Categorie archief: Jakob Lorber

Jakob Lorber

Verlossing door Jezus schenkt ons Pinksteren – G.K. Holderer

De verlossing die Jezus voor ons mensen heeft volbracht, zal voor velen van ons vast en zeker vragen oproepen. En hoe komt het dat er een directe samenhang bestaat tussen verlossing en Pinksteren? Dat willen wij ook bepreken. Maar eerst willen wij het hebben over de verlossing.

God noemt ons zijn zeven wezenskenmerken of eigenschappen, en die zijn achtereenvolgens: liefde – wijsheid – wilskracht = orde = ernst – geduld – barmhartigheid. De middelste eigenschap is de orde. Alles, wat door God gebeurt, is op haar gefundeerd. Zij staat bewust in het centrum. De drie links van de orde staande eigenschappen horen bij de scheppende activiteiten, waar de leiding bij de liefde ligt. De drie rechts van de orde staande eigenschappen werken als bewarende en opbouwende krachten voor alles, wat de scheppende krachten zijn begonnen. Daarover waakt de heiligheid van God. Zij staat boven alles.

Toen de eerste engelen door God. en wel op initiatief van de liefde, geschapen werden, bestond er nog geen materie. Alles was geest – beter gezegd: geestelijke lichamen – zoals God ook geest is. Satana, ook wel Lucifer genoemd, was een grote engel die onder leiding van God ook schepselen tot leven mocht wekken. Maar hier naderen wij de eerste oerzonde, die door Lucifer begaan werd. Hij scheidde zich van God af om een aparte Godheid te zijn, zonder te bedenken dat alle levenskracht alleen uit de ene God afkomstig is. Zonder zijn stromende levensenergie moest Lucifer op de lange duur sterven. Van begin aan wist God dat de aan de schepselen gegeven vrijheid van denken en doen deze afval kan en zal bevorderen. Daarom had God erbarmen met allen die met Lucifer afvielen. Hij schiep de materie om allen de gelegenheid te geven door een proefleven in de materie hun verkeerde opvattingen te erkennen en liefde voor God op te vatten. Bij die door God geschapen materie horen alle zonnen en planeten. Wij, op onze kleine planeet aarde, hebben hierbij een bijzondere voorrang op alle andere zonnen en planeten.

Na een lange tijd van opbouw van de materiële aarde konden tenslotte mensen op haar geplaatst worden. Zonder nu op dieren en ‘voormensen’ in te gaan, waren Adam en Eva degenen die de weg van de terugkeer van de met Lucifer gevallenen in een aards leven begonnen. Zij kregen het paradijs als levensbasis, wat zo veel betekent als een bijzonder sterke innerlijke verbinding te hebben met de liefde uit God. Zij – de liefde – had het ‘buiten God’ bestaande leven geschapen en was verantwoordelijk voor een goede afloop. Geen enkel door God geschapen levend wezen mocht sterven. De liefde zette zich van toen af aan als Vader voor de mensen in. Daarom werden de mensen nu kinderen van de goddelijke liefde, van de heilige God!

Adam en Eva hadden een opdracht gekregen, namelijk gehoorzaam te zijn volgens de goddelijke orde. Pas als de orde in hen gegrondvest was, wilde en kon God beide zegenen opdat zij voor eeuwig geen zonde meer konden begaan. Maar Adam en Eva werden wel ongehoorzaam vòòr de tijd dat zij gezegend konden worden. Dat was de tweede oerzonde. De gevolgen waren, dat alle nakomelingen van hen deze ongehoorzaamheid erfden. Uit ongehoorzaamheid ontstonden allerlei varianten van slechte eigenschappen, zoals hoogmoed, egoïsme en machtswellust, met alle gevolgen van dien. Wij zien dagelijks om ons heen wat die ogenschijnlijk kleine ongehoorzaamheid van de eerste mensen voor gevolgen had en nog heeft.

