“Hoe spreekt de Heer met ons?” Lezing van Günther K. Holderer voor Stichting Lorberlezingen op 15 mei 2003
1. God, Heer en Vader Zelfs als christen vraag je je af of dat wel mogelijk is. Dat God ons iets te zeggen heeft, daarover hebben wij eigenlijk geen twijfels. Maar hoe kan iemand, die onzichtbaar is, ons iets zeggen? En als Hij iets zegt, hoe kunnen wij Hem dan begrijpen? En toch: „Het staat iedereen vrij om zich op elk moment tot God te richten.“ Zo staat het in het Grote Johannes Evangelie. God is echter zowel de Heer als ook onze Vader! Niet voor niets bidden wij: “Onze Vader in de hemel…”. Dan zal Hij toch ook antwoord geven aan zijn kinderen. In welke hoedanigheid spreekt Hij nu tot ons en met ons?
“De Wederkomst van Christus” Tekst lezing Günther Holderer op 13 mei 2004 voor Stichting Lorberlezingen
1. Waarom een wederkomst? Dit onderwerp zou bijzonder actueel moeten zijn en het zou in deze tijd iedereen moeten interesseren, omdat de in de bijbel voorspelde eindtijd al begonnen is. Het is de tijd die aan de wederkomst van Jezus Christus voorafgaat. Deze eindtijd hoeft niet als een schrikbeeld te worden beschouwd, maar wel als een wonderbaarlijke genadegave van de Heer, die het ons mensen mogelijk maakt om ons uit de zuigkracht van de dood te bevrijden. Velen zouden nu kunnen vragen: waarvan zullen wij dan eigenlijk worden bevrijd? Wij ontdekken toch steeds meer. Onze wetenschappers werken op alle gebieden met succes en zelfs het kunstmatige klonen zal binnenkort mogelijk zijn!
Verslag van de lezing van Wilko van der Vegt op 13 oktober 2005 over “De Bergrede”.
In feite is de bergrede een beknopt evangelie. Hij werd gehouden op de berg Gerazim bij Sichar. Er zijn een aantal in het oog springende dingen die ik hierover met jullie wil bespreken. De bergrede was in het begin van het openbare optreden van Jezus. Daarvòòr vond de doop van Jezus door Johannes de Doper plaats in de rivier de Jordaan. Alles wat Jezus sprak, deed hij in de vorm van gelijkenissen. Dat is eigenlijke een geestelijke taal, d.w.z. dat er natuurlijke beelden worden gebruikt om geestelijke principes uit te drukken.
Verslag lezing Roelof Tichelaar op 25 september 2003 over “Ontwaak en wees vrij – verlossing als mystieke beleving”
“Een aantal van jullie heb ik al eens eerder gezien toen ik in april vorig jaar in het Karmelklooster een lezing hield over ongewenst bezoek. Deze lezing ligt in zekere zin in het verlengde daarvan. Ik heb het toen ook gehad over pater Amadeus, een man die ik één dag samen met mijn vrouw mee heb mogen maken in het klooster in Tegelen. Hij heeft heel veel voor mij betekend, vooral voor het bevrijdingswerk dat ik mag doen. Toen ik gisteren in stilte aan de waterkant zat, voelde ik zijn aanwezigheid. Hij maakte mij allerlei dingen duidelijk. Aan de ene kant gaf dat een fijn gevoel: de sfeer van Christus was heel dichtbij. Aan de andere kant ging ik me ook zorgen maken. Ik dacht: als hij zo in geestelijke vorm bij mij komt, is er misschien wat met hem aan de hand. Vandaag heb ik naar hem geïnformeerd en hij bleek te zijn overleden. Het verhaal van vanavond wil ik daarom graag aan hem opdragen.
Samenvatting lezing Roelof Tichelaar 24 april 2002 over “Ongewenst bezoek: een spirituele visie op bezetenheid en bevrijding”.
Lang hadden we uitgezien naar de lezing van Roelof Tichelaar over het thema ‘bezetenheid’. In veel kringen is dit onderwerp enigszins beladen. Binnen de kerken, die de duivel meestal als een symbool beschouwen, kan er nauwelijks serieus over dit onderwerp worden gediscussiëerd. Ook binnen New Age wordt dit thema vaak geschuwd, omdat men er zich niet goed raad mee weet. Dat er ook een schaduwzijde is van de geestelijke wereld, een rijk van het kwaad dat mensen wel degelijk beïnvloedt, is een verontrustende gedachte die mensen liever niet tot zich willen laten doordringen. Toch bestaat er wel degelijk betrouwbare literatuur die aantoont dat dit verschijnsel serieus moet worden genomen.
Verslag van de lezing op 9 maart 2006 van Gera Hoogendoorn over “Engelen en hun hulp aan de mens”
Het zaaltje van het Van der Valk Hotel, waarin op 9 maart de lezing van Gera Hoogendoorn over “Engelen en hun hulp aan de mens” werd gehouden, was met 55 mensen praktisch vol; ook kwam er een journalist van de Leeuwarder Courant opdagen. Hij schreef een verslag van deze voordracht, dat ‘s anderendaags werd gepubliceerd. Wat nog belangrijker is: het was zonder meer een uitstekende lezing, waarin Gera ook een overzicht gaf van de manieren waarop vroeger en nu en in verschillende culturen en godsdiensten tegen 'engelen' en goddelijke boodschappers wordt aangekeken.
