Lieflijke morgen in Jozefs huis. Maria en Jozef maken zich zorgen over het spraakverlies van het Kindje. Maria neemt de proef op de som. Jozefs edelmoedigheid jegens een blinde. Jacob geneest hem

Jakob Lorber - De jeugd van Jezus

«« 161 / 302 »»
[1] Door dit voorval was ook Maria wakker geworden. Ze wreef zich de slaap uit de ogen, stond op, waste zich en kleedde zich in het zijkamertje aan.
[2] Een poosje later kwam zij te voorschijn, zo stralend schoon, zo mooi en goed, zo deemoedig over­gegeven aan Gods Wil, dat ze op een Hemelse Engel geleek!
[3] Ze wenste Jozef goedemorgen en kuste hem, daarna om­helsde zij Eudokia en kuste ook haar!
[4] Na deze bijzonder hartelijke begroeting, die bij de oude Jozef steeds een paar tranen van vreug­de deed vloeien, knielde Maria ­zich innerlijk volledig verdeemoe­digend­ bij de wieg neer en gaf ze het Kindje de borst, terwijl ze intussen bad.
[5] Toen het Kindje genoeg ge­dronken had, liet Maria vlug een koel badje klaarmaken waarna ze, zoals gebruikelijk, het Kindje in bad deed.
[6] Het Kind je trappelde er vro­lijk op los terwijl Het ijverig Zijn ongearticuleerde geluidjes liet ho­ren.
[7] Toen het Kindje aldus ge­baad, afgedroogd en in schone kleertjes en kousjes gehuld, vol­ledig verzorgd was,
[8] vroeg Maria Hem of de schone kleertjes fijn waren, en of alles in orde was zo.
[9] Ze wist immers niet anders, dan dat het Kindje kon spreken, en dat goddelijk-wijs ook nog; maar ze wist niet -en behalve Ja­cob wist niemand dat -dat het Kind je Zichzelf weer onmondig had gemaakt.
[10] Iedereen vond het dus vreemd, dat het Kindje op de vra­gen van Maria geen antwoord gaf.
[11] Nu sméékte Maria op in­dringende wijze het Kindje toch alsjeblieft iets te zeggen maar het Kindje liet slechts Zijn kinder­stemmetje horen en van woorden vormen was geen sprake meer!
[12] Dit verontrustte Maria zo­wel als Jozef, en zij peinsden of niet misschien de engelen het god­delijk Kindje 's nachts naar de Hemel konden hebben gebracht, en in de plaats daarvan een heel gewoon kind in de wieg konden hebben gelegd.
[13] Het idee, dat kinderen soms kunnen worden omgewis­seld, was de joden namelijk aller­minst vreemd.
[14] Maria en Jozef bekeken het Kindje dan ook heel angstig of het nog Hetzelfde was.
[15] Maar ze konden niet de ge­ringste afwijking ontdekken, noch aan het hoofdje, noch ook aan enig ander lichaamsdeel.
[16] Plotseling kreeg Maria een inval, ze zei: 'Dit badwater mag niet worden weggegooid! En zoek een zieke voor mij op en breng die hierheen,
[17] want tot dusverre heeft dat water steeds een wonderbaarlijke heilzame kracht gehad,
[18] als dus een zieke erdoor genezen wordt, dan staat vast, dat we nog ons eigen Kindje hebben! Wordt hij niet genezen, dan heeft het God de Heer behaagd om ons een ander Kind je te geven in plaats van Het Zijne!'
[19] Jacob wilde nu iets in het midden brengen, maar innerlijk werd hem dat door het Kindje uit­drukkelijk verboden, zodat hij zweeg.
[20] Onmiddellijk stuurde Jozef nu zijn oudste zoon de stad in om daar een zieke te zoeken.
[21] Anderhalf uur later kwam hij terug en bracht een blinde man mee. Maria wies hem met het bad­water de ogen, maar het licht zij­ner ogen kreeg hij niet!
[22] Toen zij dit bemerkten, werden Maria, Jozef en de vier andere zonen, alsook Eudokia erg treurig; alleen Jacob bleef opge­wekt. Hij nam het Kindje op de arm en liefkoosde Het.
[23] In de veronderstelling dat hij ertussen genomen was, mop­perde de blinde man.
[24] Jozef echter troostte hem met de toezegging dat hij hem als schadeloosstelling voor de veron­derstelde fopperij levenslang zou doen verplegen, waardoor hij kalm werd.
[25] Toen echter viel Jacobs op­geruimdheid aan Jozef op, die dat aan de kaak stelde, als ware dat een zonde tegenover zijn vader!
[26] Maar Jacob verdedigde zich door te zeggen: 'Ik ben opge­wekt omdat ik weet wat er aan de hand is, en jullie treurt omdat jul­lie het niet weet! Toch zouden ook jullie moeten weten, dat men God niet op de proef mag stellen!'
[27] Vervolgens ademde Jacob nu de blinde in het gezicht, en op hetzelfde moment werd die zien­de! Nu keek iedereen stomver­baasd naar Jacob, er nu helemaal niets meer van begrijpend.
«« 161 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.