Categorie archief: Jakob Lorber

Jakob Lorber

Het machtscentrum van God – G.K. Holderer

Het machtscentrum van God
– G.K. Holderer –

Van Johannes, de discipel van Jezus, weten wij dat Jezus vaak gezegd heeft dat God geest is. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Geest is een zeer hoge vorm van energie, die zich als leven manifesteert. Deze goddelijke geest is overal aanwezig in de grote oneindigheid van de ruimte. Daarom bestaat er geen enkele plaats waar zijn aanwezigheid niet voorkomt. Deze alomvattende geest heeft ook een machtscentrum van waaruit alles wordt bestuurd. Dit machtscentrum is niets anders dan zijn liefde! En het is haast onvoorstelbaar, maar – deze liefde is onze Vader! Want zij heeft alle levende wezen uit zichzelf geplaatst en de mogelijkheid gegeven zich te ontwikkelen. Daarom is de liefde de Vader van ons mensen.

Zoals in God de Geest het leven bezit, zo is dat ook bij ons mensen het geval. Onze innerlijke geest is ons leven. Maar het lichaam is ons voor een beperkte tijd gegeven en wordt door zijn geest in leven gehouden. De ziel, die de verbindende schakel is tussen geest en lichaam, behoort eigenlijk tot de geest. Zij is nog onrein en bezit zowel goede maar ook vele slechte eigenschappen. Daarom is onze ziel bij de geboorte nog gescheiden van onze geest. Het is haar taak die oorspronkelijke vaste verbinding met haar geest weer te herstellen. Hiervoor dienen de uiterlijke gebeurtenissen en situaties, die op de mens af komen en op hem inwerken.

In het besef dat wij zelf onze geest zijn en dat ons lichaam maar een tijdelijke gave is, zal en moet men zijn bestaan op aarde op een serieuzere manier vorm geven dan door alleen maar uiterlijke lusten en verlokkingen te volgen. Deze zijn namelijk alleen toegelaten door God, onze Vader, om ons mensen erop opmerkzaam te maken dat deze negatieve eigenschappen moeten worden overwonnen, omdat zij ons prikkelen om eraan toe te geven.

Laten wij onze aandacht nu richten op de liefde van de hemelse Vader, die het machtscentrum van de Godheid is. Zij heeft ons als Jezus in zijn leven op aarde meegedeeld dat wij haar kinderen zijn, omdat zij immers de Vader is. Eens zullen wij in dit machtscentrum, dat de liefde is, worden opgenomen. Iedereen kan zich er een voorstelling van maken wat dit allemaal voor groots betekent. Maar we mogen niet vergeten dat wij geschapen wezens zijn, die God, die ongeschapen is, nooit kunnen benaderen. Dat was de fout van Lucifer, die van mening was dat hij gelijkwaardig was geworden aan God.

Voorlopig zijn wij kleine mensen, die dagelijks, soms zelfs elk uur, voor taken worden gesteld die een nauwe verbinding met Jezus noodzakelijk maakt om ze liefdevol uit te voeren. Als Gods kinderen in wording hebben wij een opvoeding in een vrije meningsvorming nodig en de vaste wil om de juiste, op de geest gerichte, beslissing te nemen. Desondanks zouden wij ons doel niet bereiken als de Vader ons niet de helpende hand zou reiken. In de praktijk is zijn hulp aanwezig in het hart, aanvankelijk via het geweten en later in de vorm van duidelijke aanwijzingen in ons gedachtenleven, die de juiste weg laten zien.

Jezus zegt ons vaak: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij!” In de mens Jezus woonde – en woont natuurlijk nog steeds – de goddelijke Geest. Daarom is hij de ware weg naar het leven! Hij heeft ons voorgeleefd dat je een zuiver, deemoedig en liefdevol leven in het lichaam kunt leiden. Hij liet zich bovendien nog kruisigen en dat gebeurde om voor ons een eeuwig leven in de geest mogelijk te maken, maar ook als een teken voor Lucifer dat hij als geschapen wezen niet over goddelijke kracht beschikte. Alleen de eeuwige liefde heeft tot nu toe verhinderd dat Lucifer de dood vond.

De afscheiding van God veroorzaakt dat men van goddelijke levensenergie verstoken blijft. Waar deze voeding ontbreekt, vindt een dergelijk geschapen wezen onherroepelijk de dood. God als de liefde en vandaar ook als Vader houdt van al zijn schepselen en zal allen weer op de juiste weg leiden opdat zij eens in zijn geestelijk rijk aankomen. Tijd speelt daarbij geen rol; belangrijk is alleen het doel. Voor het terugbrengen van de gevallen wezens heeft God het tijdelijke leven in de materie geschapen, zodat elk men de kennis kan verzamelen die hem duidelijk maakt wat de zin van het aardse leven is. Jezus heeft dat in deze bewoordingen samengevat: “Heb God boven alles lief en je naaste als jezelf!” Wij allen zijn op weg naar het hemelrijk. Maar doordat de gaven en eigenschappen verschillend over de mensen zijn verdeeld, moeten wij respect hebben voor alle medemensen, want iedereen moet een iets  andere ontwikkeling volgen. Het doel is echter hetzelfde!

 G.K. Holderer, februari 2017.

