Verschil tussen het licht van het geloof en het licht van de liefde. De geest van de mens

Jakob Lorber - De Geestelijke zon (deel 2)

«« 10 / 127 »»
[1] Jullie bevinden je reeds in zijn sfeer en daarom wil Ik jullie ook meteen vertellen dat jullie je in de sfeer van Mijn lieve Johannes bevinden. Houd je aan hem, hij zal jullie op zijn manier heel veel wonderbaarlijks en verhevene laten zien. Johannes wenkt jullie om hem te volgen. Dus volg hem ook!
[2] Johannes zegt: geliefde broeders in onze Heer Jezus Christus, jullie hebben mij weliswaar al vanuit de sfeer van een andere lieve zalige broedergeest gezien, maar toen was de tijd nog niet gekomen om jullie in mijn sfeer op te nemen. Daar jullie nu door mijn lieve broeder Marcus in zoveel belangrijke zaken onderwezen zijn, is het nu dan ook tijd dat jullie volgens de wil van onze Heer Jezus Christus ook in mijn sfeer ervaringen kunnen opdoen die naar hun aard jullie vooral steeds meer in de geheime liefde van de Heer zullen inwijden.
[3] In alle vorige sferen hebben jullie verschijningsvormen gezien en uit deze verschijningsvormen moesten jullie de waarheid dan afleiden. Kijk, dat is de eerste manier waarop de mens vanuit het licht van zijn geloof eerst vormen ziet, maar deze nergens doorgrond en ze pas begrijpt wanneer ze hem in het hoogste licht van de hoogste liefde onthuld worden.
[4] Om deze reden hebben jullie in de sferen van mijn negen voorgaande broeders alle verschijningsvormen in het begin dan ook bekeken zoals een blinde de kleuren. Jullie zagen talrijke vormen en handelingen, maar hebben bij de eerste aanblik niets van dit alles begrepen omdat jullie gekeken hebben vanuit het licht van jullie geloof. Maar een tweede, veel dieper schouwen is hetgeen vanuit de liefde gebeurt. Daarbij ziet men niet dadelijk wat er al is, maar men ziet slechts wat men in zijn liefde opneemt, waarna men het opgenomene in zijn diepste wezen beschouwt.
[5] Vanuit het licht van het geloof is men een zoekende waarnemer van het reeds bestaande; vanuit het innerlijke licht van de liefde, dat het eigenlijke levende licht van de Heer in de mens is, wordt men echter zelf schepper en men beschouwt dan het zelfgeschapene in zijn diepste wezen.
[6] Jullie denken weliswaar dat dus de eerste toestand gunstiger zou zijn dan deze tweede, innerlijk diepste. Maar ik zeg jullie: dat is onjuist, want hoe vaster een geschapen wezen de uiterlijke vormen ziet, des te onvolmaakter is zijn wezen.
[7] In zijn natuurlijke leven op aarde bevindt de mens zich allereerst in zo'n manier van schouwen. Hij heeft wel plezier aan het bekijken van onveranderlijke vormen, maar hoe verhoudt hij zich tot deze vormen in zijn geest? Ik zeg jullie, als de armzaligste bedelaar voor de hal van het huis van een hardvochtige rijkaard. Hij ziet wel de wonderbaarlijke, rijke pracht van het grote huis van de rijkaard, maar als hij er wil binnengaan, wordt hij door honderd gedienstige wezens van dit huis keihard afgewezen. Wat heeft de arme nu bij de aanblik van dit prachthuis gewonnen? Niets anders dan een beklemd, pijnlijk hart dat hem zegt: om dergelijke paleizen te betreden, deugen jouw voeten niet!
[8] Kijk, precies zo is het gesteld met het beschouwen van de onveranderlijke uiterlijke vormen. Is het geen genoegen om voor een boom te gaan staan en zijn vormen te bekijken? Wanneer men echter bij de boom aanklopt en binnengelaten wil worden om zijn levende, wonderbare bedrijvigheid te zien, dan wordt men steeds hard afgewezen en geldt: tot aan mijn oppervlakte, tot aan mijn uiterlijke vorm, maar van daaraf geen haarbreed verder! Jullie kunnen wel een steen in je hand nemen en hem gooien waarheen je maar wilt; jullie kunnen hem ook stukslaan of malen, oplossen of helemaal vervluchtigen, maar toch is de steen jullie de baas en geeft hij zijn geheimen niet aan jullie prijs.
[9] Zo is het met alle uiterlijke vormen die het oog te zien krijgt. Ze zijn voortdurend heer en meester over de toeschouwer. Deze kan doen wat hij wil, maar hij kan nergens tot de kern doordringen. Daarom moeten er overal uitgebreide verklaringen en ophelderingen worden toegevoegd als de toeschouwer ook maar een sprankje licht over de aanschouwde (vaste) dingen wil krijgen.
