Swedenborg over de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde.

Hemelse Leer
Over de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde;


Over de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde;
en wat onder Nova Hierosolyma wordt verstaan.

1. Gezegd wordt in de Apocalyps: “Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, immers de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem (Nova Hierosolyma), nederdalende uit God vanuit de hemel, bereid als een bruid vóór haar man. De stad had een grote en hoge muur, die twaalf poorten had, en in de poorten twaalf engelen, en namen daaraan ingeschreven, welke zijn de namen van de twaalf stammen van Israël. En de muur van de stad had twaalf fundamenten, waarin de twaalf namen der apostelen van het Lam. De stad zelf was vierhoekig gelegen, en haar lengte even groot was als de breedte. En hij mat de stad met het riet op twaalf duizend stadiën; en de lengte en de breedte en de hoogte ervan waren gelijk. En hij mat haar muur honderd vierenveertig ellen, de maat van een mensen, zijnde van een engel. Haar muur was uit jaspis; de stad zelf echter zuiver goud, zuiver glas gelijk: en de fundamenten van de muur van de stad uit allen kostbaren steen. De twaalf poorten waren twaalf parelen; en de straat van de stad zuiver goud evenals doorluchtig glas. De heerlijkheid Gods verlichtte haar, en haar lamp was het Lam. De natiën die bewaard waren geweest, zullen wandelen tot haar licht, en de koningen der aarde zullen hun heerlijkheid en hun eer tot haar aanbrengen”, Apocalyps 21:1,2,12 tot 24.

Een mens die deze dingen leest, verstaat ze niet anders dan volgens de letterlijke zin, namelijk dat de aanschouwbare hemel met de aarde zal vergaan, en een nieuwe hemel zal ontstaan, en dat op een nieuwe aarde zal nederdalen de heilige stad Hierosolyma, en dat die zal zijn ten aanzien van haar maten volgens de beschrijving. Maar de engelen verstaan die dingen geheel en al anders, namelijk de afzonderlijke dingen geestelijk die de mens natuurlijk verstaat, en zoals de engelen deze verstaan aldus is hun betekenis. Dit is de inwendige of geestelijke zin van het Woord, onder de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in de inwendige of geestelijken zin, waarin de engelen zijn, wordt verstaan de nieuwe kerk zowel in de hemelen als op aarde; over de kerk wederzijds zal verderop gesproken worden; onder de stad Hierosolyma nederdalende uit God vanuit de hemel, wordt verstaan haar hemelse leer; onder de lengte, breedte en hoogte die gelijk zijn, worden verstaan alle goede en ware dingen van die leer in de samenvatting; onder haar muur wordt verstaan de ware dingen die haar beschermen; onder de maat van de muur, zijnde 144 ellen, de maat van een mens die een engel is, worden verstaan al die beschermende ware dingen in de samenvatting, en het hoedanige ervan; onder de twaalf poorten die uit parelen waren, worden de binnenleidende ware dingen verstaan; eender onder de twaalf engelen in de poorten; onder de fundamenten van de muur die uit allen kostbare steen waren, worden verstaan de erkentenissen waarop die leer wordt gefundeerd; onder de twaalf stammen van Israël worden verstaan alle dingen van de kerk in het algemeen en in het bijzonder; eendere dingen onder de twaalf apostelen; onder het goud gelijk aan zuiver glas, waaruit de stad en de straat was, wordt verstaan het goede der liefde waaruit de leer doorschijnend is met haar ware dingen; onder de natiën die bewaard zijn geweest, en onder de koningen der aarde die heerlijkheid en eer in haar zullen aanbrengen, worden verstaan allen van de kerk die in de goede en ware dingen zijn; onder God en het Lam wordt verstaan de Heer ten aanzien van het Goddelijke Zelf en het Goddelijk Menselijke. Zodanig is de geestelijke zin van het Woord, waaraan de natuurlijke zin, zijnde de zin van de letter, van dienst is als basis. Maar toch maken die beide zinnen, de geestelijke en de natuurlijke, één door de overeenstemmingen. Dat een zodanig geestelijk verstaan in al die dingen is, behoeft hier geen aantoning, omdat het niet tot dit werk behoort, maar men zie het getoond in de Hemelse Verborgenheden. …

