De drie hemelen - hun structuur

Jakob Lorber - De Geestelijke zon (deel 2)

«« 4 / 127 »»
[1] Kijk nu hoe de talloze scharen zalige geesten zich naar onze straat begeven en daar als het ware een levende haag vormen die, zoals jullie in je geest goed kunnen zien, zich in een rechte lijn onafzienbaar ver uitstrekt. Wanneer jullie naar de veelsoortige hemels mooie gestalten kijken die wij aan beide zijden tijdens onze wandeling passeren, dan zien jullie bewoners uit het gehele gesternte. Jullie moeten echter niet denken dat er zich in deze eindeloze rijen velen van een en dezelfde ster of planeet bevinden. Nee, van elke ster zijn er maar twee, namelijk een mannelijk en een vrouwelijk wezen; want zouden er meer van elke afzonderlijke ster aanwezig zijn, dan zou deze in jullie ogen eindeloos uitgestrekte ruimte ook geestelijk gezien te klein zijn om allen te bevatten en dan zouden jullie hen niet kunnen overzien.
[2] Jullie vragen nu: aangezien er zich, volgens jullie innerlijke weten, op zo menig grote planeet en vooral op zonnen reusachtig grote mensen bevinden, is het verwonderlijk dat deze zalige geesten hier toch van een heel gewone grootte zijn met slechts kleine verschillen evenals overal op aarde. Ik zeg jullie: hier, waar de Heer woont, is er nergens onderscheid; maar wel in andere hemelgebieden waar de Heer slechts in Zijn genadezon aanwezig is.
[3] Dergelijke hemelgebieden zijn om te beginnen de eerste of onderste hemel, waarin enkel de wijsheid en de uit haar voortkomende liefdevolle hoogachting voor de Heer woont; en vervolgens de middag- of tweede hemel die bestaat uit degenen die door het ware geloof in hun liefde voor de naasten tot de Heer zijn gekomen.
[4] Elk van deze twee genoemde hemelen is op zich oneindig en bevat alle ontelbaar myriaden geesten die naar aardse begrippen voorheen op hun hemellichaam rechtschapen hebben geleefd. Bovendien zijn deze beide hemelen zo ingedeeld, dat de geesten van de planeten hun vrije zalige woning juist op die plaats in de hemel hebben, waar hun hemellichaam zich natuurmatig bevindt. Jullie moeten je de hemel dus voorstellen, als een oneindig ver uitgestrekte, geestelijke oppervlakte, waarin alle zonnen en planeten afzonderlijk hun plaats innemen.
[5] Jullie vragen nu, hoe dat mogelijk is, omdat er toch drie gescheiden hemelen zijn, de planeten echter niet gescheiden zijn en de planeten en zonnen bovendien ook zo door elkaar zijn geplaatst, dat ze daardoor onmogelijk allemaal in een bepaald overeenkomstig vlak kunnen liggen. Hoe moet men dat begrijpen?
[6] Ik zeg jullie: natuurlijk gezien is dit weliswaar niet zo goed met elkaar in overeenstemming te brengen, maar geestelijk bezien is dit zeker heel aanschouwelijk en duidelijk. Desalniettemin kan door een voorbeeld uit de natuur deze gang van zaken voor jullie heel duidelijk gemaakt worden. We zullen proberen of we in staat zijn er een te vinden die voor ons doel geschikt is. Luister dus:
[7] Neem bijvoorbeeld jullie aarde: de vaste grond met haar bevolkte oppervlakte stelt de eerste hemel voor; de regionen van de lucht waarin de wolken zich bevinden de tweede; de boven de wolken ver uitgestrekte etherregionen de derde en hoogste hemel. Deze drie hemelen zijn weliswaar met elkaar verbonden maar zijn toch zo van elkaar gescheiden, dat er niemand van de onderste hemel in de tweede en nog minder in de derde kan komen en ook niemand van de tweede in de derde; maar omgekeerd is dit wel het geval.
[8] Op elk hemellichaam bevinden zich in deze drie regionen talloze levende wezens. Op de vaste bodem grovere, materiële, in de wolkenregionen meer geestelijke en lichtere en in de derde regionen heel etherisch lichte en volkomen onzichtbare. En toch staan deze drie soorten wezens op elk hemellichaam voortdurend met elkaar in verbinding.
[9] Dit is één deel van het voorbeeld. Maar jullie weten ook dat elk zich vrij bewegend hemellichaam door talloze stralen van andere verafgelegen hemellichamen wordt beschenen. Kijk, op deze wijze neemt het in zijn drie regionen of zijn drie vlakten delen van het hele universum op.
[10] Door deze wisselwerking staat het dan ook voortdurend in verbinding met het gehele universum en deze invloed laat zich dan gelden in alle drie regionen van het betreffende hemellichaam, waarbij dan het etherische in de ether, het atmosferische in de atmosfeer en het tellurische op het hemellichaam blijft.
[11] Daardoor staan dus de overeenstemmende sferen van alle zonnen en planeten steeds zodanig met elkaar in wisselwerking, dat het etherische van vreemde planeten zich enkel verbindt met het etherische, het atmosferische met het atmosferische en het tellurische met het tellurische van jullie planeet.