====================

Der heilige Gott in Jesus Christus – G.K.Holderer

Der heilige Gott in Jesus Christus
~ G.K. Holderer – Februar 2016

Lesen wir zunächst im Evangelium Johannes, ab Kapitel 1 Vers 1:
“Im Anfang war das Wort und das Wort war bei Gott und Gott war das Wort. (weiter ab V.14) Und das Wort ward Fleisch und wohnte unter uns und wir sahen seine Herrlichkeit als des eingeborenen Sohnes vom Vater.” 

Hier wird uns mitgeteilt, dass das Wort Gott selbst ist und Fleisch annahm im Menschen Jesus. Dadurch sehen wir die Herrlichkeit Gottes im Sohn, der ins Fleisch eingeboren wurde. Was bedeutet das für uns Menschen? Der sichtbare Mensch Jesus ist der Sohn Gottes. Dazu muss man auch seine Seele zählen, denn diese musste er zusammen mit seinem Fleisch seinem innewohnenden Geist untertan machen. Dies wird als die Wiedergeburt im Geist beschrieben. Und der Geist in Jesus? Dies ist Gott selbst, wie es beim Apostel Johannes deutlich gesagt wird. Der Mensch Jesus erreichte diesen Zusammenschluss der Seele mit seinem Geist, also die Wiedergeburt, bevor er mit seiner Lehre begann.

Jesus war als sichtbarer Mensch der Gottes- und Menschensohn, aber sein Geist war viel mehr, nämlich der heilige Gott selbst. Gott konnte ja unmöglich in seiner Allmacht als Schöpfer zur Erde kommen, das hätte kein Mensch überlebt, sondern er kam in seiner Liebe als Vater, umkleidet als der Mensch Jesus.

Durch seinen Kreuzestod wurde zusätzlich zur Seele auch sein Körper vergeistigt. Dies erkennen wir unter anderem in der Begegnung der Maria Magdalena direkt am Auferstehungstag. Vor ihr stand der vergeistigte himmliche Vater, den sie nicht anfassen durfte. Im geistigen Reich ist alles Geist, da gibt es keine Materie mehr. Gott hat sich durch sein Leben als Mensch auf der Erde einen für uns sichtbaren Geistkörper geschaffen, der uns den himmlichen Vater stets sichtbar macht. Er hat sich viele Male nach seiner Auferstehung bis zu seiner Himmelfahrt in diesem Geistkörper gezeigt. Wir können es auch so ausdrücken: der ehemalige Menschensohn Jesus ist durch seinen innewohnenden Gottesgeist zu unserem sichtbaren heiligen himmlichen Vater geworden.

Betrachten wir dazu das Glaubensbekenntnis: “ich glaube an Jesus Christus, seinen eingeborenen Sohn … aufgefahren gen Himmel, sitzend zur Rechten des allmächtigen Vaters…”. Wir erkennen aus der heiligen Schrift, dass der auferstandene Jesus und Gott identisch sind. Wie kann er dann neben sich selbst sitzen? Haben hier die alten Kirchenväter den Text nicht gut verstanden oder warum haben sie Gott dreigeteilt angegeben? “Gott hat den Menschen nach seinem Vorbild erschaffen”! Der Mensch ist eine Einheit. Da kann Gott doch keine ‘dreigeteilte Einheit’ sein!

Im Glaubensbekenntnis wird zum heiligen Geist nichts weiter gesagt. Hier darf man wiederholen, dass Gott Geist ist. Auch hier erkennen wir: er ist ein einiger Gott, aber kein dreigeteilter Gott. An einen Gott als himmlichen Vater kann ich Vertrauen haben, ich kann mich an ihn wenden, ohne nachdenken zu müssen, welchen der Drei ich fragend anbeten soll.

Is de oerknal nu echt het begin van ruimte en tijd? – Hendrik Klaassens

IS DE OERKNAL NU ECHT HET BEGIN VAN RUIMTE EN TIJD?

Volgens onze geleerden is de ‘oerknal’ het begin van ruimte en tijd – tenminste: zoals wij die kennen. Ons heelal zou zich hebben ontwikkeld uit één oeratoom. Natuurwetenschappers weten echter niet of er al iets bestond vòòr die reusachtige explosie. Wat dat betreft zitten ze met de handen in het haar. Het is immers volslagen onlogisch om te denken dat een compleet heelal uit het niets te voorschijn is geplopt. Gekker kunnen we het niet maken. Maar hoe is die oerknal dan wel te verklaren?

Omdat de natuurwetenschap geen oplossing heeft voor dit probleem, lijkt het me slim het heelal vanuit een heel ander gezichtspunt te benaderen. Is materie in de kern immers niet verdichte geest? Is de kosmos niet bezield en in feite één groot geheel? Als we die gedachtegang volgen en als vertrekpunt de visies van verschillende christelijke mystici – waaronder Jakob Lorber en Emanuel Swedenborg – op de kosmos nemen, is het mogelijk de oerknal te verklaren.

Het christendom, maar ook veel andere religies, kent de gedachte van een oorspronkelijke, zuivere geestelijke wereld, waarin een harmonieus evenwicht heerst van allerlei geestelijke wezens en krachten. Na verloop van tijd wordt die harmonie verstoord door het optreden van een tegenpool van God. Gesteund door zijn aanhang ontketent hij een revolutie, die eindigt met de nederlaag van Gods opponent.