De liefde in God was zich ervan bewust dat deze mensen zó niet in de hemel van het goddelijke rijk terug konden keren, omdat zij nog steeds onrein waren en bleven. De liefde in God kende de juiste oplossing: zijzelf moest naar de aarde om te bewijzen dat een zuiver leven in de materie wel kon plaatsvinden. En dat deed de liefde ook. In de mens Jezus begon zij haar leven op aarde om als eerste aan Lucifer te bewijzen dat hij een verloren strijd tegen God leverde.

Het lichaam en de ziel van Jezus waren gelijk aan dat van alle andere mensen, terwijl in hem de goddelijke geest leefde. Die was echter ingesloten, zodat de mens (mensenzoon) Jezus net als wij een harde strijd moest leveren om niet aan de verlangens van ziel en lichaam toe te geven. Door zich streng aan de goddelijke orde en liefde te houden, bereikte hij op dertigjarige leeftijd de wedergeboorte van zijn ziel in de geest. Dat betekent dat zijn ziel volkomen één was geworden met de goddelijke geest in Hem. Jezus begon de mensen te leren dat God niet alleen Schepper en Heer was, maar in zijn liefde en barmhartigheid ook een Vader is.

Maar daarmee was zijn opgave nog niet ten einde gekomen. Het was niet genoeg dat zijn ziel zich met de geest verenigde, omdat ook het lichaam aan de geest onderdanig moest worden. Zolang een mens op aarde leeft, wordt de mens gestoord door de uiterlijke invloeden van het aardse leven en de lichamelijke hartstochten, en die werken zijn geestelijke overtuiging steeds tegen. Jezus wist dat hij alleen door een totale verdeemoediging van het lichaam hierover baas kon worden.

Hij nam de smartelijke dood aan het kruis op zich om ook deze opgave uit liefde voor God te volbrengen. In Gethsemané, kort voor zijn gevangenneming, scheidde de goddelijke geest zich van de mens Jezus, opdat deze alleen de verlossing moest volbrengen. De wedergeboren ziel van Jezus werd in het gebed gesterkt en hij nam de marteling op zich. Direct na zijn overlijden keerde de goddelijke Geest in Jezus terug. Jezus had de opgave van de goddelijke liefde en wijsheid volbracht: ziel en lichaam waren vergeestelijkt. Zo kon hij zich als opgestane al na twee dagen weer in zijn geestelijk lichaam laten zien. De Heiligheid van God verbond zich weer met haar liefde en wijsheid, die deze opgave in de mens Jezus op zich genomen hadden om te bewijzen dat al het geschapen leven kan en zal voortbestaan. De verlossing was een feit.

Door zijn volmaakt leven opende Jezus de poorten van de hemel en bouwde de brug daar naartoe. Hoewel de in het begin genoemde oerzonden opgelost en vergeven waren, lijden wij nog steeds aan de erfenis daarvan. Onze dagelijkse en individuele zonden worden wel vergeven, maar wij moeten er eerst voor zorgen dat wij onze fouten inzien en niet meer willen herhalen. Dan neemt de barmhartigheid van de hemelse Vader onze zonden op zich en wij zijn daarvan bevrijd.

Om een beter inzicht te hebben en de juiste weg naar de hemel te gaan, heeft Jezus ons de woorden gegeven die wij in de praktijk moeten brengen: heb God boven alles lief en je naaste als jezelf! Blijft daarentegen de liefde van de mens op materiele dingen en lichamelijke hartstochten gericht, dan komt hij na zijn dood in een soortgelijke omgeving terecht als zijn verkeerde liefde. Dat is de toestand die wij de hel noemen. Het zal heel lang duren om van daaruit terug te keren en de weg naar de hemel te vinden.

Hier op aarde leven wij in een situatie van goed én kwaad. Terwijl tot aan Jezus toe alle mensen faalden en niet in de hemel konden komen, heeft Jezus de hele levenssituatie op aarde veranderd en verbeterd. Dat wil niet zeggen, dat wij van het kwaad zijn bevrijd: integendeel, Lucifer vecht met alle middelen tegen de open staande hemel.

