Hemel en hel

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 6)

«« 237 / 248 »»
[1] Daarop kwam DE ROMEIN naar Mij toe en zei: 'Heer en Meester, dat U alles in de hele oneindigheid van het grootste tot het kleinste bekend is, daar ben ik volkomen van overtuigd, en niemand kan mij deze zalige overtuiging meer ontnemen! Maar nu is er al meerdere malen sprake geweest van de hel, en ik moet eerlijk bekennen dat ik nog steeds niet in het minst weet, wat ik daar eigenlijk van denken moet. Is het een bepaald erg duister en treurig oord, waar de kwaaddoeners voor hun zonden eeuwig gepijnigd of zonder onderbreking gemarteld worden, of zijn al die grote martelingen uiteindelijk, te oordelen naar Uw eeuwige liefde en goedheid, toch slechts de uiterste middelen om tenslotte zelfs de meest slechte geesten na een ondenkbaar lange tijd terug te brengen tot het juiste besef? Waar is dat onzalige oord, en hoe ziet het er uit?'
[2] IK zei: 'Mijn zeer gewaardeerde vriend, daarover kun je bij Mijn eerste leerlingen heel precies uitsluitsel krijgen -want hun heb Ik alles laten zien -; maar daarnaast bevat de eeuwige liefde en wijsheid van God toch nog veel wat jij, ook al zou Ik het je vertellen, nu nog niet zou kunnen begrijpen. Overigens is de hel op zichzelf net zo min een bepaalde plaats als de hemel zelf, maar de hel evenals de hemel zijn helemaal alleen afhankelijk van de innerlijke toestand van de mens.
[3] Zo kunnen een engel en de ergste duivel vlak naast elkaar zijn, staan of zitten, terwijl zij geestelijk toch eindeloos ver van elkaar verwijderd zijn, en de engel bevindt zich onbeĆÆnvloed door de uiteraard vlakbij hem zijnde duivel (heel wel in de hemel)*, (*toegevoegd) en de duivel bevindt zich op gelijke wijze in de hel en weet niet het minste van de engel die zo vlak bij hem is. Maar dat kun je nu niet zo gemakkelijk begrijpen, want geestelijke verhoudingen zijn heel anders dan die van deze aarde.
[4] Maar voor de opmerkzame waarnemer zijn ook hier genoeg van dergelijke verschijnselen te vinden die met die in het hiernamaals heel precies corresponderen. Zo kun je bijvoorbeeld fysiek dichtbij een mens staan, die innerlijk je grootste vijand is en dag en nacht er op zint hoe hij je op de gevoeligste manier schade toe kan brengen, en toch geestelijk ver van hem verwijderd zijn. Hij kan je niet uitstaan vanwege je hoge positie, omdat hij die liever zelf had; hij is echter slim en weet zijn innerlijke gezindheid voor jou zo te verbergen, dat jij die op geen enkele manier ook maar kunt vermoeden. Als je dus bij hem komt, zal hij je met de grootste vriendelijkheid ontvangen en je alle eer geven, terwijl hij in werkelijkheid, als er niet zulke strenge strafwetten zouden zijn, je meteen zou willen vernietigen. Maar hij dacht bij zichzelf: 'Jij bent nu hoog boven en ik nog diep beneden! Jij moet mij eerst nog omhoog helpen, en als ik eenmaal hoog boven ben, zal er wel voor gezorgd worden dat je in de afgrond stort! ' Kijk, dat is reeds een volmaakte duivel, en hij bevindt zich al met lichaam en ziel in de hel, terwijl jij als altijd rechtschapen en eerzaam man je dus in de hemel bevindt.
[5] En kijk, als jij en je slechte buurman bij elkaar zijn, dan zijn fysiek gezien hemel en hel vlak naast elkaar; maar toch kan de hel je niets doen, omdat tussen jullie beiden de wet een steile en onneembare afscheiding vormt. Maar hoe hemelsbreed verschillend is jullie morele toestand en hoe ver van elkaar verwijderd!
[6] Kijk, hieraan kun je zien hoe ver hemel en hel van elkaar afstaan! En nu zal Ik je nog een voorbeeld geven van de aard van de hel op zich; let dus goed op !
[7] Stel je twee mensen voor, bijvoorbeeld twee naburige, trotse en heerszuchtige koningen! Uiterlijk zijn ze zeer vriendschappelijk. Als de een de ander bezoekt, overbieden zij elkaar in voorkomendheid en zij omarmen en kussen elkaar als de beste en intiemste vrienden; maar heimelijk denkt en wenst ieder voor zich: '0, zag ik je maar zo gauw mogelijk onder mijn voeten in het stof vertrapt liggen! ' leder loert slechts op een geschikte en voor hem gunstige gelegenheid om zijn buurman, die hij boven alles haat, helemaal te kunnen vernietigen. Wie er echter op uit is met zijn buurman een oorlog te beginnen, vindt ook al gauw een reden daarvoor. Kortom, beiden raken al gauw met elkaar in oorlog, en de sterkere overwint de wat zwakkere, en deze blijft niets anders over dan te vluchten.
[8] Als hij zo zijn huid gered heeft, gaat hij zo vlug mogelijk naar een derde nog machtiger buur, vertelt hem over zijn ongeluk, verraadt hem alles over zijn vroegere vriend, geeft de derde adviezen hoe hij hem gemakkelijk kan overwinnen en biedt zichzelf als aanvoerder aan. Daarop worden snel voor goede soldij krijgsknechten te paard geworven en onverwacht wordt de voormalige overwinnaar, voor hij er erg in heeft, overvallen en beroofd van al zijn goederen en land. Als nu de tweede overwonnene zich nog door de vlucht kan redden, zal hij al gauw een vierde vinden die tegen de derde optrekt en hem mogelijkerwijs overwint, en dan valt er schijnbaar een periode van rust. Maar de overwonnenen rusten innerlijk helemaal niet, maar ieder zoekt voor zichzelf de gelegenheid zich op alle overwinnaars op ongeƫvenaarde wijze te wreken. En kijk, zo wordt zo'n,totaal hels gemoed steeds verder en verder gedreven door zijn innerlijke worm, die niet sterft!
[9] En wat je nu in het voorbeeld van de beide koningen hebt gezien, dat vind je in de hele hel. Hoe denk je het zwarte gemoed van deze wezens te kunnen verbeteren?! - Hoe bevalt je deze zaak?'
«« 237 / 248 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.