Lezing Wilko v.d. Vegt op 14-11-2001 “De samenhang tussen lichaam, ziel en geest”.
Welkom allemaal. Mijn naam is Wilko van der Vegt en ik heb in Ommen een praktijk voor natuurgeneeskunde, een artsenpraktijk. Een jaar of tien houd ik me al bezig met natuurgeneeskunde. Een deelgebied van de natuurgeneeskunde is de zonlichtgeneeskunde oftewel de heliopathie, die o.a. door Jakob Lorber is geïntroduceerd. Dagelijks komen allemaal zieke mensen bij mij, sommige met eenvoudige klachten, maar er komen ook ernstig zieke patiënten, bv. kankerpatiënten – veel patiënten overlijden ook – en we hebben altijd te maken met het thema leven en dood. Vanavond wil ik u deelgenoot maken en ervaring op laten doen wat betreft gezondheid en ziekte en hoe de mens eigenlijk in elkaar steekt. Ik merk dat bij patiënten, die met allerlei klachten en problematieken aankomen, in de eerste plaats het inzicht ontbreekt waardoor überhaupt hun ziekte kan ontstaan. Om dat te weten moet je kennis hebben van de natuurlijke oorzaken van ziek-zijn, de natuurlijke wetten, wat absoluut de wetten zijn, en eigenlijk nog dieper gaande dat deze natuurlijke wetten afkomstig zijn van geestelijke wetten. Als we het thema ‘geest’ aanspreken, dan is dat natuurlijk voor degenen die de Lorberwerken gelezen hebben heel begrijpelijk, maar je hebt natuurlijk vaak een publiek dat helemaal niet geestelijk is ingesteld of eigenlijk een heel andere instelling heeft.
Lezing van Gera Hoogendoorn-Verhoef op 13 november 2003 over “Wat houden de Openbaringen voor ons in?” _______________________________________________
In het Bijbelboek “De Openbaringen van Johannes” wordt een beeld gegeven van de vier verschillende ‘kerken’ die er in de geschiedenis van de mensheid zijn geweest. Deze vier kerken, die ook model staan voor de verschillende fasen in de ontwikkeling van het menselijk hart, komen we ook tegen in de boeken van Emanuel Swedenborg en Jakob Lorber.
De eerste kerk De eerste kerk in de geschiedenis van de mensheid is het paradijs. Dat woord is afgeleid van ‘para theis’, en dat betekent ‘met God’. Het gaat hier om een innerlijke kerk, waarbij de mens nog leefde in de eenheid met God. Men had toen nog rechtstreeks contact met de geestelijke wereld. Deze kerk wordt beschreven in het boek Genesis en geeft een beeld van het leven van Adam en Eva vòòr de zondvloed. In “De Openbaringen van Johannes” is dit het beeld van de ‘vrouw aan de wateren’, die een symbool is voor de ontvankelijke ziel van de mens. De mens stond toen nog in de zuiverheid en bezat hogere vermogens waardoor men een heel diep inzicht had in de natuur. Men kon de geestelijke wereld schouwen en innerlijke reizen maken. Ook kon men spreken met God en horen wat Hij tegen de mens zei.
Tekst van de lezing van Gera Hoogendoorn-Verhoef op 8 april 2004 in Katwoude over “De betekenis van Pasen”
“We hebben het vanavond over het paasfeest en de betekenis daarvan. Eigenlijk is het officiële woord voor paasfeest ‘Pesach’. Dat was een feest dat door de Joden werd gevierd als herinnering aan het uitleiden van het volk Israël uit Egypte. Israël staat eigenlijk voor de mens, het kind, met God. En Egypte staat hier voor de mens zonder God. Als je de uittocht viert uit Egypte, zeg je daarmee eigenlijk: ik vier het loskomen van het niet in God zijn. M.a.w.: waar de liefde niet is, waar de waarheid niet is, is in feite het Egypteland, het land van slavernij. Waar je een slaaf bent van de materie, bevind je je in feite in Egypte. Het is natuurlijk niet de bedoeling om het land Egypte op zich aan te vallen, maar we moeten de bijbel ook gebruiken naar de geestelijke aard en daar hoort dit dan ook bij. In feite is het paasfeest dus een vieren van het weggevoerd worden vanaf het ego, want het ego is dát stuk in de mens, dat hem weerhoudt van God, heelheid en onvoorwaardelijk liefhebben.
Tekst van de lezing van Günther K. Holderer op 13 maart 2002 in Drachten over “De brug naar de hemel”
1. De toestand van de mens Waarom zouden wij een brug naar de hemel nodig hebben? Waarom staan wij meestal aan de verkeerde kant van de brug? Waarom kunnen wij niet blijven waar wij zijn? Wat is eigenlijk het verschil tussen de beide kanten? Dat zijn een aantal vragen. De antwoorden daarop heeft Jezus ons gegeven. Daarom zullen wij nu beginnen met het nader bekijken van de antwoorden op onze vragen. Als eerste voorbeeld nemen wij het verhaal over “de verloren zoon”. Dat is kenmerkend voor de hele geschiedenis van vanavond, “De brug naar de hemel”. De vader is God. De éne zoon staat voor alle engelen, die in de hemel gebleven zijn en de andere zoon staat voor Lucifer met alle afvallige engelen. Ver verwijderd van God, o.a. op onze aarde, komen deze in nood, omdat de erfenis – de liefde die door de Vader meegegeven werd – verbruikt is. Daarom wil hij weer naar de hemel – de brug – toe.