[12] Daar we deze verbanden nu duidelijk hebben uitgelegd, kunnen we overgaan naar de derde beschouwing van ons voorbeeld en deze is de overeenstemmend geestelijke. Dingen die volkomen met elkaar overeenstemmen, stellen in geestelijk opzicht een vlak voor dat overal helemaal gelijk is. Bijgevolg is in de geestelijke verschijningsvorm het natuurlijk of tellurisch gelijke van alle hemellichamen als één eindeloos uitgestrekte vlakte zichtbaar en dat is eveneens het geval met het atmosferisch en etherisch gelijke.
[13] De overeenstemmingen bestaan echter in de geestelijke wereld slechts uit het gemoedsleven van de mensen op de hemellichamen. Jullie zeggen dat het tellurische in zijn eindeloze verscheidenheid met het hele natuurlijk gesternte overeenstemt. En zo is het ook. Ook het natuurlijke gemoedsleven van een mens heeft overeenstemming met het natuurlijke gemoedsleven van de mensen van het hele gesternte. Dat is eveneens het geval met het wijs-geestelijke en eveneens met het liefde-geestelijke deel van de mensen op jullie aarde. Kijk nu en let op!
[14] De mens op jullie aarde is naar zijn aard als het ware het centrum van alle mensen van andere hemellichamen en wel omdat de Heer zelf op aarde in het vlees mens is geworden.
[15] De eerste of onderste hemel, die ook de natuurlijk-geestelijke hemel wordt genoemd, bevat zalige mensen van jullie planeet en elk van deze zalige mensen vormt eenzelfde vlakte waarin alle andere mensen van het gesternte zich tot hen verhouden als lijnen die van een middelpunt uitgaan of die vanuit een zo groot mogelijke cirkel weer in het middelpunt samenkomen.
[16] De natuurlijke vlakte is echter geen ononderbroken doorlopende en kan dat ook niet zijn; hij heeft toch altijd een zekere begrenzing. Daarom zullen jullie de natuurlijke hemel dan ook altijd als talloos vele, afzonderlijke verenigingen aanschouwen.
[17] De tweede hemel, die we kennen als de middaghemel, is reeds concreter maar heeft toch in zijn eindeloze uitgestrektheid zekere tussenruimten die op eindeloos ver uitgestrekte zeeën lijken, waar de geesten die in deze hemel thuishoren, slechts onder hogere begeleiding overheen kunnen komen.
[18] Beschouw nu de derde, etherische afdeling waarin van nature talloze hemellichamen zwemmen. Deze is overal volkomen concreet. Daarom is dan ook in overeenstemmende vorm de hoogste liefdehemel zo gesitueerd, dat hij alle andere omgeeft, draagt en leidt. Het zal nu helemaal niet moeilijk te begrijpen zijn dat al het andere tenslotte met deze hoogste hemel als het ware concreet op hetzelfde niveau moet komen, waarbij alles door hem actief doordrongen wordt.
[19] Daarom hebben de zalige geesten van de aarde vanuit de liefde van de Heer in deze hemel dan ook dit onbegrensde werkterrein. Zij kunnen zich overal heen begeven. Overal ligt er voor hen een effen weg. Voor hen is er nergens een 'op' en 'neer', zoals jullie op overeenkomstige wijze ook niet kunnen zeggen dat een etherisch lichte mens, waarop geen hemellichaam nog enige aantrekkingskracht kan uitoefenen, zich in de lichte etherzee ergens lichter of zwaarder op en neer zou kunnen bewegen, omdat hij zich met hetzelfde gemak in alle richtingen kan bewegen zoals een gedachte, waarvoor het 'op' en 'neer' toch zeker ook om het even is.
[20] Dit wordt echter op overeenstemmend geestelijke wijze 'vlak' genoemd hetgeen zichtbaar is als een eindeloze vlakte. Daarom houden de geesten van alle werelden zich dan ook noodzakelijk samen met de met hen overeenstemmende hemellichamen in deze vlakten op en zij moeten vervolgens met ons, centrale geesten uit de Heer, ook noodzakelijk in een dienende verbinding staan.
[21] Voorlopig is dit voor jullie een goed antwoord op jullie vraag, maar wanneer we bij onze volgende beschouwing zullen zien hoe de Heer dit gezelschap van Hem in zijn eeuwige bestemming zal installeren, zullen jullie dit alles uit Zijn mond in een nog veel helderder werkend licht zien.
[22] Het is moeilijk om geestelijke en natuurlijke omstandigheden met natuurlijke taal in zichtbaar begrijpelijk verband te brengen, maar toch is de grote liefde en wijsheid van de Heer in staat om overal wonderen te verrichten. Daarom zullen jullie ook hier het beste gedeelte pas uit de mond van de Heer ontvangen. - Maar nu komen we alweer dichter bij de heilige stad; daarom zullen we onze aandacht ook daarheen wenden.
«« 4 / 127 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.