2. Alvorens over Nova Hierosolyma en haar leer te handelen, zal iets over de nieuwen hemel en de nieuwe aarde worden gezegd. In het werkje over ‘Het Laatste Oordeel en de vernietiging van Babylonië’ is getoond, wat wordt verstaan onder de eersten hemel en de eerste aarde, die zijn voorbijgegaan. Nadat zij waren voorbijgegaan, aldus nadat het Laatste Oordeel was voltrokken, is de nieuwe hemel door de Heer geschapen, dat is, geformeerd. Deze hemel is geformeerd uit al degenen die na de komst van de Heer tot op heden toe een leven van geloof en naastenliefde hebben geleefd. Aangezien dezen alleen vormen van de hemel waren, want de vorm van de hemel, volgens welke alle vergezelschappingen en vergemeenschappingen daar geschieden, is de vorm van het Goddelijk Ware vanuit het Goddelijk Goede voortgaande uit de Heer, en dezen vorm trekt de mens aan te aanzien van zijn geest door het leven volgens het Goddelijk Ware. Dat de vorm van de hemel daarvandaan is, zie men in het werk ‘Over de hemel en de hel’, n. 200 tot 212; en dat alle engelen henelse vormen zijn, n. 51 tot 58, en 73 tot 77. Uit deze dingen kan men weten vanuit wie de nieuwe hemel is gemaakt, vandaar ook hoedanig deze is, namelijk volstrekt eensgezind; want hij die het leven van het geloof en naastenliefde leeft, heeft de ander lief zoals zichzelf, en door de liefde verbindt hij hem met zich, en zo over en weer en onderling, want de liefde is verbinding in de geestelijke wereld. Daarom, wanneer allen eender doen, dan ontstaat vanuit verscheidene, ja zelfs ontelbare vergezelschapten volgens de vorm van de hemel, het eensgezinde, en wordt zoals één ene, niets immers is er wat scheidt en verdeelt, maar alles verbindt en verenigt.

3. Omdat deze hemel is geformeerd uit allen die zodanig zijn geweest, van de tijd des Heren af tot de tegenwoordige tijd, staat vast dat hij het is zowel uit de Christenen als uit de natiën, maar voor het grootste deel uit de kinderen van allen in het algehele wereldrond die overleden zijn van den tijd des Heren aan, want al dezen zijn opgenomen door den Heer, en opgevoed in de hemel, en onderricht door de engelen, en daarna in bewaring gehouden, opdat zij de nieuwe hemel tezamen met de overigen zouden samenstellen; daaruit kan men opmaken, hoe groot die hemel is. Dat allen die als kind sterven, worden opgevoed in de hemel en engelen worden, zie men in het werk over de ‘Hemel en de Hel’, n. 329 tot 345. En dat de hemel evenzeer uit de natiën als uit de Christenen wordt geformeerd, n. 318 tot 328.

4. Verder wat deze nieuwe hemel aangaat, moet men weten, dat deze is onderscheiden van de oude hemelen, namelijk die welke waren vóór de komst van de Heer, maar toch zijn die met dezen aldus geordend, dat zij tezamen één hemel uitmaken. Dat deze nieuwe hemel is onderscheiden van de oude hemelen, komt omdat in de oude kerken geen andere leer was dan de leer van de liefde en de naastenliefde, en toen wisten zij niet van enige leer van het afgescheiden geloof. Vandaar is het ook dat de oude hemelen de hogere uitspansels samenstellen, de nieuwe hemel echter een uitspansel beneden gene, want de hemelen zijn uitspansels, de ene boven de andere. In de hoogste uitspansels zijn zij die hemelse engelen worden genoemd, waarvan de meesten zijn vanuit de oudste kerk. Zij die daar zijn worden hemelse engelen genoemd vanwege de hemelse Liefde, welke de liefde tot de heer is. In de uitspansels onder die zijn zij die de geestelijke engelen worden geheten, waarvan de meesten zijn vanuit de oude kerk. Zij die daar zijn worden geestelijke engelen geheten vanwege de geestelijke liefde, welke is de naastenliefde. Onder dezen zijn de engelen die in het goede van het geloof zijn, zijnde zij die het leven van het geloof hebben geleefd. Het leven van het geloof leven, is volgens de leer van hun kerk, maar leven is willen en doen. Maar toch maken al die hemelen één door de middellijke en onmiddellijke invloed uit de Heer. Maar een vollediger idee aan gaande deze hemelen kan men krijgen uit de dingen die in het werk over ‘Hemel en Hel’ zijn getoond, en daar in het artikel over de twee rijken waarin de hemelen in het algemeen zijn onderscheiden, n. 20 tot 28, en in het artikel over de drie hemelen, ii. 29 tot 40; over de middellijken en onmiddellijke invloed in de verzamelde plaatsen uit de ‘Hemelse Verborgenheden’, na n. 603; en over de oudste en de oude Kerken in het werkje over het ‘Laatste Oordeel en de vernietiging van Babylonië’, n. 46.