Jezus heeft vòòr zijn dood aan de discipelen een Trooster toegezegd die na zijn zichtbare afwezigheid hulp zal bieden. Deze Trooster kwam dan ook met Pinksteren in de vorm van de Heilige Geest. Hij doorstroomde de discipelen en vrienden van Jezus, en zij waren daardoor wedergeboren in de geest en zij konden de leer van Jezus, die de goddelijke leer is, aan de mensen in alle zuiverheid doorgeven. Sinds die tijd ontvangt ieder mens, die geboren wordt, een aandeel van deze verlossende Pinkstergeest. Dat geeft ons kracht en maakt ons klaar voor de strijd tegen alle negatieve verlangens en wensen. Het kwaad moet uitgedreven worden en dat gebeurt echt niet op vreedzame wijze. Het is vergelijkbaar met een nieuwe wijn, die gisten en bruisen moet voordat hij zuiver is (Jezus door Gottfried Mayerhofer). Maar hoe anders kunnen wij zelfstandige kinderen van de hemelse Vader worden, die de eeuwige heilige God is?

Eerst moet de mens begrijpen waarom hij op aarde leeft; dan moet hij het woord van God lezen en daarnaar handelen. Daardoor verlangt zijn ziel naar de geest die met vreugde bij alle beslissingen te hulp schiet. Voor de beslissingen zelf blijft het bij de vrije mogelijkheid van de mens de rechter of de linker weg te kiezen.

Zoals de discipelen innerlijk de kennis ontvingen om hun medemensen te leren, zo is dat ook nog in onze tijd. Jezus zei dat velen geroepen zijn, maar weinigen zijn uitverkoren. Deze uitverkorenen hebben door middel van hun geest in hun hart een vaste verbinding met de hemelse Vader. Hij geeft hen troost en rechtstreekse diepzinnige lessen om aan de medemensen door te geven. Dit zijn de nieuwe middelen om het gistproces te versnellen. Eerst moet de ‘wijn’ gerijpt zijn: dan kan Jezus weer naar de aarde terugkeren.

Verlossing door Jezus Christus – G.K. Holderer

Verlossing door Jezus Christus  –  G.K.Holderer

Dit onderwerp moet eigenlijk nog een tweede titel hebben, namelijk: ‘Vanaf de mens Jezus tot de hemelse Vader Jezus-Jehova’. Die tweede titel drukt uit wat gelijktijdig met de verlossing van ons mensen door Jezus gebeurt. Voordat wij dit onderwerp nader bekijken, zullen wij eerst de betekenis “mens Jezus” en “Jezus Jehova” wat verduidelijken, om te begrijpen welk verschil er tussen deze namen bestaat.

De mens Jezus werd geboren uit een jonge vrouw, namelijk Maria, en Jezus heeft daardoor een normaal lichaam zoals alle mensen. Zijn ziel is net zoals bij haast alle mensen vanuit de natuurzielenontwikkeling gevormd. Zo heeft zij ook de negatieve eigenschappen die door de val van Lucifer zijn veroorzaakt. Zijn menselijke ziel is de reden waarom Jezus in de Bijbel vaak de ‘mensenzoon’ wordt genoemd. Hij is zoals iedereen een mens. Maar nu komt een belangrijk verschil: terwijl alle mensen vanaf de tijd van Adam tot de geboorte van Jezus een door God gegeven zuivere geest – niet te verwarren met verstand – hebben ontvangen, bevindt zich in Jezus de volledige goddelijke Geest.

De benaming Jezus Jehova wordt misschien minder gebruikt, maar duidt de voor ons zichtbare hemelse Vader aan. Jehova is God, en dat sinds alle tijden. Tot de tijd van Jezus op aarde bleef God in zijn Godscentrum en was daardoor voor ons mensen niet zichtbaar. Door de opstanding, die samenhangt met de volledige vereniging van de vergeestelijkte mens Jezus met de in hem wonende goddelijke Geest, werd God voor alle mensen zichtbaar in de ‘toenmalige’ mens Jezus. Hij is onze enige zichtbare God, onze hemelse Vader Jezus Jehova.

