Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 220 / 302 »»
[1] Na deze toespraak van het Kindje, viel Jonatha, daartoe door vurige liefdegevoelens gedrongen, voor het Kindje op zijn knieën, en weende daarbij van overgrote vreugde en dankbaarheid.[2] Tegen de anderen zei het Kindje nu: ‘Zien jullie nu, hoe hevig Jonatha Mij liefheeft?
[3] Ik zeg u: Uit elke traan, die nu uit zijn ogen vloeit, zal hem te zijner tijd in Mijn Rijk een hele wereld geworden!
[4] De waarde en het onderscheid van de verschillende tranen heb Ik jullie al eens getoond, maar nu zeg Ik jullie andermaal:
[5] Er zijn voor Mij geen tranen van grotere waarde dan die, welke gelijken op die van Jonatha!’
[6] Bij het horen van deze woorden vermande zich de grote Jonatha, hij zei:
[7] ‘O Almachtige Heer van mijn leven, hoe kan een grote zondaar als ik ben Uw zo grote genade en Erbarmen waardig zijn?’
[8] Maar het Kindje zei: ‘Jonatha, vraag je af hoe je Mij, als je echt zo’n grote zondaar was, dan toch zo hevig zoudt kunnen beminnen! ?
[9] Want is de Liefde tot Mij niet iets heiligs, zoals Ik Zelf dat ben in Mijn Goddelijkheid?!
[10] Hoe zou jij zo’n heilige liefde in je hart kunnen verdragen als je een groot zondaar zoudt zijn?!
[11] Wordt dan niet ieder mens geheiligd en volledig herboren door de liefde voor God in zijn binnenste?!
[12] En als je dus vol bent van die liefde, wat zou er dan in je kunnen zijn, dat je “zonde” noemt?
[13] Alle menselijke vlees is zondig, waarom alle menselijke vlees moet sterven.
[14] Ja, Ik verzeker je, dat zelfs dit vlees van Mijn eigen lichaam onder de doem van de zonde ligt, en daarom ook, zo goed als het jouwe zal moeten sterven,
[15] maar, die zonde dat is geen vrijwillige, slechts een gerichte en die staat niet op rekening van jouw vrije geest!
[16] Daarom wordt jouw waarde niet naar je lichaam, maar alleen naar je vrije liefde bepaald.
[17] Later zal dan ook niet gevraagd worden: “Hoe was je lichaam?” maar: “Hoe was je liefde?”
[18] Immers, werp je een steen omhoog, dan blijft die niet daarboven, maar hij valt duidelijk weer omlaag naar de aarde.
[19] En waarom? Omdat de materie van de aarde hem aantrekt als een gerichte liefde, waar de aarde zelf vol van is!
[20] En waarom vallen de wolken en de sterren niet uit de hemel? Nu, dat is omdat die worden aangetrokken door de hemelse liefde!
[21] Als jouw hart echter vol is van liefde tot God, de Eeuwig Levende, waar zal die vrije, zelf levende liefde jou dus heentrekken?’
[22] Deze laatste vraag vervulde alle aanwezigen met een gevoel van grote zaligheid, omdat zij nu allen wisten hoe zij ervoor stonden.
«« 220 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