5. Dit over de nieuwe hemel, nu zal iets worden gezegd over de nieuwe aarde. Onder de nieuwe aarde wordt verstaan de nieuwe kerk op aarde, want toen de vorige kerk ophield te zijn, werd door de Heer een nieuwe geïnstaureerd. Er wordt immers door de Heer in voorzien dat steeds een kerk zij op aarde, want door de kerk is er verbinding van de Heer met het menselijke geslacht en van de hemel met de wereld. Daar immers is de Heer bekend, en daar zijn de goddelijke ware dingen waardoor de mens wordt verbonden. Dat heden ten dage de nieuwe kerk wordt geïnstaureerd, zie men in het werkje over het ‘Laatste Oordeel’, n. 74. Dat de nieuwe kerk met de nieuwe aarde wordt aangeduid, is vanwege de geestelijke zin van het Woord; in die zin immers wordt niet enig land onder het land verstaan, maar de natie zelf daar en haar goddelijke eredienst; dat immers is het geestelijke in de plaats van het land (of de aarde). Bovendien wordt onder de aarde zonder toegevoegde naam van een streek in het Woord het land Kanaän verstaan, en in het land Kanaän was de kerk geweest van de oudste tijden af. Hierdoor komt het dat al de plaatsen die daar waren, en die van alle kanten daaromheen lagen, met de bergen en rivieren, die in het Woord worden genoemd, uitbeeldend en aanduidend zijn geworden voor zulke dingen die de inwendige dingen van de kerk zijn, zijnde die welke haar geestelijke dingen worden genoemd. Vandaar is het dat, als gezegd werd, onder de aarde [het land] in het Woord, omdat het Land Kanaän wordt verstaan, de kerk wordt aangeduid; eender hier met de nieuwe aarde. Hierdoor komt het dat het in de kerk aanvaard is te zeggen het hemelse Kanaän, en daaronder de hemel te verstaan. Dat onder het land Kanaän in de geestelijken zin van het Woord de kerk wordt verstaan, is getoond met verschillende dingen in de ‘Hemelse Verborgenheden’, waaruit de volgende dingen mogen worden aangevoerd. Dat de oudste kerk, die geweest is vóór de vloed, en de oude kerk, die geweest is na de vloed, in het land Kanaän zijn geweest, n. 567, 3686, 4447, 4454, 4516, 4617, 5136, 6516, 9325. Dat toen alle plaatsen uitbeeldend zijn geworden voor zulke dingen die zijn in het rijk van de Heer en in de kerk, n. 1585, 3686, 4447, 5136. Dat derhalve Abraham bevolen werd daarheen te gaan, aangezien bij zijn nakomelingen uit Jakob de uitbeeldende kerk zou worden gesticht, en het Woord zou worden samen geschreven, waarvan de laatste zin zou bestaan uit uitbeeldende en aanduidende dingen die daar zijn, n. 3686, 4447, 5136, 6516. Vandaar is het dat met de aarde en met het land Kanaän in het Woord de Kerk wordt aangeduid, n. 3038, 3481, 3705, 4447, 4517, 5757, 10568.