In de christelijke theologie is dat Satan. Hij wordt uit de hemel verbannen. Samen met zijn aanhang belandt hij op aarde. Dat is voor hem een ballingsoord. Het betekent geen definitieve, uiteindelijke vernietiging van zijn macht, maar eerder een inperking ervan: voortaan mag hij heersen over de wereld van de materie. Binnen dat concept zijn wij de geestelijke wezens of engelen die samen met hem tegen God in opstand zijn gekomen. Als gevolg van die opstandigheid zijn wij beland in de materiële wereld, waarin het bestaan veel zwaarder, stugger en moeizamer is dan in de lichte geestelijke wereld waar we in een ver verleden uit zijn getuimeld. Maar die wereld is nu wel ons thuis, de vloer van waaraf we weer op moeten klimmen naar de hemel. Stapje voor stapje, tastend in het donker van een halfvijandige wereld, moeten we onze weg terug zien te vinden naar God.

Het is deze wereld, de wereld van de verdichte geest, die God voor ons heeft geschapen als een ladder naar de hemel. En de oerknal is het moment waarop de gevallen geesten – waaronder wijzelf – uit de geestelijke wereld in de harde werkelijkheid van het materiële bestaan terecht zijn gekomen.

Wij zijn niet de enige gevallen engelen. Er zijn heel veel andere planeten waarop de andere gevallen engelen wonen. En omdat ook zij in feite de geest hebben van een engel, zullen ze ook qua uiterlijk op ons lijken, al zijn er vast ook wel verschillen, afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse zoals het klimaat, de zwaartekracht en de samenstelling van de atmosfeer. Maar het zijn wel degelijk onze broers en zussen. En omdat wij in een lang verleden samen met hen in de hemel hebben gewoond, zullen we hen ooit weer ontmoeten. Misschien duurt dat nog een hele tijd, maar het is ook mogelijk dat we er binnenkort in slagen om intensieve contacten  met andere beschavingen aan te gaan,  zodat we onze verre verwanten zullen ontmoeten en herkennen. De oorsprong in de hemel en de val in de materie hebben zij met ons gemeen. Maar ik ben er zeker van dat ook zij voorbestemd zijn om terug te keren naar de geestelijke wereld.

Dat roept bijna automatisch de vraag op wat er met de materiële wereld zal gebeuren als alle geesten hun lessen van liefde en deemoed hebben geleerd en naar de oorspronkelijke, zuivere wereld van de geest zijn teruggekeerd. Ik denk dat daarmee hetzelfde gebeurt als met een school waaruit ook de laatste leerling is vertrokken, zonder dat er kans is dat er nieuwe leerlingen op komen dagen: die school wordt afgebroken.

Dat is dan ook wat er volgens deze mystici zal gebeuren in een tijd die zò ver van ons verwijderd is dat we ons daar nog geen voorstelling van kunnen maken: de materiële wereld zal geleidelijk oplossen, verdampen en vervagen, totdat ook de laatste ster is gedoofd en alle werelden in een geestelijke bestaansvorm zijn overgegaan.

Wat met de oerknal begon, is dan opgegaan in het Licht. Omdat wij in de kern geestelijke wezens zijn met een eeuwig bestaan, zullen we dat meemaken. En we zullen dan lachen om de wetenschappers die in alle ernst dachten dat de wereld met een reusachtige dreun begon, zomaar, uit het niets – als er dan tenminste nog iemand is die zich daar druk over maakt, wat nog veel aannemelijker is.

Hendrik Klaassens 

pillars_of_creation_space_stars_galaxy_1920x1080_hd-wallpaper-1660339

Kerstfeest – Theo Midden

KERSTFEEST
Ontvangt de blijde boodschap van de Engel Gabriël.

De geboorte van de Verlosser op deze aarde
jouw wedergeboorte in een nieuwe wereld
een gunst geschonken aan Maria:
de Messias en jou samen te brengen
jij opnieuw geschapen en worden als Hij.

Gods besluiten: zijn Heilige wil
nieuw beginnen met het Licht en zijn Woord
Immanuël verlost jou uit de greep van de sterken.
Zijn uitnodiging: jou opnemen in zijn Zoon
een wereld samen met de Schepper God
je naasten en de armen in “Bethlehem”.

Versta de tekenen over de komst van de Verlosser( Micha5); de ster die stil blijft staan nabij Bethlehem!
Een woestijnachtige omgeving, géén herberg, niets!
Slechts een grot in een rotsachtig gebergte,
een noodstal voor herders met stro en hooi.
In` deze` nieuwe wereld wil Jezus worden geboren.

Jij viert het geboortefeest van de Messias;
vier ook jouw herboren zijn in Christus
bij de kribbe, met de engelen,  de herders en de
sterrenkundigen, en ontvang met hen de zegenrijke
geschenken: Uw Wil, Uw Woord, Uw Liefde;
zing met hen van harte ‘gloria in excelcis Deo’

DRIE STERRENKUNDIGEN

Een bijzondere ster te volgen met een hemels Licht en geroepen door een bijzonder teken van de Heer! Deze ster zal blijven stilstaan op een plaats waar zij de Scepter van het nieuwe Israëlisch volk, de Koning der Koningen zullen vinden!
(Zie Numeri: 24,17 of Micha 5. )

Zij stellen zich voor als Casper, Melchior en Balthazar.  Een Romeinse hoofdman Cornelius die in verband met de volkstelling bij de grot komt en door het Licht van het Kindje zo geraak is, dat hij besluit de familie te beschermen en voor de veiligheid de drie sterrenkundigen te verhoren. Zij vertellen hem over de Ster die door hun God is voorspeld en dat zij op de plaats waar de ster stil blijft staan hun Verlosser en de Koning der Koningen zullen vinden. Door hun God daartoe aangezet wensen zij het Kindje hun hulde te betuigen met hun ´zegenrijke geschenken´.

