De waard vraagt naar de reden voor het verwoesten van Babylon en Nineve

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 10)

«« 237 / 244 »»
[1] Nu dacht de waard een tijdlang na en zei tenslotte: 'Mijn beste, wonderbaarlijke Vriend, die vervuld bent van alle kracht en macht van de enig ware Godheid! Omdat U door Uw wil alles kunt scheppen wat U wilt, vraag ik U waarom de God van de joden, die jullie voor de ene en enig ware houden, heeft toegelaten dat steden als Babylon en Nineve zodanig verwoest zijn, dat je nu niet eens meer kunt vaststellen waar ze gelegen hebben!
[2] Waarom heeft de Godheid toegelaten dat die werken van menselijke vlijt vernietigd werden. Weliswaar zullen ook de mensen, die deze steden bewoonden, niet veel minder gezondigd hebben dan de Sodomieten -maar wat is eigenlijk zonde?
[3] Het is niets anders dan een handelswijze die in strijd is met bestaande wetten, waarvan ieder mens in een land helemaal niet of slechts weinig op de hoogte is, en het is ook helemaal in orde dat een volk vanwege de noodzakelijke burgerlijke orde wetten moet hebben.
[4] Bij de wetten hoort echter ook een overeenkomstige opvoeding -maar in wat voor handen ligt de opvoeding dikwijls! Wie zijn de voornaamste opvoeders van de kinderen? Dat zijn de ouders, die voor het grootste deel, met uitzondering van de taal en enkele ervaringen, even dom zijn als hun pasgeboren kinderen -en de kinderen groeien op zonder enige kennis, wetenschap of ervaring.
[5] In de staat bestaan weliswaar wetten waar aldus opgegroeide kinderen niets van weten, en dat is zowel in de steden als op het platteland het geval, en vaak in de steden nog meer dan op het platteland.
[6] Nu zijn dergelijke mensen met veel hartstochten, weinig inzicht en weinig verstand behept; die hartstochten oefenen dus een grote kracht op hen uit, en dergelijke mensen geven zich over aan hun hartstochten en zondigen tegen de bestaande wetten, waar ze niet van op de hoogte zijn.
[7] Hoe langer zo'n volk bestaat, des te dommer wordt het en des te meer wordt er gezondigd, en de machthebbers van zo'n volk, zoals de priesters, leven dan steeds tevredener naarmate het volk dommer wordt, en niemand bekommert zich om de opvoeding van de mensheid, ook de almachtige Godheid niet; maar als zo'n mensheid eenmaal ten dode is opgeschreven door haar zonden, dan laat de Godheid gerichten van boven en van beneden komen.
[8] Zou het eigenlijk niet wijzer zijn als de Godheid reeds bij het ontstaan van zo'n volk een dermate grote zorg zou dragen voor een doelmatige opvoeding van de mens dat de mensen zouden weten waar ze aan toe zijn en dat ze dan ook moeten zorgen dat dit zo blijft?
[9] Maar nu ziet men niets anders dan het eeuwige straffen op aarde, en de met Gods geest begiftigde leraren komen pas wanneer de mensen al zo slecht zijn geworden dat ze niet meer te verbeteren zijn.
[10] Dat dergelijke mensen dan ontaarden, zowel op het platteland als in de steden, is vanzelfsprekend en behoeft geen verdere toelichting, en de van God bezielde profeet en leraar kan bij zo'n dom geworden volk geen wonderen meer doen. Uiterst weinig enigszins goede mensen zullen naar hem luisteren en zijn leer aannemen; maar het allergrootste deel van de mensen zal hem grijpen en doden.
[11] Kijk, mijn beste, wonderbaarlijke Vriend, dan kan ik denken wat ik wil, maar ik vind zo'n verwaarlozing in de opvoeding van de mensen, die door een uiterst wijze en machtige Godheid wordt toegelaten, niet helemaal in orde! De wetten van die Godheid kunnen wel uiterst wijs zijn; maar wat heeft dat voor nut als de mensheid daar in het algemeen nooit grondige kennis van verkrijgt?
