel van allerlei nietszeggende begoochelingen te verhinderen.
Want als de mens eenmaal door oefening wat vaardigheid heeft verkregen in de beschouwing van zijn innerlijk, dan ontdekt hij in zichzelf ook heel gemakkelijk en heel snel welke valstrikken de satan voor hem heeft opgezet, en dan kan hij deze behoorlijk onklaar maken en vernietigen en tijdig maatregelen nemen tegen alle toekomstige valsheid van deze vijand. Dat weet de satan maar al te goed en daarom is hij zo ijverig mogelijk bezig om de ziel zelf met allerlei naar buiten gerichte begoochelingen af te leiden, en onderhand heeft hij dan niet veel moeite om onzichtbaar voor de ziel allerlei vallen uit te zetten, waarin zij tenslotte zo verstrikt raakt dat ze dan niet meer tot zelfbeschouwing kan komen, en dat is heel erg. (GJE 1:224.10-11)

Er is een hemels brood waarin gevraagd wordt aan de Hemelse Vader om alles te tonen wat van binnen nog niet naar Zijn wil is en was. De Vader weigert dat en zegt daarin dat als hij dat zou laten zie, dat je dan door de grond zou zakken van schaamte en tot niets meer in staat zijn. Vandaar dat Hij het stukje bij beetje laat zien. Belangrijk is daarbij onze motieven te onderzoeken: doen en zeggen wij iets uit liefde voor de vader, voor de ander, of willen we ook dankbaarheid zien als we mensen helpen, of dat anderen bij ons op gaan kijken?
Belangrijk is ook om met Hem je motieven te onderzoeken, juist van goede daden. Als je die doet om de hemel te verdienen, dan klopt dat ook nog niet. Het gaat om de liefde: Hoe meer jullie de Heer met liefde zullen omvatten en hoe deemoediger jullie ten opzichte van Hem en al jullie broeders zullen zijn, des te meer zul je van de waarachtige hemel in je dragen. (GZ_1 32:9-10)

Tot slot
Het doen van zijn liefdeswil lijkt gemakkelijk, maar is het absoluut niet. Maar weet dat hoe meer je in liefde groeit voor Jezus en je naaste, hoe duidelijker je ook Zijn liefde voor jou mag voelen! En dat is het mooiste wat mij hier al op aarde is overkomen, ook al ga ik struikelend en weer opstaand achter Hem aan.
Graag wil ik besluiten met nog twee stukjes uit GJE 9 (43:10-11), Nog een vijfde teken van Mijn tegenwoordigheid bij, in en te midden van jullie zal zijn dat jullie, als jullie altijd Mijn wil doen, in jezelf de wedergeboorte van de geest zullen bereiken. Dat zal een echte levensdoop zijn, omdat jullie daarbij van Mijn geest vervuld en daardoor in alle wijsheid binnengeleid worden. Laat ieder van jullie vooral naar dit vijfde teken streven!
En tot slot: Als het rijk Gods echter in jullie zelf gestalte krijgt en vol werkzaamheid wordt volgens Mijn aan jullie geopenbaarde wil, dan zullen jullie het ook aanschouwen en daar grote vreugde aan beleven. (GJE 9 159:4)

Die vreugde wens ik jullie allemaal!

T. de Vries

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Controlesom *