Wie zijn deze bijzondere mensen en waartoe zijn zij geroepen? Binnen gekomen vallen zij in aanbidding neer, wel een uur lang! Zij richten zich langzaam op, knielend richten zij hun gezichten, nat van tranen, omhoog en hun blikken op de Heer slaand, op de eeuwige Schepper.

Nu wordt duidelijk wat ze zeggen tegen het Kindje, hun Heer. Belangrijk is, wie zij eigenlijk vertegenwoordigen en hun levenswijze. Bijzonder is ook dat zij vertegenwoordigd worden door een Geest!

CASPER wordt door ADAM’s Geest geleid. Casper spreekt: `God zij geëerd, aan Hem zij lof gebracht; Hij zij geprezen, Hosannah, Hosannah voor God, de Drie-enige van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.’
Hij geeft onder veel eerbetoon zijn fijnste wierook aan Maria, zeggende: ‘Moeder, aanvaard dit als een simpele uiterlijke aflossing van wat elk denkend wezen, uit de grond van zijn hart, eeuwig verschuldigd is aan zijn almachtige Schepper!’

MELCHIOR was een Moor en door de Geest van KAÏN geleid. Hij reikt een zak met zuiver goud gevuld aan Maria. Melchior nu, de offerende wijze, zegt: ‘aan U, Heer der eeuwige Heerlijkheid, breng ik een nietig offer, iets wat de Koning der Geesten rechtens toekomt van de mens op aarde! Aanvaard het, o Moeder, Gij die hebt gebaard Degene, wiens Naam in der eeuwigheid geen engelentong in staat zal zijn uit te spreken’.

BALTHAZAR zegt: ‘In mijn gezelschap is ABRAHAMS Geest. Ik heet Balthazar en bied U hierbij aan wat het Kindje der Kinderen toekomt: een buidel met kostbare specerij, goud en myrrhe. Aanvaard het, Moeder van alle genaden. Een beter en waardiger offer is geborgen in mijn hart: het is mijn Liefde, die eeuwig een waarachtig offer aan dit Kindje zal zijn!’

Om de betekenis van deze bijzondere uitnodiging aan deze drie genodigden, na de geboorte van de Verlosser, geleid door de wonderlijke ster en buiten de stad Bethlehem in een afgelegen grot die als een stal diende, een plaats te kunnen geven, is het advies, de levensweg te overwegen van Adam die de last van zijn grote zonde heeft gedragen, van Kaïn die de last van het bloedvergieten van een mens heeft gedragen, van Abraham die door zijn onvoorwaardelijk geloof nu de Heer mag zien!
Maria getuigt: dit zijn drie zegenrijke geschenken van God: Zijn Wil, Zijn Woord en Zijn Liefde! En aanvaardt deze in vreugde. Hiermee is het Paradijs geopend en mag aartsvader Abraham de Heer zien!

De drie gaan met vreugde de nieuwe Weg, een nieuwe Wereld in.

Theo Midden, diaken.

 

Trinitatis (Drievuldigheidsdag) – Jakob Lorber

Trinitatis (Drievuldigheidsdag)

Uit “Festgarten” van Jakob Lorber – 16.06.1878

Mijn lieve kinderen! Mijn wezen bestaat uit “Vader”, “Zoon” en “Geest” binnen één persoon. Vader ben ik als schepper van alles wat bestaat, en zoals een Vader van zijn kinderen houdt, zo is ook mijn liefde onbegrensd voor alles wat bestaat, vooral voor de mensen die ik precies zo gevormd heb als ik zelf ben. Mijn liefde voorzag de mensen van alle talenten en daardoor kunnen zij gelijkwaardig worden aan wie Ik ben. Daarom moest ik hen ook een vrije wil geven. Nadat zij daarvan waren voorzien, vroeg ik hen om Mij te volgen.

Maar omdat zij hun vrije wil verkeerd gebruikten, moest ik als Zoon verschijnen en vlees aannemen, om hen door mijn leer en mijn woord, dat de Geest is, opnieuw met Mij te verbinden en hen de samenstelling van hun wezen begrijpelijk te maken, opdat zij tot het inzicht zouden komen hoe nodig het is hun wil aan de mijne te onderwerpen om later in het hiernamaals mee te kunnen regeren.

De mens kan zich niet van zijn drieëenheid scheiden, omdat hij anders geen mens meer is. Want de geest is het eigenlijke ‘ik’, dat van Mij uitgaat. De ziel is het middel of werktuig, dat hem verbindt met het lichaam om zich steeds meer te ontwikkelen. Zo zijn de drie samen één geheel;  daardoor kunnen zij werkzaam zijn en voor anderen begrijpelijk. Dat geldt ook voor Mij: door de omhulling van mijn Ik (de Zoon) en door de bekendmaking in het woord (de Geest) werd ik een zichtbare God. Nu hebben voor degenen, die Mij in mijn ware wezen leren kennen, de namen God, Vader, Zoon en Geest een gelijke betekenis. De drie namen samengevat zijn de benaming, die mijn gehele wezen moet omschrijven, zoals het ook bij de meeste Christenen gebeurt. In je hart mag je echter slechts één beeld bezitten, zij het onder verschillende namen, afhankelijk van de situatie. Soms eren jullie meer de Schepper in mij, wanneer jullie onder de indruk zijn van de mooie natuur en haar verscheidenheid: dan weer als Zoon en bemiddelaar, wanneer jullie je bewust worden van jullie onvolmaaktheid in het gevecht tegen de zonde. Soms nemen jullie je toevlucht tot de barmhartigheid en de verzoening, waarbij mijn wijsheid het mogelijk maakt dat jullie de Geest of Trooster ontvangen, die jullie in alle waarheid leidt, opdat jullie de Geest erkennen en zeggen: “Vader, geef mij de Heilige Geest!” In dat geval ben ik er als de werkzame kracht, die niet opgesplitst of gescheiden kan worden van de Vader en de Zoon.

