Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 1)

1. Uitleg van de eerste verzen. (2.8.1851)
2. De oude en nieuwe getuige, Johannes de doper.
3. De menswording van het eeuwige woord.
4. Over wet en genade. Bij Bethabara.
5. Jordaan. Johannes de doper getuigt van zichzelf.
6. Johannes doopt de Heer met water.
7. Drie verzen als voorbeeld.
8. Bethabara. De Heer roept Andréas en Petrus.
9. Jordaan. Ook Philippus en Nathanaël volgen. De bruiloft te Kana in Galiléa. De tempelreiniging.
10. Kana. De drie stappen tot wedergeboorte.
11. De bruiloft te Kana in Galiléa. Kapérnaum en reis naar Jeruzalem.
12. Naar Kapérnaum. Begin van het prediken. In Jeruzalem.
13. Jeruzalem. De tempelreiniging.
14. Het afbreken en opbouwen van de tempel.
15. De tekenen die doden. Herberg buiten Jeruzalem.
16. De geestelijke betekenis der tempelreiniging. Jezus spreekt met Nicodemus. Johannes spreekt over Jezus.
17. De slaapwandelaars.
18. Het onbegrip van Nicodemus.
19. Aardse beelden van geestelijke dingen.
20. Nicodemus en het rijk van God op aarde.
21. Wie niet in de Heer gelooft, is al veroordeeld.
22. Alleen de liefde is het echte in de mens. In het Joodse land rondom Jeruzalem.
23. Judéa. Dopen met water, en met de heilige geest.
24. Enon. Het grote getuigenis van Johannes de doper. Bekering van de Samaritanen. Genezing van de koningszoon. Onderweg in Samaria.
25. De Heer trekt door Samaria naar Galiléa. Bij Sichar aan de Jacobsbron.
26. Bij Sichar. Aan de Jacobsbron.
27. Het echte aanbidden van God.
28. De Heer maakt Zich bekend als de Messias.
29. Genezing van de vrouw aan de Jacobsbron.
30. De heiliging van de sabbat.
31. Het echte ereteken.
32. De Heer ziet het hart aan. In Sichar en omgeving.
33. De dokter en de Samaritaanse wetgeleerden.
34. In Sichar. De hemelse inrichting van het huis.
35. De leerlingen zien de hemel geopend.
36. De Heer trouwt Joram en Irhaël. De eerste van twee volle dagen in Sichar.
37. Bij Irhaël. Over de betekenis van de droom.
38. Niet het horen, maar het doen brengt heil.
39. Het oudste en echtste huis van God.
40. Op Garizim. Kritiek op de bergrede.
41. Onbegrip voor de beeldspraak der bergrede.
42. De bergrede door Nathánaël duidelijk uitgelegd.
43. Verdere uitleg van Nathánaël.
44. Symbolische ogen, armen en voeten.
45. Niet iedereen kan de Heer lichamelijk volgen.
46. Terug naar Sichar. De genezing van de melaatse.
47. Bij Irhaël. ledere heer heeft dienaren.
48. Heerlijke belofte voor daadwerkelijke volgers.
49. ledere dag is van de Heer.
