De vlammenzee in de grot op de bergweg die naar de hoogte leidt.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 83 / 366 »»
[1] Henoch sloeg weer de weg in die - zoals reeds bekend - langs de buitengewoon onheilspellende grot liep.
[2] Toen de karavaan daar aankwam, hield Henoch even halt en liet Lamech met weinig woorden weten welke hoogst verbazingwekkende merkwaardigheid hem en zijn toenmalige metgezellen in tegenwoordigheid van de Heer bij de eerst thuisreis was overkomen.
[3] Dat verbaasde Lamech niet weinig; maar zijn verbazing duurde nog geen minuut of reeds sloegen er met een angstwekkend lawaai machtige vlammen uit het hol.
[4] Lamech schrok daar zo hevig van, dat hij dadelijk bewusteloos op de grond viel.
[5] Maar Henoch ging meteen naar hem toe, tilde hem op en zei tegen hem: 'Maar broeder Lamech, kijk toch eens naar je metgezellen! Die hebben toch ook hetzelfde verschijnsel als jij aanschouwd; maar geen van hen viel daarom op de grond! Hoewel zij aanvankelijk ook wel enigszins schrokken, kijken zij nu evenwel zonder enige emotie naar dit loze spektakel! - Doe net als je moedige makkers!'
[6] Deze woorden brachten Lamech weer tot bezinning en hij keek nu ook onverschrokken naar de aldoor toenemende vlammen uit de grote grot, die ongeveer honderd manslengten hoog en aan de onderkant ongeveer zeventig manslengten breed was.
[7] Na een tijdje zei Lamech tegen Henoch: 'Broeder in de Heer, ik denk dat wij gewoon een andere weg moeten inslaan als wij op natuurlijke wijze nog vandaag op de hoogte willen aankomen, want door deze steeds toenemende en groter wordende vlammenzee zal het denk ik wel zeer moeilijk zijn een weg te banen!'
[8] Maar Henoch antwoordde Lamech en zei: 'Broeder Lamech, zie, jij kent en weet nog niet wat voor soort brand dat is, maar ik wel en ik weet ook de reden ervan!
[9] Zie, deze vlammen zouden ogenblikkelijk moeten doven als wij dat maar vanuit de Heer zouden willen! Maar deze brand moet nu door mijn wil nog gedurende de tijd van een schaduwwende steeds erger worden, opdat ten eerste deze gapende kloof wordt vernietigd en ten tweede in deze vlammen de eigenlijke veroorzaker daarvan zijn gerechte tuchtiging ondergaat, want je weet nu van de Heer dat de geest wel degelijk pijn kan voelen.
[10] Wanneer echter deze vlammen binnen korte tijd hun tweevoudige dienst hebben verricht, zal ook spoedig Gods tegenhanger moeten verschijnen om van mij de verdiende berisping te ontvangen en een doeltreffend verbod om nog ooit op wat voor een manier dan ook een reiziger op zijn weg aan te vallen!'
[11] Deze woorden stelden Lamech volkomen tevreden en hij zei tegen Henoch: 'Luister, broeder, als dat zo is, dan maakt het mij niet uit als wij zelfs een volle dag hier op deze weliswaar uitermate huiveringwekkende plaats moeten doorbrengen! Want als er geen eind gemaakt wordt aan deze ordeverstoring wie zou het dan ooit nog wagen om een tocht naar de hoogte te maken?'
[12] En Henoch zei daarop tegen Lamech: 'Wees maar gerust broeder, want nu op dit moment wordt er in naam van de Heer een gunstig einde gemaakt aan dit oude kwaad! Dadelijk zul je met eigen ogen de gedenkwaardige oplossing aanschouwen! Amen.'
«« 83 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.