Wie in mij de drievoudige Vader eert, zoals ik het nu aan jullie uitleg, die heeft in alle situaties van het innerlijke leven een ware God. Hij heeft Hem soms als Schepper nodig, soms als bemiddelaar of trooster, en zal Mij daarom nooit kunnen missen, maar hij wordt aangespoord zich door middel van zijn gevoelens, woorden en daden op dezelfde manier tegenover zijn medeschepsels te gedragen. Zo maakt hij duidelijk een kind van Mij te zijn.

Zo kan ook een aardse vader vaak op drie manieren worden aangeduid: met een naam, een titel en ook met het woord ‘vader’, terwijl het kind alleen ‘vader’ zal zeggen. Op precies dezelfde manier moeten jullie naast alle namen, die de mensheid Mij geeft, aan het woord “Vader” vasthouden, want die herinnert jullie eraan dat een kind meer plichten heeft tegenover zijn vader dan een willekeurig iemand, die bij hem in loondienst is. Die genoemde plicht heet: “liefde!” Liefde moet jullie grondslag zijn. Alleen uit liefde moeten jullie mij aanroepen, want andere vormen van verering zijn waardeloos. Alle drie wezensdelen die van mij getuigen, namelijk als Schepper en Gever van alles wat goed is, als Zoon en Bemiddelaar, en als Geest en Trooster, zijn zodanig dat zij wederliefde oproepen. Liefde en wijsheid zijn mijn wezen! Amen.

Verlossing door Jezus schenkt ons Pinksteren – G.K. Holderer

De verlossing die Jezus voor ons mensen heeft volbracht, zal voor velen van ons vast en zeker vragen oproepen. En hoe komt het dat er een directe samenhang bestaat tussen verlossing en Pinksteren? Dat willen wij ook bepreken. Maar eerst willen wij het hebben over de verlossing.

God noemt ons zijn zeven wezenskenmerken of eigenschappen, en die zijn achtereenvolgens: liefde – wijsheid – wilskracht = orde = ernst – geduld – barmhartigheid. De middelste eigenschap is de orde. Alles, wat door God gebeurt, is op haar gefundeerd. Zij staat bewust in het centrum. De drie links van de orde staande eigenschappen horen bij de scheppende activiteiten, waar de leiding bij de liefde ligt. De drie rechts van de orde staande eigenschappen werken als bewarende en opbouwende krachten voor alles, wat de scheppende krachten zijn begonnen. Daarover waakt de heiligheid van God. Zij staat boven alles.

Toen de eerste engelen door God. en wel op initiatief van de liefde, geschapen werden, bestond er nog geen materie. Alles was geest – beter gezegd: geestelijke lichamen – zoals God ook geest is. Satana, ook wel Lucifer genoemd, was een grote engel die onder leiding van God ook schepselen tot leven mocht wekken. Maar hier naderen wij de eerste oerzonde, die door Lucifer begaan werd. Hij scheidde zich van God af om een aparte Godheid te zijn, zonder te bedenken dat alle levenskracht alleen uit de ene God afkomstig is. Zonder zijn stromende levensenergie moest Lucifer op de lange duur sterven. Van begin aan wist God dat de aan de schepselen gegeven vrijheid van denken en doen deze afval kan en zal bevorderen. Daarom had God erbarmen met allen die met Lucifer afvielen. Hij schiep de materie om allen de gelegenheid te geven door een proefleven in de materie hun verkeerde opvattingen te erkennen en liefde voor God op te vatten. Bij die door God geschapen materie horen alle zonnen en planeten. Wij, op onze kleine planeet aarde, hebben hierbij een bijzondere voorrang op alle andere zonnen en planeten.

Na een lange tijd van opbouw van de materiële aarde konden tenslotte mensen op haar geplaatst worden. Zonder nu op dieren en ‘voormensen’ in te gaan, waren Adam en Eva degenen die de weg van de terugkeer van de met Lucifer gevallenen in een aards leven begonnen. Zij kregen het paradijs als levensbasis, wat zo veel betekent als een bijzonder sterke innerlijke verbinding te hebben met de liefde uit God. Zij – de liefde – had het ‘buiten God’ bestaande leven geschapen en was verantwoordelijk voor een goede afloop. Geen enkel door God geschapen levend wezen mocht sterven. De liefde zette zich van toen af aan als Vader voor de mensen in. Daarom werden de mensen nu kinderen van de goddelijke liefde, van de heilige God!