50. Voor de naastenliefde kent geen rustdag.
51. Het 'Evangelie van Sichar'. De volgende dag in Sichar.
52. De belastering van de dochters van Jonaël.
53. De bestraffing van de leugenaar en lasteraar.
54. Bij Jonaël. Kritiek van de leerlingen op de Heer.
55. Bij Ezau's slot. De koopman en het hoogste ambt.
56. Het gevolg van leugen en waarheid.
57. Hoe de koopman de Messias verwachtte.
58. Het vlees heeft een aards einde.
59. Ezau's slot. Vrees voor Wie hij lief moest hebben.
60. Bij de Heer is de echte wil gelijk aan de daad.
61. Een wonder maakt de geest niet vrij.
62. De Heer opent voor allen de weg naar de hemel.
63. De uitwerking van hemelse en aardse wijn.
64. De wil van de Heer is de kracht van de engelen.
65. Aangeklaagd en onschuldig verklaard.
66. Dorpje bij Sichar. Genezing van de verlamde.
67. Vesting bij Sichar. De nieuwe wet der liefde.
68. De overste en het toepassen van de leer.
69. Het verstand kan talloze goden creëren.
70. De waarheid die alles doordringt.
71. De Heer getuigt van de Vader.
72. Het einde der wereld en het oordeel.
73. Sichar. Johannes, de genezen verlamde man.
74. Bij Irhaël. Nooit kwaad met kwaad vergelden.
75. Behandeling van dieven, rovers en moordenaars.
76. De mens kent het goede, maar doet het kwade.
77. De Heer weet de juiste maat.
78. Straffen als geneesmiddel.
79. De behandeling van zielsziekten.
80. Vermijdt de eigendunk.
81. De Heer is de brug naar de geestelijke wereld.
82. Afscheid van Irhaël en Joram.
83. De macht van het woord. De reis naar Galilea. Reis naar Kana in Galilea.
84. Naar Galilea. De zonsverduistering.
85. Het nieuwe en eeuwigdurende rijk. In Kana in Galilea.
86. Kana in Galilea. De verlokking van satan.
87. De Joden verlangen terug naar hun zuurdeeg.
88. Overste Cornelius en de tempelreiniging. (4.10.1851)
89. Twee rustdagen in Kana.
90. De genezing van de vorstenzoon. (5/6.10.1851)
91. De Heer en tweeduizend jaar evangelie. (7.10.1851 )
92. Gods alwetendheid en Zijn leiding. (8/9.10.1851) Onderweg naar Kapérnaum.
93. Naar Kapérnaum. De Heer dwingt niemand.
94. Over de vloek en de gevaren van het geld. (10/11/13.10.1851)
95. Het karakter van Judas. (15.10.1851)
96. De wil van Judas. (16.10.1851) In Kapérnaum.
97. Kapérnaum. De zieke knecht van de hoofdman. (17.10.1851)
98. Het volk daagt de priesters uit.
99. Bethabara. De schoondochter van Petrus. ( 18.10, 1851) Aan en op het meer van Galilea.
100. De wonderbare visvangst.
101. Het bijzondere wijnwonder voor Judas. (19.10.1851)
102. De genezing van alle zieken uit Kapérnaum. (20.10.1851)
103. Op zee. Jezus en de storm. (21.10.1851) In Gadara.
104. In Gadara. De genezing van de bezetenen. (22/23.10.1851) In Nazareth.
105. Naar Nazareth. Ongeloof verhindert de wonderen. (3/4.11.1851)
106. Leven, daden en leer van Jezus van Nazareth.
107. Over het wereldse blijspel en de kinderen Gods. (5.11.1851)
108. Maria de moeder van de Heer. (8.11.1851)
109. Korenschoppen in de hand van God. ( 11/ 12.11.1851)
110. De Heer en de drie Farizeeën. (13.11.1851)
111. De genezing van de Griekse vrouw. (14/15.11.1851)
112. Het dochtertje van Jaïrus.
113. Het wezen van het Joh. en het Mat.
114. Een les voor Judas. (18/ 20.11.1851)
115. Nazareth. Het volk wil Jezus als koning. (21.11.1851) Bij Bethabara.
116. Bethabara. Genezing van de jichtlijder. (22.11.1851 )
117. Toespraak van de jonge Romein. (24.11.1851 )
118. Onthullingen over de tempel. (25/26.11.1851)
119. Het voorbeeld van de reis naar Rome. Aan de zee van Galilea.
120. Aan de zee. Matthéus de tollenaar. (27.11.1851 )
121. Gesprek over Jozef, Maria en Jezus.
122. De twijfel van Johannes de doper. (28.11.1851)
123. Het getuigenis van Johannes de doper. (29.11.1851)
124. Gelijkenis van de nieuwe kleren en de nieuwe wijn. (3.12.1851 )
125. Het vertrouwen van Matthéus de tollenaar.
126. Gods onveranderlijkheid en Zijn zegen. (4.12.1851)
127. De dood van de dochter van overste Cornelius. (5/6.12.1851) In Kapérnaum.
128. Kapérnaum. Opwekking van Cornelia.
129. Belevenissen in het hiernamaals. (9/10.12.1851) Onderweg naar Nazareth en in Nazareth.
130. Nazareth. De twee blinde bedelaars. (11.12.1851)
131. De genezing van de bezeten doofstomme man. (12/13.12.1851) In het Galilese hongerdorpje.
132. De hebzucht en hardheid van pachtkoning Herodes. (20.12.1851)