6. Wat onder Hierosolyma in het Woord in zijn geestelijken zin wordt verstaan, zal ook met enkele dingen worden gezegd. Onder Hierosolyma wordt verstaan de kerk zelf ten aanzien van de leer, en dit omdat daar in het land Kanaäin en niet elders, de tempel was, het altaar was, de slachtoffers geschiedden, aldus de goddelijke eredienst zelf. En daarom ook werden de drie feesten jaarlijks daar gevierd, en tot daarheen werd elke manlijke van het ganse land bevolen te gaan. Vandaar nu is het dat met Hierosolyma in de geestelijke zin wordt verstaan de kerk ten aanzien van de eredienst, of, wat hetzelfde is, ten aanzien van de leer, want de eredienst wordt voorgeschreven in de leer, en geschiedt volgens haar. Dat gezegd wordt de heilige stad, Nova Hierosolyma, nederdalend uit God vanuit de hemel, is omdat in de geestelijken zin van het Woord met gemeente en stad wordt aangeduid de leer, en met de heilige stad de leer van het goddelijk ware, want het goddelijk ware is dat wat heilig wordt genoemd in het Woord. Dat gezegd wordt Nova Hierosolyma, is vanwege de eendere oorzaak waarom het land [de aarde] nieuw wordt geheten; want zoals vlak boven gezegd is, met het land wordt de kerk aangeduid, en met Hierosolyma die kerk ten aanzien van de leer. Dat gezegd wordt uit God vanuit de hemel nederdalende, is omdat al het ware goddelijk waaruit de leer is, nederdaalt vanuit de hemel uit de Heer. Dat met Hierosolyma niet wordt verstaan een stad, hoewel zij als stad gezien werd, blijkt duidelijk hieruit, dat gezegd wordt haar hoogte was zoals de lengte en de breedte, 12000 stadiën, [vers 16], en dat de maat van haar muur, zijnde 144 ellen, was de maat van een mens die een engel is [vers 17]. Voorts dat gezegd wordt bereid als een bruid vóó haar man [vers 2], en daarna: ‘De Engel zei: Kom, ik zal u tonen de bruid echtgenote van het Lam; en hij toonde mij de heilige stad, die Hierosolyma”, vers 9, 10. De kerk is het die in het Woord wordt genoemd bruid en echtgenote van de Heer, bruid voordat zij wordt verbonden, en echtgenote wanneer zij verbonden is; men zie in de ‘Hemelse Verborgenheden’ n. 3103, 3105, 3164, 3165, 3207, 7022, 9182.

7. Wat in het bijzonder de leer betreft die nu volgt, zij is eveneens is vanuit de hemel, omdat zij is vanuit de geestelijken zin van het Woord, en de geestelijke zin van het Woord is hetzelfde als de leer die in de hemel is. In de hemel immers is net als op aarde de kerk, er is immers daar het Woord, er is leer vanuit het Woord, er zijn daar tempels, en daarin wordt gepreekt, want er zijn daar kerkelijke en burgerlijke regeringsvormen. In één woord, geen ander verschil treedt er op tussen de dingen die in de hemelen zijn en tussen de dingen die op aarde zijn, dan dat alle dingen in de hemelen in een volmaakter staat zijn, omdat allen die daar zijn, geestelijk zijn, en de geestelijke dingen gaan de natuurlijke dingen in volmaaktheid onmetelijk te boven. Dat in de hemelen zulke dingen zijn, zie men in het werk: ‘Hemel en de Hel’ overal, in het bijzonder in het artikel over de regeringsvormen in de hemel, n. 213 tot 220; en in het artikel over de goddelijke eredienst daar, n. 221 tot 227. Uit deze dingen kan vaststaan, wat wordt verstaan daaronder dat de heilige stad, Nova Hierosolyma, gezien werd nederdalend uit God vanuit de hemel. Maar laat ik toetreden op de LEER zelf die voor de nieuwe kerk bestemd is, die, omdat zij mij onthuld is vanuit de hemel, DE HEMELSE LEER wordt genoemd; want deze te geven, is de opzet van dit werk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Controlesom *