Adam en Eva hadden een opdracht gekregen, namelijk gehoorzaam te zijn volgens de goddelijke orde. Pas als de orde in hen gegrondvest was, wilde en kon God beide zegenen opdat zij voor eeuwig geen zonde meer konden begaan. Maar Adam en Eva werden wel ongehoorzaam vòòr de tijd dat zij gezegend konden worden. Dat was de tweede oerzonde. De gevolgen waren, dat alle nakomelingen van hen deze ongehoorzaamheid erfden. Uit ongehoorzaamheid ontstonden allerlei varianten van slechte eigenschappen, zoals hoogmoed, egoïsme en machtswellust, met alle gevolgen van dien. Wij zien dagelijks om ons heen wat die ogenschijnlijk kleine ongehoorzaamheid van de eerste mensen voor gevolgen had en nog heeft.

De liefde in God was zich ervan bewust dat deze mensen zó niet in de hemel van het goddelijke rijk terug konden keren, omdat zij nog steeds onrein waren en bleven. De liefde in God kende de juiste oplossing: zijzelf moest naar de aarde om te bewijzen dat een zuiver leven in de materie wel kon plaatsvinden. En dat deed de liefde ook. In de mens Jezus begon zij haar leven op aarde om als eerste aan Lucifer te bewijzen dat hij een verloren strijd tegen God leverde.

Het lichaam en de ziel van Jezus waren gelijk aan dat van alle andere mensen, terwijl in hem de goddelijke geest leefde. Die was echter ingesloten, zodat de mens (mensenzoon) Jezus net als wij een harde strijd moest leveren om niet aan de verlangens van ziel en lichaam toe te geven. Door zich streng aan de goddelijke orde en liefde te houden, bereikte hij op dertigjarige leeftijd de wedergeboorte van zijn ziel in de geest. Dat betekent dat zijn ziel volkomen één was geworden met de goddelijke geest in Hem. Jezus begon de mensen te leren dat God niet alleen Schepper en Heer was, maar in zijn liefde en barmhartigheid ook een Vader is.

Maar daarmee was zijn opgave nog niet ten einde gekomen. Het was niet genoeg dat zijn ziel zich met de geest verenigde, omdat ook het lichaam aan de geest onderdanig moest worden. Zolang een mens op aarde leeft, wordt de mens gestoord door de uiterlijke invloeden van het aardse leven en de lichamelijke hartstochten, en die werken zijn geestelijke overtuiging steeds tegen. Jezus wist dat hij alleen door een totale verdeemoediging van het lichaam hierover baas kon worden.

Hij nam de smartelijke dood aan het kruis op zich om ook deze opgave uit liefde voor God te volbrengen. In Gethsemané, kort voor zijn gevangenneming, scheidde de goddelijke geest zich van de mens Jezus, opdat deze alleen de verlossing moest volbrengen. De wedergeboren ziel van Jezus werd in het gebed gesterkt en hij nam de marteling op zich. Direct na zijn overlijden keerde de goddelijke Geest in Jezus terug. Jezus had de opgave van de goddelijke liefde en wijsheid volbracht: ziel en lichaam waren vergeestelijkt. Zo kon hij zich als opgestane al na twee dagen weer in zijn geestelijk lichaam laten zien. De Heiligheid van God verbond zich weer met haar liefde en wijsheid, die deze opgave in de mens Jezus op zich genomen hadden om te bewijzen dat al het geschapen leven kan en zal voortbestaan. De verlossing was een feit.

Door zijn volmaakt leven opende Jezus de poorten van de hemel en bouwde de brug daar naartoe. Hoewel de in het begin genoemde oerzonden opgelost en vergeven waren, lijden wij nog steeds aan de erfenis daarvan. Onze dagelijkse en individuele zonden worden wel vergeven, maar wij moeten er eerst voor zorgen dat wij onze fouten inzien en niet meer willen herhalen. Dan neemt de barmhartigheid van de hemelse Vader onze zonden op zich en wij zijn daarvan bevrijd.

Om een beter inzicht te hebben en de juiste weg naar de hemel te gaan, heeft Jezus ons de woorden gegeven die wij in de praktijk moeten brengen: heb God boven alles lief en je naaste als jezelf! Blijft daarentegen de liefde van de mens op materiele dingen en lichamelijke hartstochten gericht, dan komt hij na zijn dood in een soortgelijke omgeving terecht als zijn verkeerde liefde. Dat is de toestand die wij de hel noemen. Het zal heel lang duren om van daaruit terug te keren en de weg naar de hemel te vinden.

Hier op aarde leven wij in een situatie van goed én kwaad. Terwijl tot aan Jezus toe alle mensen faalden en niet in de hemel konden komen, heeft Jezus de hele levenssituatie op aarde veranderd en verbeterd. Dat wil niet zeggen, dat wij van het kwaad zijn bevrijd: integendeel, Lucifer vecht met alle middelen tegen de open staande hemel.

Jezus heeft vòòr zijn dood aan de discipelen een Trooster toegezegd die na zijn zichtbare afwezigheid hulp zal bieden. Deze Trooster kwam dan ook met Pinksteren in de vorm van de Heilige Geest. Hij doorstroomde de discipelen en vrienden van Jezus, en zij waren daardoor wedergeboren in de geest en zij konden de leer van Jezus, die de goddelijke leer is, aan de mensen in alle zuiverheid doorgeven. Sinds die tijd ontvangt ieder mens, die geboren wordt, een aandeel van deze verlossende Pinkstergeest. Dat geeft ons kracht en maakt ons klaar voor de strijd tegen alle negatieve verlangens en wensen. Het kwaad moet uitgedreven worden en dat gebeurt echt niet op vreedzame wijze. Het is vergelijkbaar met een nieuwe wijn, die gisten en bruisen moet voordat hij zuiver is (Jezus door Gottfried Mayerhofer). Maar hoe anders kunnen wij zelfstandige kinderen van de hemelse Vader worden, die de eeuwige heilige God is?