[12] Waarom is er in de Romeinse staat meer orde dan overal elders? Omdat de Romeinse regering ervoor zorgt dat haar zeer wijze wetten aan iedere Romein bekend worden gemaakt, en wel net zolang tot hij een examen moet afleggen, waarin hij bewijst dat hij de nodige kennis van de staatswetten heeft. Want je krijgt pas het Romeinse burgerrecht, als je bij de examens aantoont zowel in de steden als op het platteland -dat je de nodige wetskennis bezit.
[13] Dat zou volgens mijn opvatting ook bij alle andere volkeren ingevoerd moeten worden; maar zo laat men zowel van goddelijke alsook van staatszijde toe, dat de volkeren vaak tot lager dan het dierenrijk verwilderen, vervolgens niet anders dan volgens hun hartstochten kunnen handelen en in plaats van beter steeds slechter en nog duisterder worden en dan buitensporig veel zonden en misdaden begaan. En als ze in die manier van leven het hoogtepunt hebben bereikt, dan komen de straffen van boven en van beneden, en dan worden steden en volkeren van de aarde weggevaagd. Met die manier van opvoeden van de mensen ben ik het absoluut niet eens!
[14] Daarom vroeg ik waarom de Godheid heeft toegelaten dat steden als Babylon en Nineve helemaal van de aardbodem verdwenen zijn. De mensen moeten toch wel sterven, zonder te weten wat hun de dood heeft gebracht; maar de woonplaatsen en de door de mensen gecultiveerde aardbodem kunnen er toch niets aan doen dat ze samen met de zondige mensheid van de aardbodem moesten verdwijnen!
[15] Als er dan weer een volk op de wereld komt, moet het weer van voren af aan beginnen, woningen te bouwen en het land in cultuur te brengen, en bij dat werk heeft zo'n volk ook weer geen rust, maar wordt het door allerlei vijanden van boven en beneden aan één stuk door bedreigd, die ervoor zorgen dat het zich nooit volledig kan ontplooien in de ware, zuivere zedelijkheid en deugd.
[16] Wij Romeinen hier in dit dorpje, die voor het merendeeloude soldaten zijn, hebben ons ontplooid voorzover dat voor een mens over het algemeen mogelijk is, en we hebben ook onze kinderen een zodanige opvoeding gegeven, dat ze op onze manier lang verder kunnen leven, misschien eeuwenlang, als iemand er ons voor instaat dat dit kleine dorpje van ons niet door welke vijand dan ook bedreigd en verwoest wordt -wat de almachtige Godheid wel zou kunnen verhinderen als zij dat wilde, maar wat zij zeker niet zal doen!
[17] En zo zult U, beste, wonderbaarlijke Vriend, met Uw veel diepere wijsheid dan die van mij, wel inzien dat het op deze schrale aarde welontzettend moeilijk is om een goed mens te zijn. En dat zou niet zo moeilijk zijn, als er van de kant van een ware, almachtige God voor gezorgd zou worden dat alle mensen goede mensen waren! Maar op deze manier laat de Godheid toe dat de mensen zichzelf allang van tevoren tot op de bodem bederven; daarna pas wekt ze onder zo'n volk verschillende wijze leraren en profeten op, en die moeten dan het volk terugbrengen naar de oude reinheid van zeden en deugd, zoals in de oergeschiedenis van het Joodse volk is te zien.
[18] Toen het volk Israël onder de heerschappij van de farao's al bijna helemaal zedeloos was geworden, wekte de Godheid pas iemand als Mozes op, die het van al zijn zonden en slechte gewoonten moest bevrijden. Maar ik vraag: waarom heeft de Godheid niet eerder een wijze Mozes in het volk Israël opgewekt, toen het nog beter en gewilliger was?
[19] Kijk, mijn beste, wonderbaarlijke Vriend, ik en ook mijn buren hebben daarover vaak nagedacht en met elkaar gesproken; maar geen van ons kon op die vraag een passend en waar antwoord geven. Daarom heb ik deze vraag met al mijn bedenkingen nu aan U voorgelegd, en ik ben in alle vertrouwen de mening toegedaan dat U mij daarop een juist antwoord zult kunnen geven.'
«« 237 / 244 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.