Wij mogen de eerste jaren van Jezus beschouwen als die van elk ander kind, maar toch kwamen in deze levensfase genoeg situaties voor waarbij de goddelijke geest door het kind sprak en handelde. In de “Jeugd van Jezus” door Jakob Lorber worden wij hierover onderwezen. In die tijd leerde hij zijn pleegvader Jozef, diens zonen en natuurlijk ook zijn moeder Maria dat hij de verwachte Messias, de Christus is. Hij zei zelfs dat de in hem wonende geest God Zelf is. Het is begrijpelijk dat zijn familie daar maar moeilijk mee kon omgaan.

Van het begin af aan voelde de mens Jezus een zeer sterke drang van en naar zijn goddelijke geest. Dat zorgde ervoor dat hij de eenzaamheid opzocht om daar zijn ziel in lange meditaties dichter bij zijn geest te brengen. Tegelijkertijd werkte hij als timmerman samen met Jozef en diens zonen. Zoals eerder gezegd, was zijn ziel zoals bij alle mensen door de oerzonde van Lucifer ook met lage verlangens en onzuivere eigenschappen bevlekt. Dat moest bestreden en veranderd worden door middel van liefde. Daarvoor dienden de meditaties en gebeden in eenzaamheid, maar de werkzame uitstraling en doorgave van liefde gedurende zijn tijd als timmerman waren daarvoor ook noodzakelijk. Het innerlijke proces om zijn ziel met de Godsgeest te verenigen duurde tot zijn dertigste levensjaar. Toen was de wedergeboorte van zijn ziel met de Godsgeest een feit.

Dat vormde de basis om met zijn werkzaamheden als onderwijzer te beginnen. Nu kon de Godsgeest in de mens Jezus volkomen tot uiting komen. Het belangrijkste was de leer van de liefde, waaraan in zijn tijd – evenals in onze tijd – zo goed als geen aandacht werd geschonken. Ons leven is afhankelijk van de liefde. Daarmee wordt niet alleen het leven op aarde bedoeld, maar vooral het leven in de geestelijke wereld na de dood op aarde. Niet voor niets zei Jezus steeds weer de goddelijke woorden: “Heb God boven alles lief en je naaste zoals jezelf!” De mens Jezus die zich volledig met de Godsgeest verenigde, kon daardoor de leer door ‘zogenaamde’ wonderen bevestigen, om zijn toehoorders te bewijzen hoe machtig zijn leer van de goddelijke liefde is. Ik heb dat als ‘zogenaamd’ aangeduid, omdat de goddelijke geest in zijn almacht dingen doet die voor normale stervelingen raadselachtig zijn.

De tijd van het leren was na drie jaar ten einde gekomen. Toen kwam de belangrijkste opgave voor de mens Jezus. Hij wist dat oorspronkelijk de eerste mens die van een geest was voorzien – Adam – de opdracht had gehad om in gehoorzaamheid aan de goddelijke orde te leven. Om die reden had hij een voortdurend contact met God en was heer over de materiële aarde. Als Adam erin was geslaagd om zijn opdracht te vervullen, zouden geen negatieve eigenschappen aan zijn kinderen, kleinkinderen en uiteindelijk aan ons zijn doorgegeven. Ons leven op aarde zou dan een heel ander karakter hebben gehad. Maar Adam werd zwak en daarom was het nodig dat God zelf deze opgave in de vorm van een mens  – dat was Jezus – op zich nam.

De Geest is eeuwig, maar de materie heeft maar een korte levensduur. Als ooit een mens zuiver genoeg wilde worden om in de armen van God, onze hemelse Vader, te kunnen terugkeren, dan moest eerst de in de materie en de ziel aanwezige boosheid en de tegen het leven gerichte valsheid worden overwonnen. Deze zuivering en daarmee de overwinning op de valsheid kon alleen worden bereikt, als ziel en materieel lichaam in volledige deemoed gehoorzaam zouden zijn aan de geest. De wedergeboorte van Jezus’ ziel in zijn geest was de eerste stap van deze deemoed. Die had de Mensenzoon Jezus voor het begin van zijn leerambt bereikt.