Eerst moet de mens begrijpen waarom hij op aarde leeft; dan moet hij het woord van God lezen en daarnaar handelen. Daardoor verlangt zijn ziel naar de geest die met vreugde bij alle beslissingen te hulp schiet. Voor de beslissingen zelf blijft het bij de vrije mogelijkheid van de mens de rechter of de linker weg te kiezen.

Zoals de discipelen innerlijk de kennis ontvingen om hun medemensen te leren, zo is dat ook nog in onze tijd. Jezus zei dat velen geroepen zijn, maar weinigen zijn uitverkoren. Deze uitverkorenen hebben door middel van hun geest in hun hart een vaste verbinding met de hemelse Vader. Hij geeft hen troost en rechtstreekse diepzinnige lessen om aan de medemensen door te geven. Dit zijn de nieuwe middelen om het gistproces te versnellen. Eerst moet de ‘wijn’ gerijpt zijn: dan kan Jezus weer naar de aarde terugkeren.

Verlossing door Jezus Christus – G.K. Holderer

Verlossing door Jezus Christus  –  G.K.Holderer

Dit onderwerp moet eigenlijk nog een tweede titel hebben, namelijk: ‘Vanaf de mens Jezus tot de hemelse Vader Jezus-Jehova’. Die tweede titel drukt uit wat gelijktijdig met de verlossing van ons mensen door Jezus gebeurt. Voordat wij dit onderwerp nader bekijken, zullen wij eerst de betekenis “mens Jezus” en “Jezus Jehova” wat verduidelijken, om te begrijpen welk verschil er tussen deze namen bestaat.

De mens Jezus werd geboren uit een jonge vrouw, namelijk Maria, en Jezus heeft daardoor een normaal lichaam zoals alle mensen. Zijn ziel is net zoals bij haast alle mensen vanuit de natuurzielenontwikkeling gevormd. Zo heeft zij ook de negatieve eigenschappen die door de val van Lucifer zijn veroorzaakt. Zijn menselijke ziel is de reden waarom Jezus in de Bijbel vaak de ‘mensenzoon’ wordt genoemd. Hij is zoals iedereen een mens. Maar nu komt een belangrijk verschil: terwijl alle mensen vanaf de tijd van Adam tot de geboorte van Jezus een door God gegeven zuivere geest – niet te verwarren met verstand – hebben ontvangen, bevindt zich in Jezus de volledige goddelijke Geest.

De benaming Jezus Jehova wordt misschien minder gebruikt, maar duidt de voor ons zichtbare hemelse Vader aan. Jehova is God, en dat sinds alle tijden. Tot de tijd van Jezus op aarde bleef God in zijn Godscentrum en was daardoor voor ons mensen niet zichtbaar. Door de opstanding, die samenhangt met de volledige vereniging van de vergeestelijkte mens Jezus met de in hem wonende goddelijke Geest, werd God voor alle mensen zichtbaar in de ‘toenmalige’ mens Jezus. Hij is onze enige zichtbare God, onze hemelse Vader Jezus Jehova.

Wij mogen de eerste jaren van Jezus beschouwen als die van elk ander kind, maar toch kwamen in deze levensfase genoeg situaties voor waarbij de goddelijke geest door het kind sprak en handelde. In de “Jeugd van Jezus” door Jakob Lorber worden wij hierover onderwezen. In die tijd leerde hij zijn pleegvader Jozef, diens zonen en natuurlijk ook zijn moeder Maria dat hij de verwachte Messias, de Christus is. Hij zei zelfs dat de in hem wonende geest God Zelf is. Het is begrijpelijk dat zijn familie daar maar moeilijk mee kon omgaan.

Van het begin af aan voelde de mens Jezus een zeer sterke drang van en naar zijn goddelijke geest. Dat zorgde ervoor dat hij de eenzaamheid opzocht om daar zijn ziel in lange meditaties dichter bij zijn geest te brengen. Tegelijkertijd werkte hij als timmerman samen met Jozef en diens zonen. Zoals eerder gezegd, was zijn ziel zoals bij alle mensen door de oerzonde van Lucifer ook met lage verlangens en onzuivere eigenschappen bevlekt. Dat moest bestreden en veranderd worden door middel van liefde. Daarvoor dienden de meditaties en gebeden in eenzaamheid, maar de werkzame uitstraling en doorgave van liefde gedurende zijn tijd als timmerman waren daarvoor ook noodzakelijk. Het innerlijke proces om zijn ziel met de Godsgeest te verenigen duurde tot zijn dertigste levensjaar. Toen was de wedergeboorte van zijn ziel met de Godsgeest een feit.

Dat vormde de basis om met zijn werkzaamheden als onderwijzer te beginnen. Nu kon de Godsgeest in de mens Jezus volkomen tot uiting komen. Het belangrijkste was de leer van de liefde, waaraan in zijn tijd – evenals in onze tijd – zo goed als geen aandacht werd geschonken. Ons leven is afhankelijk van de liefde. Daarmee wordt niet alleen het leven op aarde bedoeld, maar vooral het leven in de geestelijke wereld na de dood op aarde. Niet voor niets zei Jezus steeds weer de goddelijke woorden: “Heb God boven alles lief en je naaste zoals jezelf!” De mens Jezus die zich volledig met de Godsgeest verenigde, kon daardoor de leer door ‘zogenaamde’ wonderen bevestigen, om zijn toehoorders te bewijzen hoe machtig zijn leer van de goddelijke liefde is. Ik heb dat als ‘zogenaamd’ aangeduid, omdat de goddelijke geest in zijn almacht dingen doet die voor normale stervelingen raadselachtig zijn.

