De vraag over de Messias

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 5)

«« 202 / 276 »»
[1] En HIRAM antwoordde: 'O heer vol almacht en wijsheid! Dat was iets onuitsprekelijks! De laatste en eigenlijk binnenste, gigantisch grote aarde was waarlijk een wereld vol geweldige wonderen. Alleen was alles van zo'n kolossale omvang, dat wij ons tegenover de mensen daar, die er overigens zeer goed uitzagen, bepaaldelijk voorkwamen als muizen tegenover een olifant. En alles was in deze verhouding, vooral halverwege de berghoogten; maar beneden in de dalen leek het iets meer op de cultuur van onze aarde. Maar om alles te beschrijven wat we daar hebben gezien, zouden we meer dan honderd jaar nodig hebben!
[2] Nu zien we dan ook zeer grondig in, dat de aarde enkel en alleen de bes.temming heeft om ware mensen naar het evenbeeld van de allerhoogste God te dragen, en we zien nu ook in dat u geheel vervuld moet zijn van zo'n allerhoogste geest van God; want anders zou het immers onmogelijk zijn om ons die Saturnus-ster zo indrukwekkend te onthullen en van zo dichtbij te laten aanschouwen. Ja, heer en meester, wie zulke dingen heeft geschapen moet zo groot, machtig en wijs zijn, dat het al onze denkbare begrippen te boven gaat! Hem Zelf nader te leren kennen zou werkelijk veel en veel meer betekenen dan dat we dat wonderbaarlijke gezichtsvermogen, dat we hadden, altijd zouden kunnen behouden en de talloze sterren van heel dichtbij zouden kunnen zien!
[3] Wij willen u en deze jonge man daarom nu ook met heelons hart vragen ons de eigenlijke Schepper van de hele geesten en materiewereld in zoverre waarachtig te leren kennen, dat wij ons van Hem een behoorlijke voorstelling kunnen maken; ook willen wij -als de volgens uw woorden meest volkomen mensen en respectievelijk als ware kinderen van Hem -weten, wat wij tegenover Hem moeten doen om zo waardig mogelijk te leven als datgene, wat wij door Zijn wil reeds zijn en steeds meer moeten zijn. Want wij zijn ernstige mensen en hebben een moeilijk buigzame wil; maar wat wij eenmaal aannemen en behartigen wordt dan ook door rotsvaste mannen en niet door wispelturige mensen behartigd'
[4] IK zeg: 'Wel, zie, nu hebben we eigenlijk het punt bereikt waarvoor wij naar jullie toe zijn gekomen, en jullie zullen van ons de Schepper van al de talloze wonderwerken niet alleen nader leren kennen, maar zo volkomen als maar mogelijk is, alsook Zijn gemakkelijk te vervullen wil vernemen, omdat ieder mens pas door het volkomen vervullen van de goddelijke wil die hij heeft leren kennen, tot een waar, van alle wijsheid en kracht voorzien kind van de allerhoogste en enig ware God wordt. Wij hebben voorheen al eens enkele woorden laten vallen over de verwachte Messias van de joden. Ik zou nu graag van jullie geheel vrij je mening over deze joodse aangelegenheid willen vernemen. Spreek daarom zonder terughoudendheid!"
[5] HIRAM dacht enkele ogenblikken na en zei toen: 'Ja, ja, heer en meester in alle dingen en verschijnselen, wij hebben er eerder op de dag terloops over gesproken! Ik heb in de joodse boeken bijna alles gelezen wat er betrekking op heeft; alleen, alles klonk zo merkwaardig en was zo vol van allerlei mysterieuze, onbegrijpelijke beelden dat ik althans daar helemaal niet wijs uit kon worden! Bij gelegenheid stelde ik daar vragen over aan zeer intelligente joden en kwam maar al te gauw tot de overtuiging, dat ook zij daarover niet meer wisten dan ik, en daarom moet ik van wat ik er tot nu toe van begrijp jullie alleen datgene zeggen, wat deels ikzelf en deels ook andere zeer helder denkende mensen ervan denken.
[6] Wel, ieder volk op aarde is, afgezien van enkele hogere openbaringen, althans tot nu toe, min of meer de eigen schepper geweest van zijn religie, zijn zeden en gewoonten en zijn positieve verwachtingen en zal dat waarschijnlijk ook voor het grootste deel blijven! En dat schijnt ook met de joden het geval te zijn.
[7] Bij een groot volk gaat het met ongeveer negen tiende deel van de mensen meer of minder goed of heel slecht, en slechts een tiende deel kan zeggen: 'Behalve het sterven is het allemaal nog net uit te houden! ' Wat blijft er dan anders over dan om op een of andere manier het geloof van het arme volk leven in te blazen en het door allerlei uit de aangeboren menselijke poƫzie ontsproten hoopvolle verwachtingen te troosten, ofwel met een Elysium aan gene zijde of met een wonderbaarlijke Messias (Redder) , die geheel identiek is met de eerste Godheid. Met die hoop gaat natuurlijk vol zalige verwachting de ene generatie na de andere het graf in en men rust dan heel gerust zonder geloof en hoop in de vriendelijke, koele moeder aarde. Ik voor mij heb hier niets op aan te merken; maar zoals de mensen het zich voorstellen is het volgens mijn oprechte overtuiging niet!"
«« 202 / 276 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.