Maar zijn lichaam was nog niet zover; ook dat moest vol deemoed aan God gehoorzaam zijn. De vleselijke verlangens in het lichaam van Jezus moesten ondergeschikt worden aan de liefde en orde van God. Dat kon alleen worden bereikt door een vernedering van het lichaam. Dat betekende het vrijwillig ondergaan van marteling en een gewelddadige dood. Een lang leven op aarde zou de materiële verlangens van zijn lichaam steeds opnieuw laten opkomen, wat geen volledige deemoed van zijn lichaam had betekend.

In de tuin van Gethsemane vocht de mens Jezus, die voor zijn laatste opgave door de Godsgeest alleen werd gelaten, met zichzelf en de angst voor de op handen zijnde dood aan het kruis. Zijn wedergeboren ziel gaf toen de doorslag en heeft de verdeemoediging van het vlees door de dood aan het kruis op zich genomen. Deze opdracht van de verdeemoediging moest de mens zelf volbrengen, niet God! Onmiddellijk na het overlijden aan het kruis keerde de goddelijke Geest in Jezus terug om zich voor alle eeuwigheid met zijn ziel te verbinden.

Jezus heeft als mens de terugkeer van ons allen naar God in de hemel weer mogelijk gemaakt. Hij is door de in hem wonende goddelijke Geest de zichtbare hemelse Vader met de naam Jezus Jehova! Wij allemaal zullen ooit vol vreugde en bewondering voor hem staan. Door de geest van Pinksteren, die allereerst aan zijn discipelen werd gegeven en daarna alle pasgeboren kinderen in het hart wordt gelegd, geeft Jezus ons een stuk van zijn verlossende geest, die ons de terugweg naar de hemelse Vader gemakkelijker laat vinden. Door deze geest hebben wij zijn voortdurende hulp op onze bezwaarlijke weg om het hemelse doel te bereiken. Het spreekt vanzelf dat hij niet onze persoonlijke fouten en zonden heeft weggenomen – daar moeten wij zelf aan werken – maar de brug naar de hemel is wel gebouwd en staat open. Zijn verlossende geest helpt ons de brug over te steken.

God zelf heeft in “De Huishouding van God”, deel 1, van J.L. hierover gesproken: “De poorten van de hemel staan voor jullie open en als jullie willen, dan kunnen jullie naar binnen gaan en daar het aangezicht van jullie heilige Vader zien, die ik ben, de eeuwige God Jehova. Dat kunnen jullie doen krachtens het levende woord, dat Jezus Christus is, de eeuwige liefde en wijsheid in Mij, waaruit al het goede en ware voortkomt.”

 

“Over de drempel van de dood” – hfst. 10: “De overgang van een bisschop”

“Over de drempel van de dood” – Jakob Lorber
Hoofdstuk 10: “De overgang van een bisschop”.

[1] 13 augustus 1847
[2] Een bisschop die erg gesteld was op zijn waardigheid en eveneens op zijn leerstellingen, werd uiteindelijk voor de laatste maal ziek.
[3] Hij, die – zelfs toen hij nog maar priester was – de hemelse vreugden in de wonderlijkste kleuren afschilderde en zich uitputte in het beschrijven van de verrukking en gelukzaligheid in het rijk der engelen, maar daarnaast natuurlijk ook de hel en het o­naangename vagevuur niet vergat, wilde nu zelf als bijna 80-jarige grijsaard nog steeds geen bezit nemen van zijn veelgeprezen hemel. Nog duizend jaar leven op aarde zou hem liever geweest zijn dan een toekomstige hemel met al zijn verrukkingen en zaligheden.
Verder lezen

Eerste twee hoofdstukken van “De natuurlijke zon” van Jakob Lorber

De natuurlijke zon

Mededelingen over o­nze zon en haar natuurlijke omstandigheden, door het innerlijk woord o­ntvangen door Jakob Lorber.*)

Inleiding (tekst op het omslag):