De tijd van het leren was na drie jaar ten einde gekomen. Toen kwam de belangrijkste opgave voor de mens Jezus. Hij wist dat oorspronkelijk de eerste mens die van een geest was voorzien – Adam – de opdracht had gehad om in gehoorzaamheid aan de goddelijke orde te leven. Om die reden had hij een voortdurend contact met God en was heer over de materiële aarde. Als Adam erin was geslaagd om zijn opdracht te vervullen, zouden geen negatieve eigenschappen aan zijn kinderen, kleinkinderen en uiteindelijk aan ons zijn doorgegeven. Ons leven op aarde zou dan een heel ander karakter hebben gehad. Maar Adam werd zwak en daarom was het nodig dat God zelf deze opgave in de vorm van een mens  – dat was Jezus – op zich nam.

De Geest is eeuwig, maar de materie heeft maar een korte levensduur. Als ooit een mens zuiver genoeg wilde worden om in de armen van God, onze hemelse Vader, te kunnen terugkeren, dan moest eerst de in de materie en de ziel aanwezige boosheid en de tegen het leven gerichte valsheid worden overwonnen. Deze zuivering en daarmee de overwinning op de valsheid kon alleen worden bereikt, als ziel en materieel lichaam in volledige deemoed gehoorzaam zouden zijn aan de geest. De wedergeboorte van Jezus’ ziel in zijn geest was de eerste stap van deze deemoed. Die had de Mensenzoon Jezus voor het begin van zijn leerambt bereikt.

Maar zijn lichaam was nog niet zover; ook dat moest vol deemoed aan God gehoorzaam zijn. De vleselijke verlangens in het lichaam van Jezus moesten ondergeschikt worden aan de liefde en orde van God. Dat kon alleen worden bereikt door een vernedering van het lichaam. Dat betekende het vrijwillig ondergaan van marteling en een gewelddadige dood. Een lang leven op aarde zou de materiële verlangens van zijn lichaam steeds opnieuw laten opkomen, wat geen volledige deemoed van zijn lichaam had betekend.

In de tuin van Gethsemane vocht de mens Jezus, die voor zijn laatste opgave door de Godsgeest alleen werd gelaten, met zichzelf en de angst voor de op handen zijnde dood aan het kruis. Zijn wedergeboren ziel gaf toen de doorslag en heeft de verdeemoediging van het vlees door de dood aan het kruis op zich genomen. Deze opdracht van de verdeemoediging moest de mens zelf volbrengen, niet God! Onmiddellijk na het overlijden aan het kruis keerde de goddelijke Geest in Jezus terug om zich voor alle eeuwigheid met zijn ziel te verbinden.

Jezus heeft als mens de terugkeer van ons allen naar God in de hemel weer mogelijk gemaakt. Hij is door de in hem wonende goddelijke Geest de zichtbare hemelse Vader met de naam Jezus Jehova! Wij allemaal zullen ooit vol vreugde en bewondering voor hem staan. Door de geest van Pinksteren, die allereerst aan zijn discipelen werd gegeven en daarna alle pasgeboren kinderen in het hart wordt gelegd, geeft Jezus ons een stuk van zijn verlossende geest, die ons de terugweg naar de hemelse Vader gemakkelijker laat vinden. Door deze geest hebben wij zijn voortdurende hulp op onze bezwaarlijke weg om het hemelse doel te bereiken. Het spreekt vanzelf dat hij niet onze persoonlijke fouten en zonden heeft weggenomen – daar moeten wij zelf aan werken – maar de brug naar de hemel is wel gebouwd en staat open. Zijn verlossende geest helpt ons de brug over te steken.

God zelf heeft in “De Huishouding van God”, deel 1, van J.L. hierover gesproken: “De poorten van de hemel staan voor jullie open en als jullie willen, dan kunnen jullie naar binnen gaan en daar het aangezicht van jullie heilige Vader zien, die ik ben, de eeuwige God Jehova. Dat kunnen jullie doen krachtens het levende woord, dat Jezus Christus is, de eeuwige liefde en wijsheid in Mij, waaruit al het goede en ware voortkomt.”

 

“Over de drempel van de dood” – hfst. 10: “De overgang van een bisschop”

“Over de drempel van de dood” – Jakob Lorber
Hoofdstuk 10: “De overgang van een bisschop”.

[1] 13 augustus 1847
[2] Een bisschop die erg gesteld was op zijn waardigheid en eveneens op zijn leerstellingen, werd uiteindelijk voor de laatste maal ziek.
[3] Hij, die – zelfs toen hij nog maar priester was – de hemelse vreugden in de wonderlijkste kleuren afschilderde en zich uitputte in het beschrijven van de verrukking en gelukzaligheid in het rijk der engelen, maar daarnaast natuurlijk ook de hel en het o­naangename vagevuur niet vergat, wilde nu zelf als bijna 80-jarige grijsaard nog steeds geen bezit nemen van zijn veelgeprezen hemel. Nog duizend jaar leven op aarde zou hem liever geweest zijn dan een toekomstige hemel met al zijn verrukkingen en zaligheden.
Verder lezen