133. Een voedsel en kledingwonder.
134. Roeping van de twaalfapostelen. (21/26.12.1851)
135. Opdracht aan de apostelen. (27/30.12.1851)
136. De tegenwerpingen van Judas. (1.1.1852)
137. Troost voor de apostelen. (2.1.1852)
138. De vraag van Simon van Kana. (3/10/12.1.1852)
139. Een belofte aan de getrouwen.
140. Het goddelijk geheim in de mens.
141. Eerste uitzending van de apostelen.
142. De eerste daad van de uitgezonden apostelen. Aan de Galilese zee.
143. Aan de zee. Het antwoord van de Heer.
144. Het getuigenis over Johannes de doper. (26.1.1852)
145. De geest en de ziel van Johannes de doper. In Kis en op de berg van Kis.
146. Kis. Bekering van Kisjonah de tollenaar.
147. De gelijkenis van de fluitende kinderen.
148. De vervloeking van Chorazin, Bethsaïda en Kapérnaum.
149. De opwekking tot het eeuwige leven.
150. De bestraffing van de Farizeeën.
151. De berg beeft.
152. De geestenwereld.
153. Drie maangeesten spreken over de maanwereld.
154. De terugkomst van de twaalf apostelen.
155. Het verschil tussen wetenschap en geloof. (28.2.1852)
156. Het scheppingsverhaal van Mozes. (2.3.1852)
157. De eerste scheppingsdag.
158. De tweede scheppingsdag.
159. De derde scheppingsdag.
160. De vierde scheppingsdag.
161. Vervolg van de vierde scheppingsdag.
162. De vijfde en zesde scheppingsdag.
163. Het einde van Jeruzalem.
164. De luchtreis van Judas Iskariot.
165. Waarom moeten de mensen geboren worden. (16.3.1852) 166 Adam en Eva.
167. Kies uw vrouw met zorg.
168. Het heilige woord, de wereld en de mensen.
169. Over het lachen.
170. De genezing van de blinde Tobias.
171. De verzinsels van Rhiba.
172. De vervloeking van de Farizeeër.
173. Vastgeroest in hun wereldse voorschriften. (4.5.1852)
174. Gedragsregels voor rechters en wetgevers.
175. Sabbatsheiliging.
176. Aren lezen op de sabbat.
177. De vervulling van de profetie. Op de Galilese zee.
178. Aan de zee. Genezing van de bezeten man. In Jesaïra.
179. Jesaïra. De rekening van de oude man. (10.5.1852)
180. Het plan van de jonge Farizeeër.
181. De oude Farizeeën om de tuin geleid.
182. Het morgengebed van Jezus.
183. Ahab's list.
184. Farizeeën kunnen niet liegen. (17.5.1852)
185. Het smaden van de Heilige geest wordt nooit vergeven.
186. Eén met de duivel.
187. Jood of Griek.
188. Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broeders. (24.5.1852)
189. Duivelse aanval.
190. De leer van het Rijk der hemelen.
191. De gelijkenis van de zaaier.
192. Onkruid tussen de tarwe, mosterdzaad en zuurdeeg. Op de Galilese zee.
193. Op zee. De verwondering.
194. Het geestelijk huis van de mens. In Kis.
195. Kis. Weerzien met Jaïruth en Jonaël. (1.6.1852)
196. Engelenwerk.
197. Verklaring van de gelijkenis van het onkruid.
198. De schat in de akker.
199. De gelijkenis van de grote parel en het net.
200. Bescherm ons daarvoor, o Heer.
201. Twee redenen voor Gods afzijdigheid.
202. De ware vrije kerk.
203. Lofrede van Jonaël.
204. Gelijkenis van de moeder met haar twee zonen.
205. De liefde neemt.
206. Het dode lichaam.
207. Het echte vasten.
208. Aardbeven, storm en onweer.
209. Het doel van de storm. (18.6.1852) In Kana in het dal.
210. Uitstapje naar Kana in het dal. (21.6.1852)
211. Genezing in Kana in het dal.
212. De stoïcijn.
213. De reïncarnatie van Philopold. (28.6.1852)
214. Over de samenhang van lichaam, ziel en geest.
215. Aarzel niet als de Heer roept.
216. De laatsten en laagsten van de gehele oneindigheid.
217. Gedachte en wil. In Kis.
218. Genezingen in Kis en bij Kisjonah.
219. Gelijkenis van de gemeste os.
220. De rust en het nietsdoen.
221. De nachtprediking.
222. De vijf Farizeeën. (5.7.1852)
223. Een les in het geven van onderricht.
224. Innerlijke zelfbeschouwing.
225. De leviathan.
226. De weg tot wedergeboorte.
227. Een tochtje op zee.
228. De dokter uit Nazareth.
229. Het verweer van Jaïrus.
230. Jozefs dood en zijn getuigenis over Jezus.
231. Booswichten in de val.
232. Voorbereiding voor de rechtszaak. (12.7.1852)
233. Romeinse rechtspraak.
234. Een goede vangst.
235. Weerzien met de opperrechter.
236. Het huwelijk van Faustus en Lydia.
237. Vervolg van de rechtszitting. (20.7.1852)
238. Het verhaal van de diefstal.
239. De tempelschatten.
240. De afrekening.
241. Een woord voor onze tijd. (26.7.1852)
242. Ons dagelijkse voedsel.