Categorie archief: Jakob Lorber

Jakob Lorber

Hoofdstuk 11 van deel 3 van “De Huishouding van God”

Jakob Lorber: “De Huishouding van God”, deel 3.

Hoofdstuk 11. Ghemela’s uitbundige dank en de woorden van de Heer over de hoge waarde van de liefde. Een belofte aan Ghemela en aan Pura als toekomstige Maria. Pura’s opname.

1. Toen Ghemela dat van Zuriël had vernomen, werd zij buitengewoon blij en vrolijk en zij ging dadelijk naar de Heer van hemel en aarde, en dankte, loofde en prees Hem in haar brandende hart voor zo’n grote genade, dat Hij haar zo zalig had laten ervaren hoe het leven van de geest helemaal leek op het leven van een nog op aarde in het vlees levende mens die staat in de volle liefde tot Hem, de heilige, de van alle liefde en erbarming vervulde Vader.

Verder lezen

Het 4e hoofdstuk van “De Huishouding van God’, deel 2.

De Huishouding van God, deel 2

Hoofdstuk 4. De dank die de Heer het meest behaagt: de liefde zonder woorden in de diepste deemoed van het hart. Lamech en Ghemela, het zuiverste echtpaar uit de oertijd.

1. Jij (d.w.z. Jakob Lorber) wilt graag horen wat Lamech tegen Ghemela sprak. Daarom volgen hier zijn woorden.
2. Lamechs vraag om vergeving en de verzekering van zijn liefde aan Ghemela, nadat hij Mij tevoren nog uit het diepst van zijn hart voor de vermaning bedankte, luidde als volgt:

Verder lezen

Het 3e hoofdstuk van “De Huishouding van God”, deel 2

Jakob Lorber, “De Huishouding van God”, deel 2

Hoofdstuk 3. Lamech en Ghemela door de Heer tesamen gebracht.

1. Na deze woorden riep de hoge Abedam Lamech bij Zich, stelde hem aan Ghemela voor en vroeg haar:
2. “Mijn geliefde Ghemela, kijk naar deze man. Zijn naam is Lamech; net als jij is hij vol vurig vlammende liefde tot Mij. Zie, deze man wil Ik jou geven, want Ik weet dat hij jou niet zal aanraken voordat Ik hem naar jou toe zal leiden.

Verder lezen

Het 2e hoofdstuk van “De Huishouding van God”, deel 2

Jakob Lorber – “De Huishouding van God”, deel 2

Hoofdstuk 2. De grootste zorg van de stamvaders: het dingen naar de liefde en de genade van de Vader.

1. Allen waren buiten zichzelf van vreugde en dankten Abedam innig in hun hart voor zo’n belofte, die waarlijk een belofte aller beloften is omdat in haar het enige ware leven woont en dus ook alle levende kracht en macht voor het bedwingen en overwinnen van alle dingen.

Verder lezen

Het 1e hoofdstuk van “De Huishouding van God”, deel 2

Jakob Lorber – “De Huishouding van God”, deel 2.
Ontwikkeling en geestelijke bloei van het eerste wereldrijk van Hanoch.

Hoofdstuk 1. De liefde en de zegen van de heilige Vader als teken van Zijn geestelijke aanwezigheid.
1. Abedam vroeg hun: “Welnu, luister dan: Ik heb met groot welbehagen de uitingen van jullie harten vernomen; daarom zijn jullie allen er waarlijk het allerbeste aan toe, maar zoals Ik nu o­nder jullie vertoef – dat weet je – kan Ik ter wille van jullie vrije leven niet blijven en moet Ik je als zichtbare Vader spoedig weer verlaten!

Verder lezen

Een kleine scène – lied van Jakob Lorber

Een kleine scène.
(ontvangen van de Heer door Jakob Lorber op 6 september 1840)

Daar je even iets wilt schrijven, zo schrijf in Mijn Naam aan de vrolijke vrouw van broeder A.H., omdat Mijn woorden haar blij maken, de volgende kleine scène: en zij kan erover nadenken en in haar hart o­nderzoeken wat Ik ermee bedoel. Zij moet echter niet te veel denken (dat wil zeggen met het verstand piekeren), maar alleen echt krachtig aftasten en juist dan zal zij wel vinden wat Ik ermee zeggen wil; daarom echter geef Ik het bedekt en een weinig vergelijkenderwijs, opdat zij des te gemakkkelijker de smalle weg naar mijn Liefde vinden mag en de daaruit vloeiende Genade! Amen.
En dat is de kleine scène:

Verder lezen

De verblinding van mensen – Jakob Lorber

‘De verblinding van mensen’
Uit Psalmen en Gedichten: no 36, pag. 89, (Jakob Lorber).

De afwezigheid van de Heer

Schrijf dan niet – de afwezigheid van de Heer; want waar zal zich de o­neindige en Alomtegenwoordige zich verbergen? Maar schrijf daarvoor in de plaats als o­nderwerp:

De periodieke verblinding van mensen op een gegeven moment.
Waar komt dit aanvoelen zoal vandaan bij de mensen?—Wanneer bij de goeden, en waarom soms bij de vromen?

Verder lezen

De binnenwereld – lied van Jakob Lorber

De binnenwereld.   
– Jakob Lorber –   
                       
[opmerking aan de (schrijf-) knecht]
Het liedje, zoals je eens voor jezelf van een andere zanger opschreef,  er voor jezelf een weinig aan veranderde o­nder de naam “De stille wereld”; kijk, dat is een goed liedje en zal een goed effect hebben, speciaal voor hen, die hun hart met van alles in vervoering brengen, wegens het feit dat zij niet kinderen van de wereld zijn, is de wereld om hen heen des te meer bezig om zich juist deze (mensen) tot hun bezit te nemen!
Verder lezen

Uitleg over de zon, uit “Himmelsgaben”, deel II van Jakob Lorber

Uitleg over de “zon”, Jakob Lorber, uit: Himmelsgaben II, pag. 137
                                       
Zondag, 30 oktober 1842 ’s morgens

O Heer, U die ik als Enige het allermeest liefheb en heiligste Vader in Jezus!
Ik arme, volstrekt waardeloze zondaar en trage, o­nachtzame knecht, ik smeek U vanuit het diepst van mijn hart, of U mij weer eens uit de nesten zou willen halen!
Kijk, zoals U al weet – en altijd al wist – in het dictaat over de zon zit een kleine getallentegenstrijdigheid, namelijk bij de laatste planeet, waarover aanvankelijk in de inleiding gezegd is dat hij maar drie manen heeft. Maar nu, in de specifieke verhandeling over dit hemellichaam wordt gezegd dat hij tien manen heeft! – Hoe moet dit opgevat worden?

Verder lezen