In de korte periode van drieëneenhalve maand (8 augustus tot 21 november 1842) heeft Jakob Lorber door het innerlijk woord bijgaand werk over o­nze zon mogen opschrijven en voltooien. De sensationele inhoud daarvan is heden ten dage nog in strijd met de wetenschappelijke denkbeelden over de natuurlijke omstandigheden op de zon en zou daarom heel goed op menigeen kunnen overkomen als een geslaagd stuk science fiction. Wie zich echter bij het lezen van dit boek laat leiden door zijn zuivere waarheidszin, zal met verbazing en verwondering kennis nemen van de levendige beschrijvingen in dit boek over het wezen, het uiterlijk en de functie van de zon – beschrijvingen waar een o­nweerlegbare logica van uit gaat.   
Verder lezen

De religie van de Saturnusmensen – uit “Saturnus” van Jakob Lorber

Hoofdstuk 42 uit “Saturnus” van Jakob Lorber

De innerlijk-geestelijke religie van de Saturnusmensen. Betekenis van het getal zeven. Zondagsviering. Doop van de pas geborenen. Tempelmaal. Prediking van de oudsten, die wordt verduidelijkt door geestelijk schouwen. Wijsheid van de Saturnusmensen.

1. Wat de religie betreft: deze heeft heel weinig uiterlijke, ceremoniële kenmerken, maar zij is des te meer innerlijk en geestelijk.
2. Het ceremoniële deel bestaat, zoals jullie al weten, uit een goedgeordende, levendige tempel, waarin de Grote Geest bij alle belangrijke aangelegenheden wordt gedankt en er vragen aan Hem worden gesteld.

Verder lezen

Hoofdstuk 18 van deel 3 van “De Huishouding van God”

Jakob Lorber: “De Huishouding van God”, deel 3.

Hoofdstuk 18. De leugen van de eeuwige tuchtiging van Satana. De vrouwelijke schoonheid van de oergedaante van Satana. De kruisdood van de Heer en de vrijheidstermijn van Satana.

1. Hierop wendde de Heer Zich weer tot Satana en zei: “Satana, je zegt dat Ik voor jou slechts een o­nverzoenlijke, almachtige God van toorn ben en dat ik je voortdurend al gedurende eeuwigheden tuchtig en dat op een o­nuitsprekelijke, o­nbeschrijflijk gruwelijke manier! Daarom gebied Ik je nu om deze getuigen te tonen wat voor slagen je al van Mij hebt gekregen!”

Verder lezen

Hoofdstuk 11 van deel 3 van “De Huishouding van God”

Jakob Lorber: “De Huishouding van God”, deel 3.

Hoofdstuk 11. Ghemela’s uitbundige dank en de woorden van de Heer over de hoge waarde van de liefde. Een belofte aan Ghemela en aan Pura als toekomstige Maria. Pura’s opname.

1. Toen Ghemela dat van Zuriël had vernomen, werd zij buitengewoon blij en vrolijk en zij ging dadelijk naar de Heer van hemel en aarde, en dankte, loofde en prees Hem in haar brandende hart voor zo’n grote genade, dat Hij haar zo zalig had laten ervaren hoe het leven van de geest helemaal leek op het leven van een nog op aarde in het vlees levende mens die staat in de volle liefde tot Hem, de heilige, de van alle liefde en erbarming vervulde Vader.

Verder lezen

Het 4e hoofdstuk van “De Huishouding van God’, deel 2.

De Huishouding van God, deel 2

Hoofdstuk 4. De dank die de Heer het meest behaagt: de liefde zonder woorden in de diepste deemoed van het hart. Lamech en Ghemela, het zuiverste echtpaar uit de oertijd.

1. Jij (d.w.z. Jakob Lorber) wilt graag horen wat Lamech tegen Ghemela sprak. Daarom volgen hier zijn woorden.
2. Lamechs vraag om vergeving en de verzekering van zijn liefde aan Ghemela, nadat hij Mij tevoren nog uit het diepst van zijn hart voor de vermaning bedankte, luidde als volgt:

Verder lezen