[10] Zo is het ook gesteld met de vormen in de geestenwereld wanneer ze zich als reeds bestaand in een zekere vastheid aan het oog van de toeschouwer voordoen. De toeschouwer ziet ze wel maar begrijpt ze niet. Zo hebben jullie in de sfeer van mijn geliefde broeder heel veel vormen gezien; zeg me echter of jullie er ook maar één begrepen hebben voordat de leidsman jullie deze had uitgelegd.
[11] Maar heeft de leidsman ze ook gezien zoals jullie ze zagen? Kijk, dat is een andere vraag. Ik zeg jullie: als hij ze zo had gezien, dan had hij jullie toch moeilijk het juiste licht over een en ander kunnen verschaffen. Hij heeft ze echter vanuit zichzelf gezien, dat wil zeggen hij heeft ze vanuit het licht van de Heer in zichzelf geschapen en jullie zagen dus zijn scheppingen! Ze waren de meest volkomen waarheid tot in alle details, maar zonder zijn uitleg begrepen jullie ze niet.
[12] Maar nu in mijn sfeer zullen jullie het totaal omgekeerde ervaren, hetgeen jullie meteen uit ons volkomen vormloos, nevelachtig uitgangspunt kunnen opmaken. Zien jullie behalve de grijze nevel die ons aan alle kanten omgeeft, een of andere vorm, een wereld, een hemel of een of ander licht?
[13] Jullie zeggen: liefste vriend en broeder in de liefde van de Heer! Kijkend naar alle richtingen zien we niets anders dan onszelf, jou en de grijze nevel. Goed, geliefde broeders, jullie hoeven ook absoluut niet meer te zien, want juist dit uitgangspunt is nodig om in het eigenlijke, ware diepste schouwen van de geest te kunnen worden ingewijd.
[14] Jullie weten dat de geest van de mens een volmaakt levend evenbeeld van de Heer is en in zichzelf de vonk of het brandpunt van het goddelijke wezen bezit. Wanneer hij dit echter ontegenzeglijk in zich draagt, dan draagt hij toch ook het 'alles' van de Heer in zich. Hij draagt derhalve het oneindige van het kleinste tot het grootste op volkomen goddelijke wijze in zich, oftewel hij heeft het 'alles' van de Heer door zijn grote liefde voor Hem als het ware op één punt in zichzelf verenigd.
[15] Welnu, als dat zo is, waartoe dan nog vreemde, externe vormen beschouwen? Voor de dag met hetgeen ieder van jullie net als ik in zich draagt en we zullen dan al gauw dingen als door onszelf geschapen aanschouwen.
[16] Jullie vragen: hoe is zoiets nu mogelijk? Maar ik zeg jullie: hebben jullie nog nooit je gedachten nader onderzocht en jullie wensen naast deze gedachten?
[17] Vanwaar komen de gedachten? Het antwoord ligt zowel enkelvoudig als eindeloos meervoudig in het brandpunt van God in jullie. Kijk, in dit machtige brandpunt is de fabriek van jullie gedachten en wensen gebouwd. Vanuit dit brandpunt denken jullie oorspronkelijk en jullie veelheid van gedachten is oneindig omdat in het goddelijke brandpunt in jullie het Goddelijke eveneens in heel Zijn oneindigheid voorhanden is.
[18] Jullie zouden willen zeggen: als dat zo is, waar komen dan de slechte gedachten vandaan? Dan zeg ik jullie, dat uit dit brandpunt absoluut geen slechte gedachten en ook geen slechte wensen voortkomen. Alle gedachten zijn daar vrij en onberispelijk; slechts de wensen zijn onder de heerschappij van de vrije wil van elke mens geplaatst. Wanneer jullie vanuit jezelf denken, zullen al jullie gedachten uit de liefde voortkomen en jullie zullen al gauw de zalige behoefte van voortdurende mededeelzaamheid ervaren, waardoor jullie alles rijkelijk met je broeders zouden willen delen. Daardoor worden jullie dan ook scheppers van louter goede werken, welke jullie zullen volgen.
[19] Omdat ieder mens ook een vrije wil heeft en bovendien het vermogen om vanuit zichzelf ook naar uiterlijke, dus vreemde vormen te kijken, kan hij met zijn wil en met zijn aan zijn wil onderdanige liefde deze vreemde vormen in zich opnemen en ze zich toe-eigenen. Kijk, deze vreemde vormen worden dan tot geroofde en ook te begeerlijke gedachten in de mens, en omdat deze nu voortkomen uit eigenliefde, welke een roofzuchtige en heerszuchtige liefde is omdat ze alle vreemde vormen voor zichzelf wil bemachtigen en beheersen, zijn dat dan de eigenlijke slechte gedachten. Jullie zeggen toch zelf: onrechtvaardig goed gedijt niet! Dit is bij de hoofdlevensvraag toch zeker de allervoornaamste voorwaarde, en iedereen die niet op zijn eigen grond bouwt, bouwt op zand. Hoe men echter op eigen grond bouwt, dat zal mijn sfeer jullie leren.
«« 10 / 127 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.